32_MaryShop

Foto: Aernout Zevenbergen

Mary Chepkwony glimlacht als ze haar hand uitsteekt naar Samuel Kinuthia. 'Hoe gaat het met jou?' Kinuthia knikt beleefd. 'Naar omstandigheden goed. En jij?'

Ze kijken elkaar wat ongemakkelijk aan. Ogen schieten heen en weer. De twee Kenianen ontmoeten elkaar in het niemandsland net buiten het dorpje Burnt Forest. Zij woont rechts van het verlaten gebied, hij links in een kamp voor ontheemden.

'Wanneer zagen we elkaar voor 't laatst?' Kinuthia probeert de gespannen sfeer te doorbreken. Chepkwony: 'Dat zal een maand geleden zijn geweest. Vlak voor het geweld losbrak. Hoe erg ben jij er aan toe?'

Samuel Kinuthia en Mary Chepkwony kennen elkaar al dik vijftien jaar. Beiden zijn lid van een vredesnetwerk in dit deel van de Rift Valley, dertig kilometer ten oosten van de stad Eldoret. Hij is een Kikuyu, zij een Kalenjin. Al vijftien jaar werken ze gezamenlijk aan de verbetering van de betrekkingen tussen hun beide gemeenschappen. 'Het heeft ons jaren gekost om Kikuyu en Kalenjin met elkaar te laten praten', zegt Chepkwony. 'Het wederzijds vertrouwen groeide. Mensen deden met en naast elkaar zaken, er vonden zelfs huwelijken plaats. Die resultaten zijn in een mum van tijd ongedaan gemaakt. We moeten weer van voren af aan beginnen.'

Een glimlach. Een zucht. Een wanhopige blik, die snel verdwijnt. Wanhoop kunnen ze zich niet permitteren. De helft van Burnt Forest is deze maand in vlammen opgegaan bij het politieke en etnische geweld. Buiten het dorp zijn Kikuyu door Kalenjin van hun boerderijen en hun land verjaagd. Uit wraak staken Kikuyu alle winkels en gebouwen van Kalenjin in het dorp in brand.

Opbrengst
Kleine stofwolkjes vliegen omhoog als Karisho Mwai met een stokje door as veegt. Naast hem staat een jutezak vol verroeste en geblakerde spijkers, ringen en ander metalen afval. Hij zoekt een vierkante meter nauwkeurig af en steekt zijn hand in het puin als hij iets ziet. Dan gaat hij verder naar de volgende vierkante meter. Mwai heeft nog tientallen vierkante meters door de ruïnes van het dorpje te gaan, langs glasscherven en verkoolde struiken.

Ook Mwai's huis, net buiten het dorp, is in de as gelegd. Samen met zijn oogst, zijn koe en vijf schapen, zijn potten en pannen, zijn administratie en zijn kleren. Nu woont hij in een kamp voor ontheemden, op het terrein van een school. Hij speurt in de asresten naar schroot om te verkopen. Beloning: drie eurocent per kilo. In zijn jutezak bewaart hij de opbrengst van vandaag: twee kilo.

Opnieuw is de bevolking van Burnt Forest, op vijfhonderd kilometer van Nairobi, het slachtoffer van de strijd om de macht in de hoofdstad. In de aanloop naar de eerste meerpartijenverkiezingen van 1992 brandde Burnt Forest ook al. Kikukyu en Kalenjin gingen op de vuist, aangemoedigd door hun leiders. Kandidaten hoopten met het geweld en de intimidatie aanhangers van de tegenpartij, bijna altijd leden van andere etnische groepen, op de vlucht te doen slaan zodat ze niet konden stemmen.

Al sinds de Britse koloniale dagen zetten machthebbers de diverse etnische groepen tegen elkaar op, naar het principe 'verdeel en heers'. Rapporten van denktanks, onafhankelijke organisaties en buitenlandse adviseurs wezen tien jaar geleden al op diepliggende spanningen tussen de 42 etnische groepen van Kenia. De historisch gegroeide sociaal-economische ongelijkheid voedt het onderlinge wantrouwen en de haat, aldus een dik rapport van Keniaanse wetenschapper Barasa Nyukuri in 1997.

 Samuel Kinuthia en Mary Chepkwony werken al
dik vijftien jaar aan het verbeteren van de
betrekkingen tussen hun beide gemeenschappen
Foto: Aernout Zevenbergen

'De conclusies en aanbevelingen uit zijn rapport zijn al tien jaar openlijk beschikbaar', zegt Selline Korir van SNV in Eldoret. Korir werkt in de Rift Valley in een vredesprogramma en probeert etnische groepen met elkaar in contact te brengen. 'Maar de regeringen van Moi en Kibaki hebben het nooit de moeite waard gevonden om de oorzaken weg te nemen.' SNV werkt nu in diverse kampen samen met lokale partners om het onderwijs te verzorgen. Al binnen een paar weken hadden mede dankzij interventies van SNV onderwijzers, functionarissen en scholieren elkaar gevonden in tentjes in de kampen om de lessen doorgang te laten vinden.   

Bedrog
Vredesactiviste Chepkwony heeft vijftien jaar lang haar best gedaan om herhaling te voorkomen. In de jaren na de eerste geweldsgolf van 1992 trok zij eropuit om bondgenoten te vinden. 'De spanning was niet te dragen. Mensen spraken niet meer met elkaar. Je kon niet rondlopen, de scholen waren dicht, er was geen vervoer meer. Mensen leefden in angst.' Met Kinuthia en anderen zette Chepkwony een vredesnetwerk op van mensen uit verschillende etnische groepen.

Kinuthia zegt hoe de regio de vruchten plukte van de verzoening. 'We gingen gezamenlijk naar ceremonieën, bouwden samen bedrijven op en kochten bij elkaars winkels. De verkiezingen van 2002 waren de vreedzaamste ooit. Maar ja, iedereen was het er toen over eens dat Kibaki de president moest worden. Het gevoel was unaniem: we willen verandering. En hij zou die brengen.'

Deze keer ging het geweld niet vooraf aan de verkiezingen, maar volgde het direct na de bekendmaking van de winnaar, inmiddels zittend president Mwai Kibaki, op 30 december. Zijn overwinning is omgeven met fraude en bedrog. Aanhangers van de oppositie zijn daar woedend over.

Samson Mangony (50), Kalenjin-dorpsoudste van het nabij gelegen Kondoo, legt  uit waarom hij kwaad is: 'In 2002 stemden we massaal voor Kibaki. We wilden een nieuwe politiek. Hij beloofde een einde van de corruptie, hij beloofde banen, een nieuwe grondwet. Geen van die beloften heeft hij ingelost. Hij is in de schoenen gestapt van zijn voorganger en wandelt verder op dezelfde weg. Wij kozen dit jaar voor de verandering die we vijf jaar geleden wilden. En nu durft Kibaki zelfs die verkiezingen te stelen.'

 'Zolang de crisis niet aan de top is opgelost, blijft het wantrouwen te groot'   

Het was echter niet de woede van de oppositie die het vuur ontstak in Burnt Forest, maar het feest van de aanhangers van zittend president Kibaki. 'Zodra het nieuws bekend werd gemaakt van Kibaki's overwinning,' zegt de Kalenjin dorpsoudste Samson Mangony (50), 'begonnen Kikuyu hier te zingen en te dansen.' Mangony staat tussen de resten van verkoolde tokootjes in het 'winkelcentrum' van Kondoo, net buiten Burnt Forest. Hij had zijn eigen toko te midden van zijn volksgenoten en Kikuyu.

'Het ging fout toen Kikuyu ons begonnen uit te schelden. Ze riepen dat wij de onbesneden knaapjes van oppositieleider Raila Odinga waren. Zo'n belediging aan het adres van een Kalenjin is de ergste die je je kunt voorstellen. Wij zijn krijgers, wij zijn besneden. Net als de Kikuyu. Die belediging kan geen Kalenjin ongestraft over zich heen laten komen.'

Vuistgevechten braken los, de eerste toko ging in de fik. En voor Burnt Forest er erg in had, stonden de boerderijen op de heuvels en het dorp zelf in lichterlaaie. Er vielen zeker 38 doden en tienduizenden in de regio sloegen op de vlucht.  

Hoge heren
De twee vredesactivisten Kinuthia en Chepkwony ondergingen ook de terreur. Kinuthia's boerderij ging in vlammen op, net als de slagerij van Chepkwony's echtgenoot, wiens arm ook nog op drie plaatsen werd gebroken. Kinuthia raakte zijn oogst kwijt en zijn vee.

Ze werden niet alleen belaagd door leden van de andere etnische groep, maar ook door eigen stamgenoten. 'Verrader!' schreeuwden Chepkwony's buren, klaar om de deuren van haar woning in te trappen. Ook Kinuthia verloor in een dag het respect dat hij altijd had gehad. 'Je loopt hier nu al jaren rond om over vrede en verzoening te praten,' werd hem verteld, 'en kijk nu eens waartoe dat gekoesterde vertrouwen van jou heeft geleid!'

De twee ontmoeten elkaar in het niemandsland omdat een weerzien op de heuvel waar zij woont of in het dorp waar hij naartoe is gevlucht te riskant is. De een zou aangevallen worden als lid is van 'de andere groep', de ander zou meegesleurd worden als 'een verrader van de eigen groep'.

Voor verzoening is nu geen enkele mogelijkheid, zeggen beiden. De emoties lopen nog steeds hoog op. Tienduizenden mensen hebben geen woning, land of oogst meer. Chepkwony: 'Het kostte ons zes jaar om de groepen bij elkaar te krijgen na het geweld van 1992. De omstandigheden zijn nu nog moeilijker dan toen. Veel meer mensen zijn direct door het geweld getroffen. En het heeft overal in Kenia plaatsgehad.'

Haar kameraad Kinuthia: 'Nu is niet de tijd om met mensen te gaan praten. Zolang de crisis niet aan de top is opgelost, blijft het wantrouwen tussen de gewone burgers te groot. En eerst zullen we onze pijn moeten verwerken, onder elkaar. De verliezen zijn nu te groot geweest. We moeten onze eigen weg vinden. Daarna kunnen we vertegenwoordigers naar elkaar sturen. Maar dat kan pas over maanden, en misschien pas over een paar jaar.'

De Kalenjin-oudste Mangony van het tot op de grond toe afgebrande Kondoo wil helemaal niets horen over verzoening en vrede met de Kikuyu uit de buurt. Hij wil eerst zien wat er gebeurt in Nairobi en welke compromissen de hoge heren daar afsluiten. 'Als oppositieleider Odinga te veel water bij de wijn doet, als wij niet geloven dat er op korte termijn structureel iets gaat veranderen in dit land waar wij wat aan hebben – als Odinga ons verraadt, geloof me: dan zijn de Luo de volgende van wie we de huizen in de fik zullen steken.'

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief