Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Vandaag ga ik geen andere mensen citeren, maar vertel ik uit eigen ervaring. Mijn dochter doet graag mee. Want ik ben een moeder van geadopteerd kind uit Azië. Samen begrijpen wij heel weinig van de uitspraak: dat het in het belang van het kind is om de biologische ouders te helpen of een gezin dicht bij huis te zoeken. “Mijn moeder wilde mij niet”, vertelt mijn dochter Naomi (13). “Waarom zou je haar dan geld moeten geven?” Bovendien – we lachen er samen hartelijk om – wilde geen Indonesisch gezin haar opnemen, omdat ze te ‘zwart’ is.

Toen haar vader en ik haar 13 jaar geleden voor het eerst in het weeshuis ontdekten, waren we in een klap verliefd op haar. Twee dagen zaten we aan haar bed gekluisterd. In die tijd zagen we Indonesische families langs de kleintjes trekken. Het kind dat ze meenamen naar huis moest licht van huidskleur zijn en dezelfde neus als de moeder of de vader hebben. De buitenwereld mocht niet weten dat het kind is geadopteerd. In India waar we vijf jaar woonden en in Pakistan, ons huidige ‘gastland’ willen ze helemaal geen kind van een ander, omdat die uit de armste laag van de bevolking komt. Kastelozen in India, christenen of hindoes in Pakistan. In overvolle weeshuizen, waar nauwelijks geld is voor goede voeding of onderwijs, brengen ze hun jeugd door tot ze als schoonmaker, straatveger of straatverkoper opnieuw met moeite rond kunnen komen. Waar zijn deze kinderen beter af?

Haar beste vriendinnetje Gemma had gezegd dat ik niet haar echte moeder was.

Had je in Indonesië willen blijven? Denk je vaak aan je moeder, je vader en de twee broertjes die je hebt? Vraag ik regelmatig aan mijn dochter. Zou jij je moeder graag willen kennen? Ik besef heus wel dat ze nog erg klein is. Ze toont weinig belangstelling. “Ik zou graag willen weten of ik haar haar heb”, zegt ze lachend. Haar haar betekent wat. Naomi heeft lang krullend haar. De meeste Javanen hebben stijl haar. Bijna dagelijks is ze bezig die ‘stomme krullen’ eruit te halen.

Ze denkt weinig over haar adoptie na. Ik weet nog toen we in India woonden dat ze op een dag briesend thuis thuiskwam. Haar beste vriendinnetje Gemma had gezegd dat ik niet haar echte moeder was. Ze kneep me in mijn huid. “Je bent toch niet van plastic”, was haar conclusie. We maken soms zelfs grappen over de adoptie. Als ze boos is op mij zeg ik medelijden met haar te hebben omdat nu net ik aan haar bed stond. Misschien was er na mij wel een veel leukere moeder gekomen. Vroeger vonden we vragen als: “Is zij jouw dochter? Jij bent wit en zij is zwart”, vrij irritant. Nu lachen we er samen om. “Kun je dat niet zien”, zegt tegenwoordig zelfs Naomi. “We hebben dezelfde kleur haar en ogen!” Of ze noemt de vragensteller een racist. Ze was nog heel klein toen ze met haar armen in haar zij de wereld vertelde dat je niet over huidskleuren praat. We zijn allemaal gelijk!

Romantiseer ik? Uit cijfers blijkt dat 25 % van de buitenlandse adoptiekinderen problemen krijgt tijdens de pubertijd. Dan zou het zogenaamde geen-bodem-syndroom beginnen op te spelen.  Tijdens hun allereerste levensfase hebben ze te weinig affectieve banden ontwikkeld. Ze krijgen nu moeite zich aan te passen in een gezin of met het tonen van hun gevoelens, staat in een onderzoek.

Ik heb Naomi niet geadopteerd omdat ik haar een beter leven wilde geven.

Mijn dochter is soms een vervelende puber. Dat was ik ook toen ik dertien was. De hele wereld was tegen mij. Ik vermoedde zelfs dat ik was geadopteerd, lees ik in mijn oude dagboeken. Hoeveel dwarse pubers telt Nederland? In hoeveel gevallen breekt de relatie tussen de ouders en het ‘echte’ kind? Is dat een reden buitenlandse adopties te stoppen?

Ik heb Naomi niet geadopteerd omdat ik haar een beter leven wilde geven. Het was een vrij egoïstische keus. Ik wilde moeder worden. Ze is het beste dat me overkwam. Mijn Hollandse Javaan.

Ze heeft nooit in Nederland gewoond. Ze ging naar Nederlandse scholen in het buitenland en als die er niet waren naar klasjes op de ambassade. Waar ze bergen, diepe meren en sneeuw in Nederland tekende. Ze is dol op een broodje kroket, een pannenkoek, stroopwafels en dropjes. Ze houdt van Nederland. Als het vliegtuig bijna op Schiphol landt, kan ze wel huilen van blijdschap. In Islamabad mist ze de zoete drankjes, de Nasi Goreng, kroepoek en Mi Goreng uit Jakarta. In India waren het- gooien- met- verf- festival Holi en Diwali, het verjagen van boze geesten met lampjes, haar hoogtepunten.

Wat als we haar naar de kampung van haar moeder hadden gebracht? Haar financieel hadden geholpen met de dorpsschool, misschien later de universiteit in Jakarta, was ze beter afgeweest? Ik stel haar die vraag. Ze noemt me dom. Dat doet ze wel vaker. Ze is dertien. Ze weet wat ze wil: sociale studies, mensenrechtenactivist worden of advocaat.

Mijn kind is een wereldburger. Haar Engels is A plus, haar Chinees is prachtig en ze ziet er straks naar uit om Frans te mogen leren. Ze heeft vriendinnen uit alle landen overgehouden, moslims, christenen, van alles wat. Maar het meest mist ze haar oma’s en neefjes, haar familie in Nederland.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
wilma2

Wilma van der Maten

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor onder andere OneWorld, het Parool, DPD, VPRO, VRT en Elsevier.
Profielpagina

Advertentie

Webp.net-compress-image

Advertentie

MTM-19-19_oneworldbanner_2 (002)