Driehonderd zeemijl leven wij nu al op zee. Zeilen heeft een lange historie, die ons inspireerde: wind als brandstof, natuurlijke elektriciteit en bewust omspringen met zoet water, dat is toch prachtig? De beroemde handelsnamen hebben exact dezelfde route gevaren als wij nu: we volgen de passaat, die van Europa naar de westkust van Afrika en Zuid-Amerika briest. Ooit had de passaat grote economisch waarde. Nu laadt men duizenden containers op bunkerschepen, die met vol gas in een rechte lijn naar de overkant varen. Zij hebben de wind niet nodig, maar hebben wel een aanzienlijke impact op het milieu. Voor reizigers is het normale vervoersmiddel over zee tegenwoordig het vliegtuig, waarvan we allemaal weten dat het evenmin een schoon spelletje is – maar wel lekker snel.

Wij wilden per boot. We wilden de werkelijke afstanden van deze wereld leren kennen, schoner naar de overkant, en iets opsteken over de zeilwereld. Zodoende zullen wij drie maanden in een zeehuis leven. Kapitein Dieter en zijn vrouw Margri varen de wereld mee rond en wij vergezellen ze vanaf de Canarische eilanden, via Kaapverdië en Gambia naar Brazilië. [Zie 'ruilkinderen' en 'bootliften' voor onze avonturen.]

Tijdens onze eerste etappe van Gran Canaria naar Kaapverdië dringt tot ons door hoe waanzinnig groot de plas is waarop we varen – en dit traject is maar een fractie van de grote oversteek naar de andere kant. Elke dag kijken we 360 graden in de rondte, en elke dag hebben we hetzelfde uitzicht; heel veel golvend water. Gelukkig verveelt het niet. Het is magisch om als een klein insect door de wind over het enorme zeeoppervlak te worden geblazen. We zijn los gekoppeld van het gas, water en elektriciteitsnet dat ons permanent van alle gemak voorziet. Met wat we wel hebben, dienen we zuinig om te springen: dat vergt wat aanpassing van ons landrotten.

Het is magisch om als een klein insect door de wind over het enorme zeeoppervlak te worden geblazen.

 

Elektriciteit

Alle stroom van de windmolen en zonnepanelen is hard nodig voor de autopilot, de koelkast, plus de communicatie- en informatiesystemen. Verlichting gebruiken we alleen waar en wanneer dat echt nodig is. Mijn moeder zei altijd, “doe de lichten uit, denk aan de ijsberen”. Jaahaaa, ging het dan door mijn hoofd, wat hebben die ijsberen er nou mee te maken? Hier, op een zeilboot, leer je snel dat elektriciteit eindig is. Op zee kun je niet eindeloos stroom uit de muur tappen om een filmpje te kijken op je laptop, een spelletje te spelen op je telefoon of andere elektronische apparaten op te laden. Wanneer we een filmpje kunnen kijken, is het feest. “Bedankt zon!” zeggen we dan.

Water

Weten dat kinderen in Afrika vaak geen schoon drinkwater hebben, is thuis meestal geen reden om korter te douchen. Zet midden op zee de kraan vijf minuten langer open en de kapitein gooit je overboord, onder het motto: “je wou toch extra water?” Wij onderschatten de toegankelijkheid en aanwezigheid van zoet (drink)water. Het is allemaal zo vanzelfsprekend. De emmer halfvol of vol, op land maakt het geen verschil. Midden op zee betekent een volle emmer douchewater dat je minder water hebt om te drinken. Wij verbruikten met vier mensen in anderhalve week 280 liter zoet water. Dat is gemiddeld 5,2 liter per persoon per dag, best een prestatie tegenover het gemiddelde van 119 liter in Nederland. Goed, het toilet spoelt met zout water en we hebben niet één keer gedoucht, maar toch… 

Zet midden op zee de kraan vijf minuten langer open en de kapitein gooit je overboord, onder het motto: “je wou toch extra water?”

Gas

We koken, zoals de meeste zeehuishoudens dat doen, op gas. Niet echt vriendelijk voor de Groningse medemens. Maar hier is het belangrijk dat we zuinig omspringen met alle CO2tjes. De scheepslui doen dat uit zichzelf: haast niemand maakt op zee een ingewikkelde maaltijd klaar. Onze kapitein heeft dertig kilo gas aan boord, genoeg voor ruim een jaar warme kost.  

Na een maand zeilen vallen andere details op, zoals de vishengel en de fiets. Op de steigers staat het vol vouwfietsjes. De fiets is geliefd onder zeilers, net als het openbaar vervoer: beiden maken zeilers tot schone en vrije reizigers. Veel schippers vangen onderweg hun eigen vis, Ze zijn zodoende geen deelgenoot van overbevissing en koraalbeschadiging; een goede zaak. Toch is het niet allemaal even rooskleurig. Ik durf te stellen dat de gemiddelde wereldzeiler een lagere impact heeft dan de gemiddelde landmens, maar toch zijn er genoeg verbeterpunten in het wereldje. 

De ene schipper is namelijk de ander niet en elke boot is zo goed als zijn bemanning. Bovendien is er een groot verschil tussen een reizende boot of een afgemeerde boot. Wij zagen het hele plaatje. Komt een boot aan de steiger te liggen, dan verdwijnt zijn zelfstandigheid en worden alle lijntjes verbonden aan het net. Er wordt ruim omgesprongen met water om de boot van top tot teen te wassen, alle apparaten worden 100% opgeladen en de Michelinster komt weer uit de keukenkast. We zagen een boot vertrekken met drie koelkasten en een vriezer aan boord, waarbij het toilet soms zonder schaamte met hoog chemische middelen gereinigd wordt.

De grootste impact heeft de motor. Het is bij uitstek het apparaat dat het leven op een zeilboot dragelijk maakt. Eigenlijk dient de motor als vervangend elektriciteitsnet. Computer opladen midden op zee en de zon schijnt niet genoeg? Motor aan. Te weinig wind om meer dan drie knopen te varen? Motor aan. Gijpen om de koers te wijzigen op de wind? Motor aan. Dat laatste is iets dat onze eigen kapitein geregeld deed en voor ons geheel onbegrijpelijk was. Het stelt gerust dat de motor slechts twee liter per uur verbruikt en dat er schepen zonder motor varen. Zij bewijzen dat het net als vroeger mogelijk is.

Het leven op zee zorgt voor bewustwording: anders dan bij het landleven sta je direct in contact met de natuur. Elke dag is een confrontatie met de bronnen die je nodig hebt om te overleven. Wanneer ik de kraan per ongeluk te ver openzet, gieren de zenuwen door mijn lijf: ‘Het water! Hebben we nog wel genoeg?” Wanneer de motor aan gaat, realiseer ik me elke minuut dat we het water vervuilen en voor herrie onder het oppervlak zorgen. Het voelt  goed om je drol als visvoer aan te bieden of je lampje te laten branden op zelf verzameld zonlicht. Deze zeehuizen helpen ons herinneren dat we in staat zijn zelfstandig en zelfvoorzienend te leven, met een lagere impact op het milieu. 

Het leven op zee zorgt voor bewustwording: anders dan bij het landleven sta je direct in contact met de natuur.

Ik vraag niemand om voortaan naar de overkant te zeilen in plaats van te vliegen; dat zullen ook wij zeker niet altijd doen. Het gaat erom dat we bewuster keuzes maken over onze impact op de milieu. Vaak is zuinig zijn een kleine moeite, en iedere aanpassing is het begin van de rest.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Olivier van Herck en Zoë Agasi  maken een wereldreis. Zie wealeaf.nl
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief