ES_Ocxam_Gua-D510

Het is niet verwonderlijk dat de minister de (meer)
waarde van het maatschappelijk middenveld in
armoedebestrijding wil bespreken

Foto: Roel Burgler

Wereldwijd zijn er grote veranderingen gaande: nieuwe grote economieën als China, India en Brazilië komen op, er ontstaan nieuwe regionale organisaties, de tegenstellingen tussen arm en rijk binnen landen worden groter, religieuze tegenstellingen worden scherper en de geloofwaardigheid van het Westen en van internationale organisaties als de VN is aangetast. Het grote vraagstuk van schaarste (hoge voedselprijzen, de strijd om grondstoffen en energiebronnen) en de vergaande gevolgen van klimaatverandering, in het bijzonder voor de meest kwetsbare groepen, vormen genoeg aanleiding om ons te bezinnen op de toekomstige uitdagingen van internationale samenwerking en elkaars rol daarin. Ik zeg met opzet elkaars rol: de rol van de overheid en het maatschappelijk middenveld. In het bijzonder moet in ontwikkelingssamenwerking continu worden nagegaan wat veranderingen betekenen voor de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan het gevoerde beleid. Alleen zo kunnen de Nederlandse overheid en particuliere organisaties op effectieve wijze vorm blijven geven aan internationale solidariteit en nagaan wat de impact van de interventies zijn en of de juiste keuzes worden gemaakt. Daarom zijn leren, kennis vergaren en eigen veronderstellingen toetsen aan de praktijk wat mij betreft een constant onderdeel van ons werk.

Lammers
Omdat ongeveer een kwart van het ontwikkelingsbudget aan het maatschappelijk middenveld ofwel civil society in het Zuiden wordt besteed, is het niet verwonderlijk dat de minister de (meer)waarde van het maatschappelijk middenveld in armoedebestrijding wil bespreken. De financiële steun vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het maatschappelijk middenveld verloopt via Nederlandse ontwikkelingsorganisaties (het particuliere kanaal), via directe steun die het ministerie verstrekt aan internationale niet-gouvernementele organisaties en via ambassades aan lokale maatschappelijke organisaties. Een voor de hand liggende vraag is: waarom zou het ontwikkelingsgeld eerst naar een organisatie als Oxfam Novib moeten gaan om vervolgens bij de civil society in het Zuiden te belanden?

In de 'notitie-Lammers' (Civil society en structurele armoedebestrijding: De rol van actoren uit het Nederlands maatschappelijk middenveld, 2001) geeft het ministerie zelf argumenten voor de eigenstandige positie van het particuliere kanaal: 'De specifieke vorm en ontwikkelingsfase van civil society vragen om maatwerk bij externe interventies. Dat maatwerk kan veelal het best geleverd worden door actoren uit civil society in het Noorden.' Naast deze argumenten is de praktijk de beste testcase.

Van democratisering en respect voor mensenrechten is in een aantal economische succesgevallen, zoals Rusland en China, geen sprake. In tegendeel, in toenemende mate zijn regimes en elites door succesvolle economische groei en/of controle over de opbrengsten uit natuurlijke hulpbronnen in staat om politieke repressie te financieren (zie 'Development and Democracy' in Foreign Affairs van september 2005, waarin wordt betoogd dat economische liberalisering in veel gevallen niet zal leiden tot politieke liberalisering en tenslotte democratie). Daardoor staan burgers en hun organisaties onder toenemende druk. Repressieve regelgeving, bestuurlijke willekeur en gewelddadige acties ten opzichte van het maatschappelijk middenveld maken de werkomgeving voor maatschappelijke organisaties in een groot aantal landen steeds grilliger.

Laat de bilaterale relatie niet zijn van overheid tot overheid, maar van land tot land 

Wat de bijdrage van een ontwikkelingsorganisatie als Oxfam Novib uniek maakt, is de kennis, capaciteit en kwaliteit die in de loop der jaren ontwikkeld zijn om een combinatie van verschillende rollen waar te maken. Het draait hierbij om samenwerking met maatschappelijke organisaties en sociale bewegingen onder doorgaans moeilijke omstandigheden, in een poging bij te dragen aan duurzame veranderingen. Dit kan geen enkele overheid overnemen. Onze partnerschaprelatie met maatschappelijke organisaties is namelijk veel meer dan slechts een financiële relatie. Solidariteit, gedeelde waarden, gezamenlijke campagnes en acties, capaciteitsontwikkeling en het delen en faciliteren van kennisontwikkeling vormen de basis van onze partnerschaprelaties. Hiervoor gebruiken wij naast strategische financiering ook andere middelen zoals lobby en advocacy, mediawerk, campagnes en publieke bewustwording in Nederland. Oxfam Novib kan daarbij terugvallen op meer dan vijftig jaar ervaring en het internationale netwerk van de confederatie van Oxfam International met dertien Oxfam-leden, twee zuidelijke aspirant-leden in India en Mexico, en meer dan achtduizend maatschappelijke partnerorganisaties wereldwijd.

Moeten we met een dergelijk track record tevreden achteroverleunen? Absoluut niet. Want de krachten die onrechtvaardige machtsverhoudingen in de wereld in stand houden, blijven actief.

Gezien de veranderingen in de wereld, de opkomst van bedrijven die zich met armoedebestrijding willen bezighouden, de ontwikkeling van regionale instituties en de opkomst van een aantal sterke en grote organisaties in ontwikkelingslanden, vraag ik mij regelmatig af of wij wel de juiste allianties aangaan binnen het bedrijfsleven en met overheden. Zijn we ons voldoende bewust van de risico's van het werken met lokale actoren in fragiele staten als Somalië, Afghanistan of Zimbabwe? Net zo relevant is de vraag of wij er voldoende in slagen de risico's van ons handelen in moeilijke omstandigheden aan het Nederlandse publiek duidelijk te maken. Eenvoudig is het niet. Wij komen namelijk in toenemende mate voor dilemma's te staan omdat we onze eigen normen en waarden niet altijd herkennen bij de wederpartij, waarmee we een gezamenlijk doel nagestreven. Soms bekruipt mij zelfs het gevoel dat we huiverig zijn onze eigen waarden te expliciteren.

Expertise
Naast de discussie over de meerwaarde van organisaties als strategische financiers zullen er andere thema's in de beleidsdialoog aan de orde komen, maar één onderwerp is al nadrukkelijk door de minister geagendeerd: complementariteit. Ik spreek liever van 'synergie', omdat dit meer gelijkwaardigheid impliceert. Naar mijn overtuiging kan synergie alleen bestaan als de verschillende partijen autonoom zijn, want zonder autonomie is er sprake van onderschikking. Wanneer de Nederlandse overheid de bilaterale hulp aan een overheid van een ontwikkelingsland opschort, betekent dat niet dat alle Nederlandse maatschappelijke organisaties in het kielzog van de overheid moeten stoppen met hun werk. Als dat wel het geval zou zijn, zouden we niet kunnen spreken van een autonome afweging bij organisaties als Oxfam Novib. De bevolking zou dubbel worden getroffen en de geloofwaardigheid van onze claim van solidariteit met de bevolking zou ernstige schade oplopen.

Daarnaast zal het herstellen van de relatie met het betreffende land in de toekomst moeilijker verlopen als er helemaal geen kennis en contacten meer aanwezig zijn. Oxfam Novib was jarenlang in Afghanistan een van de weinige buitenlandse organisaties die actief Afghaanse maatschappelijke organisaties steunde, ruim voordat het land in 2001 wereldnieuws werd. Toen Afghanistan in dat jaar ineens topprioriteit werd voor het ministerie van Buitenlandse Zaken en er een gebrek bleek te zijn aan gedegen kennis, werd gretig gebruik gemaakt van de aanwezige expertise bij maatschappelijke organisaties als Oxfam Novib.

In falende of fragiele staten, meer in het algemeen in conflictsituaties, kan een overheid sowieso moeilijker aan een volwaardige bilaterale relatie vorm en inhoud geven. Ze kan immers niet met de betreffende overheid samenwerken, omdat deze veelal niet erkend wordt als een legitieme en werkbare partner. In dat geval kunnen alleen particuliere organisaties en VN-instellingen basale steun bieden aan de bevolking.

De minister heeft al eens eerder gevraagd hoe de overheid, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld meer synergie kunnen creëren. Mijn antwoord is: vernauw de bilaterale relatie met een ander land niet tot een relatie van overheid tot overheid. Het recente bezoek aan Nederland van de Braziliaanse president Lula toont aan hoe de bilaterale relatie in een breder perspectief, namelijk van land tot land, gezien kan worden. Tijdens zijn bezoek vroeg Lula niet alleen om gesprekken met ministers en het bedrijfsleven. Hij verzocht ook expliciet om een gesprek met FNV, ICCO en Oxfam Novib, maatschappelijke organisaties die zijn strijd gesteund hebben voor een sociaal rechtvaardige Braziliaanse samenleving, al voordat hij president werd. De waardering voor Nederland is dus niet alleen een waardering voor de relatie met de regering of met de grote Nederlandse investeerders in Brazilië. Het is ook een nadrukkelijke waardering voor de tientallen jaren van solidariteit met Braziliaanse partnerorganisaties. Tijdens onze ontmoeting konden we, op basis van wederzijdse waardering, ook een kritisch gesprek aangaan over Brazilië's rol met betrekking tot biobrandstoffen. Dat geeft aan dat synergie onder andere voortvloeit uit het nemen van verantwoordelijkheden door beide partijen.

Trots
Ik geloof dat er nog veel ruimte is voor betere afstemming en samenwerking met andere maatschappelijke organisaties, maar ook met overheden hier en in het Zuiden. De voorwaarde is de wederzijdse erkenning van de eigenstandige rol en functie van eenieder en het expliciteren van de waarden van waaruit we bepaalde allianties aangaan. Samen met andere Oxfams pleiten we bij voorbeeld voor meer begrotingssteun aan landen die aan een aantal voorwaarden voldoen. Die voorwaarden houden onder andere in dat het afleggen van politieke verantwoording door ontvangende overheden goed geregeld moet zijn. Sterke parlementen, onafhankelijke rekenkamers, onafhankelijke media en gespecialiseerde maatschappelijke organisaties die overheidsuitgaven goed in de gaten houden, zijn dan onmisbaar. Dat kan betekenen dat wanneer de Nederlandse overheid overgaat tot begrotingssteun in een bepaald land, er afspraken worden gemaakt met Nederlandse maatschappelijke organisaties om lokale democratische instituties, organisaties en instellingen te versterken in hun functie om de accountability te waarborgen. Maar er zijn ook situaties waarin overheden en internationale instellingen economische en/of (geo)politieke belangen laten prevaleren boven het internationale belang van solidariteit en mensenrechten. In dit soort situaties kan nauwelijks sprake zijn van afstemming en samenwerking. Dan hebben wij als deel van de internationale civil society een andere, kritische rol ten opzichte van de Nederlandse overheid, namelijk het organiseren van pluriformiteit en tegenspraak, essentiële eigenschappen van het maatschappelijk middenveld. Het financieren van diversiteit (en soms dus de eigen oppositie) is nou precies een onderdeel van de Nederlandse identiteit waar ik bijzonder trots op ben.

Farah Karimi is sinds februari algemeen directeur van Oxfam Novib

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief