Massive Open Online Courses (MOOC) zijn hip. Een middel om studenten iets extra’s te geven en een mogelijkheid de hele wereld te onderwijzen.

Jet Bussemaker, Minister van Onderwijs is overtuigd: “Het is echt een revolutie die het onderwijs voorgoed zal veranderen,” zei ze bij De Wereld Draait Door. Wat houdt die ‘revolutie’ in?

MOOC
Digitaal onderwijs waar de lessen en het lesmateriaal online worden verstrekt. Deelnemers zijn dus niet meer aan een locatie gebonden en in plaats van een enkele gevulde collegezaal kunnen duizenden mensen wereldwijd de colleges volgen. Studenten  doen ook online opdrachten en kunnen met elkaar samenwerken. 

Gevarieerde studenten
Stefaan van den Bogaert (40) heeft de MOOC ‘The Law of the European Union: An Introduction’ gemaakt. In korte filmpjes van tien minuten, onderbouwd met oefenvragen en casusopdrachten, wordt Europees Recht door de digitale studenten eigen gemaakt.

Volgens Van den Bogaert trekt het online college een gevarieerd publiek aan. De groep ‘25 tot 29 jaar’ is volgens hem de grootste afnemer van het college: “Dat zijn young professionals die in aanraking komen met Europees recht en de cursus volgen om kennis op te doen voor hun werk”, verklaart de hoogleraar. Daarnaast zijn er jongeren onder de 21 jaar maar ook 65 plussers die de MOOCs uit interesse voor het onderwerp volgen.

“Mijn studenten zitten overal. In landen als China en Australië, maar ook landen zo klein als Nepal”, aldus Van den Bogaert. Onpersoonlijk zijn de MOOCs echter niet: er wordt verwacht dat de studenten met elkaar discussiëren op het forum en elkaars opdrachten nakijken.

Student kijkt na
Als docent duizenden tentamens van studenten nakijken. Dat kan niet anders dan met multiple choice vragen. Volgens de hoogleraar is dat niet de enige manier om te tentamineren: “Er worden casussen geformuleerd en nagekeken door medestudenten aan de hand van een nakijkmodel die ik maak.” Gaat dat wel goed? “De studenten zijn vaker strenger  in nakijken dan ik!”

Volgens Van den Bogaert profiteert de Universiteit Leiden niet van de MOOCs. “We stoppen veel tijd en geld in MOOCs maar er zit nog geen winstmodel achter”, legt de hoogleraar uit. “Indirect vergroot het wel de naamsbekendheid van de professor en de universiteit maar dat blijft onzeker omdat het niet zo goed te meten is. De Universiteit Leiden investeert in de online colleges omdat de universiteit graag meegaat in onderwijsvernieuwing: “Dit is toch wel het neusje van de zalm als we het over vernieuwing hebben.”

Logische vooruitgang
MOOCs zijn niet van de ene op de andere dag ontstaan. “Veel materiaal dat je in colleges en lessen kan gebruiken stond al op internet en staat bekend als Open Educational Resources (OER)”, vertelt  Joost Groot Kormelink (52),projectleider van de MOOC ‘Next Generation Infrastructures’ aan de TU Delft. “De volgende stap was dat men hele vakken publiceerde. Denk aan boeken, collegeopnamen, oefenopdrachten, en tentamens. Open Course Ware (OCW) noem je deze manier van lesmateriaal verschaffen”, vertelt Groot Kormelink. “De volgende beweging was dat mensen op basis van OER en OCW gratis  en informeel onderwijs zijn gaan verzorgen voor kleine groepen en daarna volgden de  MOOCs waar de collegezaal  van formele onderwijsinstellingen online is.

Voor iedereen?
De mogelijkheden van MOOCs lijken onbeperkt. “Toegankelijkheid van wetenschappelijke kennis voor iedereen”, zei Bussemaker bij De Wereld Draait Door. Dat is een grote belofte. Van Harvard tot aan de sloppenwijken van Mumbai: iedereen aan de studie. Althans, als je een internetverbinding hebt.

Mattheüs effect
Volgens Jos Walenkamp, lector Internationale Samenwerking aan De Haagse Hogeschool, zullen in ontwikkelingslanden MOOCs alleen weggelegd zijn voor de welvarende burger. “We hebben te maken met het Mattheüs effect.” Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen zegt Mattheüs. “Mensen die hoger onderwijs genieten of een internetverbinding hebben, en daarom het minst nodig hebben, zullen toegang hebben tot meer, namelijk de MOOCs” volgens de lector.

Toch is het volgens Walenkamp geen verloren zaak: “Mobiele telefoontjes waren een tijd geleden ook alleen voor de elite maar die gebruikt nu ook iedereen.” Groot Kormelink van TU Delft denkt dat MOOCs beschikbaar maken op de telefoon kan helpen  met het bereiken van zo veel mogelijk mensen in ontwikkelingslanden. “De inhoud moet wel aangepast zijn aan wat ze daar belangrijk vinden om te leren”. Delft ontving enthousiaste reacties op de MOOC ‘Water Treatment‘ volgens Groot Kormelink.

Internetverbinding essentieel
“Naast het aanbieden op telefoons blijft de internetverbinding essentieel”, meent de MOOCmaker. Maar ook daar is al iets voor gevonden: “Er zijn al mogelijkheden om onderwijsmateriaal  in een keer te downloaden waardoor je niet meer afhankelijk bent van een constante internetverbinding.”

MOOCs liggen dus nog in de toekomst maar met OERs, het online zetten van lesmateriaal, wordt al actief gewerkt. “Zoals het African Health Project, een OER waarbij universiteiten in Afrika samen met experts in het westen onderwijsmateriaal ontwikkelen op het gebied van gezondheidszorg en alles delen”, vertelt Groot Kormelink.

Hoe verder?
Volgens Groot Kormelink hechten werkgevers nog onvoldoende waarde aan MOOCs: “Hopelijk verandert dat als er studiepunten zijn verbonden aan het succesvol afronden van een MOOC.” Volgens de projectleider zullen MOOCs steeds meer onderdeel worden van het reguliere onderwijs. “Maar om het een revolutie te noemen zoals Bussemaker, vind ik wel zwaar.”

Bekijk hier de uitzending met Jet Bussemaker in De Wereld Draait Door:

Foto: Sean MacEntee

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief