In alle openheid het debat aangaan over de rol die je als ontwikkelingsorganisatie of ministerie speelt in internationale ontwikkelingsprocessen. En nagaan of daarbij veranderingen, liefst verbeteringen, voorstelbaar zijn. Dat is de bedoeling van de beleidsdialoog van het ministerie van Buitenlandse Zaken ‘Ontwikkeling is verandering’. Gedurende ongeveer drie maanden wil het ministerie met die dialoog aan de weet komen welke nieuwe inzichten er ‘in het veld’ leven om daarmee nieuw ontwikkelingsbeleid te kunnen formuleren. Naast een internetdiscussie vormen drie dagen conferentie in CineMec, een moderne bioscoop langs de snelweg bij Ede, de meest tastbare kern van de beleidsdialoog.  

Kritiek
Geruisloos raast buiten het verkeer voorbij, terwijl binnen zo’n honderdvijftig vertegenwoordigers van ontwikkelingsorganisaties, ministeries, migrantenorganisaties en bedrijfsleven in zalen en foyers met elkaar in debat gaan. Binnen- en buitenlandse gastsprekers fungeren als katalysator voor de discussies in deelgroepen. Als initiator van de dialoog is minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders spreker op de startbijeenkomst op 22 mei waarbij hij de aanwezigen uitnodigt tot kritiek op zijn eigen beleid. Hij verwacht dan wel wederkerigheid, er en passant op wijzend dat ruim 20 procent van het ontwikkelingsbudget naar maatschappelijke organisaties gaat. ‘Dat doet geen enkel ander land in de wereld.’

Koenders hoopt antwoord te krijgen op een aantal vragen. Zoals: ‘Wie vertegenwoordigen niet-gouvernementele organisaties nou eigenlijk? Horen we echt de stem van de mensen in het Zuiden als internationale ngo-netwerken zich uitspreken?’

En Koenders heeft behoefte aan meer ‘coördinatie en harmonisatie’: de noordelijke ngo’s zouden een maatschappelijke variant van de Parijs-agenda moeten krijgen om hun werkzaamheden beter op elkaar af te stemmen. Zodat lokale partners bijvoorbeeld nog maar één rapport hoeven te schrijven voor al hun donoren.  

Zucht
Beperkte de startbijeenkomst zich nog tot inventarisatie van de thema’s waar de beleidsdialoog over moet gaan, tijdens het tweedaagse vervolg op 24 en 25 juni komt het debat pas echt op gang. Er ontstaat zelfs enige onrust als de organisatie van de dialoog, een stuurgroep die wordt voorgezeten door het ministerie, een iets te snelle en eenduidige samenvatting presenteert van de discussie tot dan toe. ‘De belangrijkste uitdaging van ontwikkelingssamenwerking is het doorbreken van machtsrelaties en het creëren van werkelijk egalitaire partnerships’, aldus een van de stellingen. ‘Alsof we tot nog toe onze wil hebben opgedrongen aan de partnerorganisaties’, merkt Oxfam Novib-directeur Farah Karimi op. ‘Dit mag zo niet naar het ministerie gaan!’ waarschuwt een andere deelnemer. Later, nadat een stemming over de gebruikte formulering ternauwernood is voorkomen, laat stuurgroeplid en onderzoeker Lau Schulpen weten dat de stellingen slechts als ‘aanjager van de discussie’ waren bedoeld. Een paar vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, die toch al niet in groten getale aanwezig zijn, besluit zuchtend en steunend – ‘Waar gaat dit over!’ – toch nog maar te blijven.  

Polderpolemiek
Na een aantal sessies in kleinere groepen over thema’s als ‘verantwoording afleggen’, ‘draagvlak’ en ‘taken Noord en Zuid’, moeten de deelnemers de bevindingen van de eigen discussies aan elkaar verkopen op een ‘vismarkt’. Het is druk bij de kraam van Buitenlandse Zaken. De standwerkers prijzen onder meer het idee aan om voortaan meer geld van de Nederlandse overheid rechtstreeks aan zuidelijke ngo’s te verstrekken. Zo wordt de schakel van Medefinancieringsorganisaties overbodig. ‘We willen toch méér zeggenschap voor het Zuiden?’

In de nabeschouwing is niet iedereen er gerust op dat de spraakmakende plannen van de visverkopers van BuZa louter als aanjager van de discussie dienden of een serieuze proefballon waren voor nog te vormen beleid. Een anonieme ambtenaar – ‘we moeten ophouden met het gepolder. Pas als je ziet waar de verschillen zitten, kun je heldere keuzes maken’ – ziet zijn hoop op een vlammende polemiek vervliegen als de voorzitter van de stuurgroep van de beleidsdialoog, Robert Petri, namens Buitenlandse Zaken het maatschappelijk middenveld vraagt te komen tot een ‘eenduidige visie’ op ontwikkeling. ‘Neem gemeenschappelijke standpunten in, dat helpt bij het maken van nieuw beleid. Anders wordt het moeilijk rekening met jullie te houden.’

In september zal het slotdocument van ‘Ontwikkeling is verandering’ verschijnen. Dan zal blijken hoeveel analyses er worden gedeeld. Daaraan vooraf gaat nog een peiling onder deelnemers van de dialoog of de concepttekst recht doet aan wat er op het internetforum en tijdens de conferenties is besproken. En minister Koenders zal, consensus of niet, tijdens een bijeenkomst op het ministerie op 6 oktober op het rapport reageren. Dan wordt duidelijk welke elementen uit de dialoog zullen terugkomen in een nieuwe beleidsnotitie van het ministerie voor het maatschappelijk middenveld.  

Kijk ook op www.ontwikkelingisverandering.nl

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief