Infrastructuur. Volgens beleidsmakers in de Chinese Volksrepubliek zijn wegen, spoorlijnen en andere transportverbindingen zo’n beetje de alfa en de omega van economische ontwikkeling. Al jaren bouwt China daarom in Afrika allerlei infrastructuur. Afrikaanse partners kunnen zo economisch ontwikkelen, Chinese staatsbedrijven hebben wat te doen en China zelf kan via al die gloednieuwe wegen en spoorlijnen Afrikaanse olie en zeldzame aardmetalen op een efficiënte wijze terug naar het moederland transporteren. Hoogwaardige infrastructuur is volgens Beijing zelfs zo belangrijk dat er nu een aparte bank voor is gestart: de Asian Infrastructure and Investment Bank (AIIB).

Startup

Het hoofdkwartier van de nieuwe ontwikkelingsbank is een indrukwekkend maar onopvallend gebouw. De bank ligt midden in het financiële district van Beijing; weggestopt tussen de andere bancaire instellingen en voorzien van een onopvallende blinkende façade die niet meteen weggeeft welk mondiaal financieel instituut hier precies gevestigd is. In januari 2016 gaf Chinees president Xi Jinping officieel het startschot voor de AIIB, wiens startkapitaal van ongeveer 100 miljard dollar primair bestemd is voor infrastructuurprojecten in de opkomende economieën van Azië. Volgens Chinese media zijn er inmiddels vergevorderde plannen voor de aanleg van een ringweg rond Almaty in Kazachstan en over de verbetering van delen van het Pakistaanse wegennetwerk.

sir danny
Sir Danny Alexander. Foto: Hans Wetzels

Daarover zijn echter nog geen beslissingen genomen, benadrukt AIIB-vicepresident Sir Danny Alexander. De Schot is een typische politicus van liberale snit en bekleedde hoge posten in verscheidene Britse regeringen. Sinds kort is hij werkzaam als één van de vijf vicepresident van de AIIB die samen met de Chinese voormalige Wereldbankeconoom Jin Liqun het dagelijkse bestuur van de nieuwe bank vormen. De AIIB bestaat effectief pas vijf maanden, benadrukt Alexander in zijn ruim bemeten kantoor op de zeventiende verdieping van de AIIB in Beijing: “De AIIB heeft een heel specifiek doel. Dat is investeren in infrastructuur om zo te zorgen voor duurzame economische groei van de Aziatische economie. Aan betere transportmogelijkheden, groene energie, fatsoenlijke watervoorziening of goede stadsinfrastructuur bestaat in Azië grote behoefte. De AIIB is een samenkomst van verschillende actoren die dat allemaal willen ondersteunen. Maar we zijn nog een startup, als ik dat zo mag zeggen. De eerste concrete projecten moeten nog gepresenteerd worden.”

Europese invloed

Sinds China in 2013 het idee opvatte om een eigen ontwikkelingsbank te beginnen hebben zich in totaal 37 Aziatische en, tot verrassing van Beijing, 20 Europese en Zuid-Amerikaanse landen aangesloten bij het initiatief. Tot groot ongenoegen van Washington – dat in de AIIB een potentiële bedreiging ziet voor de in ontwikkelingsland oppermachtige en door de VS bestierde instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Instellingen die, eerlijk is eerlijk, beide geen volledig schoon track-record hebben wat betreft het stellen van kredietvoorwaarden aan ontwikkelingslanden, inmenging in nationaal beleid en het zekerstellen van westerse economische belangen.

“Als je commentaar van de Amerikanen wilt, dan zal je hen hierover vragen moeten stellen”, verweert Danny Alexander zich vanaf zijn lederen bank hoog boven Beijing. “Ik denk persoonlijk dat Washington blij verrast zal zijn door de hoge standaarden die de AIIB gaat hanteren. Wij willen graag lean, clean and green zijn en tegelijkertijd een grote variëteit aan projecten kunnen ondersteunen.” Om hoge sociale, milieu en duurzaamheidsstandaarden te garanderen zijn de 57 oprichtende AIIB-leden minutieuze oprichtingsstatuten, richtlijnen en leningsvoorwaarden overeengekomen, zegt de door de wol geverfde Schot: “Dat sociale en milieuframework is het resultaat van uitgebreide onderhandelingen. We zijn gedetailleerde financiële en aanbestedingsprocedures overeengekomen die moeten garanderen dat we alleen projecten financieren die duurzaam zijn. De Europese landen hebben daar zeker een duidelijk stempel gedrukt daarop.”

Imperialisme

Voorafgaand aan de oprichting van de AIIB proclameerden Chinese staatsmedia echter wel degelijk dat China met de AIIB nu eindelijk eens de Amerikaanse hegemonie van volgens Beijing ‘imperialistische’ instellingen als de Wereldbank en het IMF wil doorbreken. Politieke stellingname wil de AIIB echter koste wat kost vermijden. China is misschien wel de grote initiator achter de nieuwe ontwikkelingsbank, maar zal zeker niet alleen gaan beslissen waar het geld naartoe gaat en onder welke voorwaarden, benadrukt Alexander: “Wij houden ons niet bezig met ontwikkelingshulp of met politiek. De AIIB gaat projecten bekostigen die financieel gezond zijn. Al die projecten moeten voldoen aan onze leenvoorwaarden. Dat wil zeggen dat ze economisch wat moeten opleveren, op een duurzame manier uitgevoerd worden en sociaal gezien geen onacceptabele gevolgen mogen hebben. Dat is niet alleen economisch belangrijk maar zelfs een enorme kans om de toekomstige infrastructuur in Azië duurzaam aan te leggen.”

Het is een mythe dat de AIBB is opgericht om met de Wereldbank te gaan concurreren

Van concurrentie met Washington is al helemaal geen sprake, zegt Alexander: “Het is een mythe dat de AIIB is opgericht om met de Wereldbank te gaan concurreren. Sterker nog, om de enorme infrastructuurbehoefte in Azië te kunnen financieren moeten we zelfs samenwerken. Voor ontwikkelingslanden is het alleen maar goed dat er nu meer krediet beschikbaar komt en dat ze kunnen kiezen uit verschillende financiële instellingen.”  

Wereldmacht

Vanuit het luxe kantoor van Sir Danny Alexander is het uitzicht over de Chinese hoofdstad indrukwekkend. In de verte zijn de contouren van de Verboden Stad vaagjes te zien. Het megalomane Tiananmenplein is vanuit hier direct bereikbaar via een brede avenue die geflankeerd wordt door allerlei glimmende overheids- en financiële instellingen. De macht en het geld dat zich concentreert in Beijing is voelbaar; China begint zich steeds meer te manifesteren als wereldmacht.

gebouw aibb
Het hoofdkantoor van AIIB in Beijing. Foto: Hans Wetzels

Ook binnen de AIIB heeft China zijn belangen dan ook netjes veiliggesteld. Alle grote beslissingen van de bank moeten door een meerderheid van 75 procent van de aandeelhouders goedgekeurd worden. Grootaandeelhouder China pompte ruim 29 miljard dollar in het AIIB-startkapitaal en heeft daardoor met een stemgewicht van 26 procent een effectief vetorecht. Toch zal de AIIB te financieren projecten op een neutrale wijze gaan beoordelen zonder de belangen van één enkele lidstaat onevenredig veel te dienen, bezweert Alexander: “We gaan infrastructuur en duurzame energieprojecten financieren; overal in Azië waar dat nodig is. Natuurlijk kan er overlap ontstaan met Chinees beleid en Chinese belangen, maar uiteindelijk zal elk project op zijn eigen merites beoordeeld gaan worden. Uiteindelijk zullen mensen ons moeten gaan beoordelen op wat we in de praktijk doen. De AIIB is nog nieuw en ambitieus en we moeten nog laten zien dat we echt zo lean, clean and green zijn als we zelf zeggen.”

hans

Over de auteur

Hans Wetzels is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft onder andere voor De Groene Amsterdammer, Het Parool en NRC …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief