De overheid is de grootste inkoper in Nederland en schaft per jaar voor 60 miljard euro aan diensten en goederen aan, variërend van paperclips tot snelwegen en van plantsoenonderhoud tot financieel advies. Vier jaar geleden werd afgesproken dat alle inkoop duurzaam zou zijn, met als doel het milieu te besparen en het ontstaan van een groene economie te stimuleren. Nu blijkt dat daar weinig van terecht is gekomen. Sterker: de aandacht voor duurzaam inkopen neemt bij ambtenaren juist af.

De belangrijkste conclusies van het onderzoek:

  • Overheden kopen naar eigen zeggen voor gemiddeld ruim negentig procent in.
  • Dit lijkt veel, maar in het overgrote deel van de gevallen wordt ingekocht met “verouderde en weinig onderscheidende minimumnormen”, waardoor de aankopen te weinig tot nauwelijks bijdragen aan groene groei.
  • Er wordt te weinig gecontroleerd of de ingekochte goederen en diensten ook daadwerkelijk groen zijn; duurzaamheidsbeloften in offertes worden in ruim 40 procent van de gevallen in de praktijk niet waargemaakt.
  • De overheid hecht weinig waarde aan duurzaamheidscriteria: in 70 procent van de gevallen is de laagste prijs belangrijker.
  • Duurzame inkoop krijgt een steeds lagere prioriteit: 42 procent van de inkopers bij gemeenten en provincies zei al in 2013 dat er steeds minder op gelet wordt.
  • Er is geen controle op de afspraken om 100 procent duurzaam in te kopen en er zijn geen sancties op het uitblijven van naleving.

De conclusies zijn gebaseerd op onderzoek van groene ondernemersvereniging De Groene Zaak (een enquête bestaande uit 30 vragen, uitgevoerd bij 10 grote gemeenten en 10 provincies) en eerder onderzoek van onder andere onderzoeksbureau Ecorys en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

De index is gebaseerd op antwoorden van geënquêteerde inkopers van overheden. De maximale score is 30 punten. Bron: Quick scan Duurzaam Inkopen bij provincies en gemeenten.

Gemiste kans
Zes maatschappelijke organisaties – waaronder werkgeversorganisatie VNO-NCW, MKB Nederland, MVO Nederland en De Groene Zaak – omschrijven in een brief aan de Tweede Kamer het falende inkoopbeleid als een gemiste kans. “Innovatie en groene groei kunnen een impuls krijgen wanneer overheden op een slimme manier hun inkoop vormgeven, en daarbij niet alleen kijken naar de laagste aanschafprijs. (…) Duurzaam inkopen is een strategisch instrument dat direct kan bijdragen aan groene groei, de doelen van het Energieakkoord en zeker ook financiële doelstellingen van het kabinet.”

Waarom kopen het Rijk, de provincies en de gemeenten niet genoeg duurzaam in? Jeroom Remmers van De Groene Zaak, die het onderzoek leidde: “Veel ambtenaren zeggen het te druk te hebben om naast hun andere werk ook nog duurzame voorwaarden te controleren, of de tijd te nemen ze goed te formuleren. Ze worden er niet op aangesproken als het niet duurzaam ingekocht is, omdat er niet op gecontroleerd wordt.” Immers: als een brug niet goed gebouwd blijkt te zijn, is er direct politieke hommeles. Maar als deze niet met milieuvriendelijke materialen is gebouwd, zal geen haan daarnaar kraaien.

“Veel duurzame producten zijn bij aanvang duurder, ook al kunnen ze op de lange termijn geld besparen”, zegt Remmers. “Door bezuinigingen kampen overheden met krimpende budgeten en krijgt de goedkoopste aanschaf vaak voorrang. Terwijl is afgesproken dat de 'total cost of ownership' – de kosten van gebruik tijdens de hele levensduur – de leidraad wordt bij inkopen.” 

Gebrek aan kennis
Daarnaast ontbreekt het veel ambtelijke inkopers aan kennis. Remmers: “In 2010 was er een landelijk programma om ambtenaren kennis bij te brengen over de nieuwe regels. Hiervoor was jaarlijks 5 miljoen euro beschikbaar, maar daar is door bezuinigingen nog maar een fractie van over.”

Voor sommige aanbestedingsprojecten, zoals voor infrastructuur, is inderdaad veel kennis nodig en is niet altijd duidelijk wat de meeste duurzame keuze is. Maar dit gaat niet altijd op. Zo kopen veel gemeenten nog grijze stroom in of groene stroom met omstreden certificaten (zogeheten ‘sjoemelstroom’), terwijl zij gemakkelijk voor 100 procent groene, in Nederland opgewekte stroom kunnen kiezen. Of neem catering. De provincies Limburg, Gelderland, Flevoland en de gemeenten Den Haag, Breda en Groningen geven aan niet meer dan 40 procent biologisch te cateren. Andere gemeenten, waaronder Amersfoort, tonen aan dat 95 tot 100 procent duurzame catering mogelijk is, zonder al te hoge meerkosten.

In hun brief aan de Kamer pleiten de zes maatschappelijke organisaties voor ander inkoopbeleid. Remmers: “Overheden kunnen bijvoorbeeld zeggen: de offerte mag maximaal dit bedrag beslaan, en we kiezen de meest duurzame optie. Er wordt dan niet geconcurreerd op prijs, maar op duurzaamheid.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief