Teak is een prachtige houtsoort waarvan veel meubels worden gemaakt. Het is bestand tegen houtrot en schimmels, het is zo hard dat insecten er vruchteloos hun kaken in zetten, het krimpt nauwelijks en zet ook niet uit. In tegenstelling tot veel goedkopere, lichtere houtsoorten. De duurzaamheid en schoonheid van teak vormen meteen ook zijn zwakke punt. De vraag is eenvoudigweg te groot. En omdat 80 procent van de teakbossen Vrouw Myanmarin Myanmar liggen, is dat geen goed nieuws.

De militaire dictatuur in Myanmar, het voormalige Birma, verbrak in 1988 de contacten met de rest van de wereld. Demonstraties voor democratische hervormingen werden hardhandig neergeslagen door de heersende SPDC, de Raad voor Vrede en Ontwikkeling in Myanmar.

 

Meubelmakers
Om de oorsprong van teakhout te achterhalen, is het geen slecht idee om in Thailand te beginnen. Een land met talloze geschoolde kunstenaars die de ruwe stukken hardhout veranderen in meubels en houtsnijwerk. Hun aanwezigheid, gecombineerd met het feit dat Thailand vlakbij Myanmar ligt, betekent dat er altijd grote voorraden teak voorhanden zijn. Terwijl het kappen van teakbomen in Thailand is verboden en er officieel een importverbod bestaat op teak uit Myanmar. Milieubeschermer Jeff Rutherford werkt al vijftien jaar in Zuidoost-Azië. Volgens hem heeft iedere meubelmaker of handelaar in Thailand de beschikking over Birmees teakhout.

 

China is een andere grote afnemer van het populaire hardhout. Volgens de milieuorganisatie Global Witness rijdt er iedere zeven minuten een konvooi vrachtwagens van Myanmar naar China dat per keer 15 ton hout transporteert. En dat 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. En heTeakt hout gaat voor een schijntje weg. Want hoewel in het Westen voor verwerkt hout astronomische bedragen worden betaald, kost teak in ruwe vorm vrijwel niets: slechts 20 dollar per ton.

 

Vernietiging
En toch is duurzame houtkap in Myanmar wel degelijk mogelijk, zegt milieudeskundige Jeff Rutherford. De Britten hebben er een enorme hoeveelheid kennis over bosbeheer achtergelaten. "Boswachters en parkbeheerders zijn slim en hebben een visie op hun werk", zegt hij. "In sommige gevallen nemen ze zelfs dappere beslissingen, maar het doet er niet echt toe. Als de Birmese regering iets wil, zoals de bouw van een cementfabriek in het Nationaal Park rond de berg Popa, dan gebeurt het gewoon."

Het is moeilijk te zeggen hoeveel land er wordt vernietigd door ongecontroleerde houtkap, maar volgens de milieuorganisatie Earth Right International is in 2003 alleen al in één district in Noord-Karen zo'n 120 hectare bos omgehakt.

 

Dwangarbeid
Volgens de International Displacement Monitoring Centre, dat zich bezighoudt met de gedwongen verhuizing van bevolkingsgroepen in Myanmar, heeft het leger in het oosten van het land 500.000 mensen naar andere gebieden overgebracht. De Karen worden in dit proces het ergst getroffen. Zij voerden een tientallen jaren durende guerrillaoorlog tegen het militaire regime.

 

Phil Thornton is journalist en auteur van 'Restless Souls' ('Rusteloze zielen'), een boek over de Karen. Sommige Karen vertelden Thornton hoe regeringssoldaten naar het dorp kwamen en de bewoners dwongen voor hen te werken. Saw Re Htoo was een van hen. Tussen 2002 en 2004 werkte hij onder dwang in de teakbossen. Vijf dagen achtereen hakte hij teakbomen om, daarna werd hij afgelost door een andere dorpsbewoner. "Het waren grote bomen", zegt hij. "Ik kon mijn armen er niet omheen slaan. Maar ik moest er tien per dag omhakken." De arbeiders moesten tijdens het werk ook voor hun eigen voedsel zorgen.

 

Bloedhout
En toch heeft Saw Re Htoo nog geluk gehad. Een vriend van hem ging naar het kaalgeslagen bos toen de militairen er klaar waren, en stapte op een van de vele landmijnen die de soldaten neerleggen in de door hen bezette gebiedLandmijnen. Hij raakte zijn voet kwijt en moest bovendien een boete van 5.000 kyat (ongeveer 5 euro) betalen, wegens het vernielen van militaire eigendommen.

 

"Europeanen moeten weten dat er bloed kleeft aan die tuinmeubelen", zegt Jeff Rutherford. De enorme bedragen die met deze industrie worden verdiend, gaan overduidelijk niet naar de mensen die al honderden jaren in de teakwouden wonen. Het wordt hen zelfs verboden om hout te kappen voor hun eigen huizen. De Karen en andere stammen zien zich genoodzaakt bamboe te gebruiken.

 

En ondertussen zien ze honderd jaar oude bossen voor hun ogen verdwijnen. "Waar zijn alle bossen gebleven?", vraagt Pitagee, een oude Karen-dorpsbewoner, zich af. Die zijn allemaal beland in Westerse woonkamers en in de zakken van het Birmese militaire bewind.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de Wereldomroep.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief