Dat de aarde opwarmt, dat het klimaat verandert en dat de mens daar een grote rol in speelt is al lang niet meer omstreden. Maar —en dat is de grote maar voor onderzoekers die hun werk toegankelijk willen maken voor een groter publiek— in hoeverre kun je veranderende weerspatronen toeschrijven aan klimaatverandering?

Veertig jaar na de eerste heldere aanwijzingen voor het gevaar van broeikasgassen, na bijna dertig jaar aan oprechte en doelbewuste twijfel aan de hypotheses van klimaatwetenschap, zitten we op een berg aan data en kennis over het klimaat die meer dan genoeg zekerheid biedt om tot handelen over te gaan. Klimaatverandering is geen probleem van de toekomst meer. De toename van extreem weer is wereldwijd onmiskenbaar. Een verband aantonen tussen het weer het klimaatverandering —attributie, in klimaatjargon— is knap lastig.

Omstreden uitspraken van het KNMI
Als meteorologen ongewoon warm weer, een zware storm of een eindeloze regenval verbinden aan klimaatverandering gaat het vaak mis. In een bezorgde boodschap over de staat van het klimaat zei KNMI-directeur Gerard van der Steenhoven vorige week tegen de NOS:  “Je kunt zeggen dat wij de bewijzen van klimaatverandering voortdurend om ons heen zien. Dat de eerste tien dagen van november uitzonderlijk warm waren, kunnen wij bij het KNMI eigenlijk alleen maar verklaren door ook klimaatverandering aan te nemen. Dat is nieuw.”

wetenschapsjournalist Maarten Keulemans deed de uitspraak op Twitter af als: leugens om bestwil

De uitspraak van Van der Steenhoven maakte allerlei kritiek los. Volkskrant-wetenschapsjournalist Maarten Keulemans deed de uitspraak op Twitter af als “leugens om bestwil” en de VVD twijfelde, bij monde van Kamerlid Remco Dijkstra, aan zulk “wetenschappelijk bewijs voor klimaatverandering”. In het politiek geladen debat dat op de uitspraak van Van der Steenhoven volgde gingen nuances verloren die onmisbaar zijn als je de waarschuwing van het KNMI op waarde wil schatten. Hoe zit dat precies?

Attributie is knap lastig
​Een verband aantonen tussen het weer het klimaatverandering is gevoelig voor kritiek, zoals Van der Steenhoven ondervond. Extreem of uitzonderlijk weer wordt niet alleen veroorzaakt door klimaatverandering. Weer ontstaat door de samenloop van ongelofelijk veel factoren. Zo veel dat we nog steeds moeite hebben het weer van morgen correct te voorspellen. Op de lange termijn kun je echter wel patronen in het weer onderscheiden en uitspraken doen over  de kans op extreem weer. Die kans neemt toe met de opwarming van de aarde. Steeds vaker kunnen onderzoekers daarom uitspraken doen over de invloed van klimaatverandering op het weer.

Maarten van Aalst, klimaatwetenschapper en directeur van het Climate Centre van het Rode Kruis, buigt zich dagelijks over zulke vragen voor Climate Central, een  wereldwijd samenwerkingsverband van verschillende onderzoeksinstituten die klimaatwetenschap toegankelijker willen presenteren. “Het is geen kwestie van directe causaliteit, maar van veranderende risico’s,” zegt Van Aalst. “De kans dat een specifieke gebeurtenissen werkelijkheid wordt verandert met klimaatverandering. Een Elfstedentocht wordt steeds minder waarschijnlijk, terwijl de kans op orkanen in tropische gebieden toeneemt.” Maar klimaatverandering is lang niet altijd een factor van belang, zelfs als dat ogenschijnlijk wel zo lijk te zijn. “Ons onderzoek laat zien dat de aanhoudende droogte die de Braziliaanse stad Sao Paulo nu teistert meer met bevolkingsgroei, lekkages en ontbossing dan met klimaatverandering te maken heeft,” zegt Van Aalst.

In het klimaat van 1915 was die kans praktisch nul, maar in 2015 is de kans op een warme periode opgelopen naar eens in de 36 jaar.

 

Nieuwe klimaatmodellen van het KNMI proberen die veranderende patronen in het weer ook voor Nederland in kaart te brengen, zo vertelde klimaatonderzoeker Geert Jan van Oldenborgh deze week aan NRC Handelsblad. Zijn onderzoek voor het KNMI is nog gepubliceerd maar wijst duidelijk op een toename van de kans op tien extreem warme dagen in oktober en november. In het klimaat van 1915 was die kans praktisch nul, maar in 2015 is de kans op een warme periode opgelopen naar eens in de 36 jaar. Zelfs met onzekerheidsmarges erbij is dat een stevige toename.

Rechtvaardigt die uitkomst de uitspraak van Van der Steenhoven? ‘Grotendeels,’ concludeert NRC. Door de warme herfst op te voeren als ‘de gevolgen van klimaatverandering’ ging de KNMI-directeur één stap te ver. Dat is de grootste val attributiewetenschap: zelfs als je kunt zeggen dat de kans op een warme herfst vele malen groter is dan een eeuw geleden, kun je zelden bewijzen dat het om een direct gevolg van klimaatverandering gaat.

Maar dat zou zo maar eens snel kunnen veranderen. “Deze tak van klimaatwetenschap wordt steeds belangrijker,” zegt Maarten van Aalst. “Oudere wetenschappers zijn niet zo op hun gemak met mediacommunicatie, maar we proberen steeds sneller te modelleren zodat we op korte termijn nieuws kunnen brengen over het verband tussen weer een klimaat.”

Schuld en verantwoordelijkheid
Attributie kan uiteindelijk een belangrijke rol spelen in kwesties van schuld en verantwoordelijkheid. Klaas van Egmond, hoogleraar geowetenschap in Utrecht, en een van de meest invloedrijke voorvechters van een duurzamer Nederland, benadrukte dat vorige week nog tegenover NRC: “Als je de kennis [over verbanden tussen extreem weer en klimaat] vergroot, vertaal je onzekerheid naar risico. En de beoordeling daarvan leg je vervolgens daar waar die hoort: bij de politiek.” (NRC, 21 november 2015)

Maar of de politiek daarop zit te wachten is nog maar de vraag. “Wettelijke aansprakelijkheid is een gevoelig onderwerp,” zegt Van Aalst. We komen voor lastige beslissingen te staan: wie betaalt, als het er op aankomt, voor klimaatschade en noodzakelijke aanpassingen? Kunnen landen die de zwaarste klappen krijgen, hun verhaal halen bij de geïndustrialiseerde landen die een groot aandeel hebben in het veroorzaken van het broeikaseffect? “Juristen met wie we hierover spreken zijn heel terughoudend, maar ik ben er van overtuigd dat ons onderzoek uiteindelijk overeind blijft voor de rechter.”

Een abonnement op OneWorld magazine voor 25 euro

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Mathijs Boom (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij stortte zich de laatste jaren op de politiek en wetenschap van …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief