Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Jens van Tricht (49) studeerde vrouwenstudies en is directeur van Emancipator, een organisatie voor mannenemancipatie. In mei verscheen zijn boek Waarom feminisme goed is voor mannen bij Uitgeverij Atlas Contact. Hij heeft drie kinderen: één stiefkind – zelf noemt hij het liever een bonuskind – en twee als co-ouder met een lesbisch stel.

Jette van Tricht (73) groeide op in Denemarken en kwam als jonge vrouw voor de liefde naar Nederland. Tijdens haar opleiding fysiotherapie kreeg ze drie kinderen. Ze heeft tot haar pensioen gewerkt als fysiotherapeut.

Jette: “Jens is het kind van wie ik het meeste heb geleerd. Hij heeft mijn grenzen van wat normaal is behoorlijk opgerekt.”
Jens: “Daar ben ik me van bewust, en ik weet ook dat dat niet altijd makkelijk voor je is geweest.”
Jette: “Ach, een kind moet zich afzetten, dat is goed. Maar in je punktijd deed je dat wel heel extreem.”
Jens: “In mijn puberjaren was ik vooral boos en destructief. Maar toen ik in aanraking kwam met kraken en activisme kon ik die boosheid omzetten in iets positiefs.”
Jette: “Ik zag dat toen nog niet zo, maar ik heb wel altijd geprobeerd te begrijpen waar je mee bezig was. Ik kwam in al je kraakpanden langs met een taart, en als ik het er te eng en te donker vond, kocht ik een zaklamp voor je. Wat mij hielp, is de overtuiging dat mijn kind geen meeloper is en dat hij staat voor wat hij belangrijk vindt.”
Jens: “Je bent zelf als werkende moeder ook ingegaan tegen wat in die tijd normaal was. Bij mijn vriendjes was hun moeder altijd thuis. Dus in die zin treed ik in je voetsporen.”

Hij heeft mijn grenzen van wat normaal is behoorlijk opgerekt

Jette: “Toen ik op jonge leeftijd trouwde, keek mijn moeder me ernstig aan en zei: zorg dat je altijd je eigen boontjes kunt doppen. Daar heb ik me aan gehouden. Hoewel mijn hele salaris opging aan de oppas, de schoonmaakster en de extra auto, heb ik nooit overwogen om te stoppen. Dat was gewoon nicht im Frage.”
Jens: “Toch was jullie rolverdeling best traditioneel. Papa kwam aan het eind van de dag thuis en plofte in zijn stoel met een krant. Jij zorgde voor het eten en het huishouden. En voor ons.”
Jette: “Hij vond het prima dat ik wilde werken en studeren, als hij er maar geen last van had. Je regelt het maar, zei hij. Hij ging in elk geval niet stofzuigen in het weekend.”
Jens: “Ik heb me pas later gerealiseerd hoe bijzonder het was dat jij werkte. Je had het nooit over feminisme, je bracht het gewoon in praktijk.”
Jette: “Ik had daar ook helemaal geen tijd voor. Ik heb me alleen ingezet voor het oprichten van crèches, maar dat was pragmatisch natuurlijk. Wat ik altijd vreselijk heb gevonden, is als mannen zich seksistisch gedragen tegenover vrouwen. Ik ben weggelopen van een verjaardag omdat ze het over een vrouw met dikke tieten hadden. Dat wens ik niet te horen.”
Jens: “Toch heb je mij wel anders behandeld dan mijn zus. Ik weet nog dat ik een keer de keuken in kwam lopen met de vraag of ik kon helpen, en dat jij toen zei: stuur je zus
maar.”
Jette: “Klopt, ik wil jou en je vader niet in de keuken hebben. Maar dat ligt niet aan jullie man-zijn, maar aan jullie gedrag. Bij alles wat er moet gebeuren, vragen jullie of dat niet op een andere manier kan. Zo vermoeiend, daar heb ik geen zin in. Er moet te veel gedaan worden om overal een discussie over te voeren.”
Jens: “Maar daarmee gaf je me wel de boodschap dat jongens niet thuishoren in de keuken.”
Jette: “Ik heb jullie daarin nooit expliciet willen sturen. Je broer ging een tijdje in een jurk naar school, dat vond ik prima. Nu ben ik heel trots op hoe jij je inzet voor mannenemancipatie. Het is wel een eenzame weg, denk ik. Je moet de strijd aangaan met hoe andere mensen erover denken en je zal niet altijd erkenning krijgen voor wat je doet.”
Jens: “Als ik iets van jou heb geleerd, is het om stug door te zetten als je ergens in gelooft. Ik ben zelf een idealistische hoogvlieger, maar van jou heb ik praktische eigenwijsheid geërfd. Ik heb meer van jou geleerd door wat je hebt gedaan, dan door wat je hebt gezegd.”

Jens: “Maar daarmee gaf je me wel de boodschap dat jongens niet thuishoren in de keuken.”
Jette: “Ik heb jullie daarin nooit expliciet willen sturen. Je broer ging een tijdje in een jurk naar school, dat vond ik prima. Nu ben ik heel trots op hoe jij je inzet voor mannenemancipatie. Het is wel een eenzame weg, denk ik. Je moet de strijd aangaan met hoe andere mensen erover denken en je zal niet altijd erkenning krijgen voor wat je doet.”
Jens: “Als ik iets van jou heb geleerd, is het om stug door te zetten als je ergens in gelooft. Ik ben zelf een idealistische hoogvlieger, maar van jou heb ik praktische eigenwijsheid geërfd. Ik heb meer van jou geleerd door wat je hebt gedaan, dan door wat je hebt gezegd.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
Rinske Bijl

Rinske Bijl

Rinske Bijl is zelfstandig journalist en fotograaf. Ze schrijft over vluchtelingen, ontwikkelingssamenwerking, gender en duurzaamheid.
Profielpagina