32_RakeshRajani

Illustratie: Paul van der Steen

Rakesh Rajani is een activist, maar geen typische. Hij is adviseur van vele donoren en internationale ngo's, maar tegelijkertijd een heftig criticus van de wereldwijde donorindustrie en -bureaucratie, ngo's inbegrepen. Hij vliegt de hele wereld rond om te adviseren en te discussiëren – de afgelopen maanden was hij bijvoorbeeld een paar keer in Nederland voor een meerdaagse brainstormbijeenkomst over Civic Driven Change en voor een toespraak over de Accra-conferentie in september. Maar hij staat ook dicht bij de Tanzaniaanse burgers in hun strijd om dingen voor elkaar te krijgen in Tanzania en in het buitenland. Zijn ouders zijn eigenaar van een klein winkeltje in Mwanza, Tanzania, maar Rajani studeerde aan de Amerikaanse Harvard Universiteit. Hij is radicaal in zijn ideeën en innovatieve voorstellen, maar in zijn voorkomen is hij geen barricadebouwer: Rajani is een vriendelijke man met bril en baardje, en altijd met een goed humeur.

Hij kan waarschijnlijk het best omschreven worden als 'media-activist'. Rajani is ervan overtuigd dat de massamedia – zowel de 'traditionele' radio en televisie als het internet – het verschil zullen maken en ngo's zullen dwingen hun strategieën en praktijk drastisch om te gooien.

Een initiatief van Rajani
Twaweza

Rakesh Rajani werkt momenteel aan een speciaal project met de naam Twaweza, 'een Oost-Afrikaans initiatief voor actief burgerschap en publieke verantwoording'. In samenwerking met Hivos en Google.org wil Twaweza gewone burgers in Kenia, Tanzania en Oeganda stimuleren eigen initiatief te nemen ter verbetering van hun persoonlijke situatie. Mensen moeten hun overheden dwingen tot het leveren van goede basisvoorzieningen (primair en voortgezet onderwijs, primaire gezondheidszorg, schoon water). Twaweza stelt zich reële en structurele veranderingen ten doel. Om deze doelen te bereiken wil ze drie typen activiteiten ondersteunen: 1) onafhankelijke, kwalitatief goede, breed toegankelijke en pluriforme media; 2) brede toegang tot informatie voor de gewone burgers; en 3) controle door burgers van lokale en nationale overheden en openbare instellingen. Het uitgangspunt is dat de regering in veel gevallen het probleem is, in plaats van de oplossing. Leiders maken misbruik van hun publieke functies en onderdrukken degenen die zich daartegen durven uitspreken. Het gevolg is dat de afgelopen jaren veel verantwoordelijkheden zijn verschoven naar maatschappelijke organisaties, die de lacunes opvullen die overheden door hun slechte functioneren laten ontstaan. Maar het lukt die maatschappelijke organisaties nauwelijks om effectief diensten te verlenen, analyseert Rajani. De meeste ngo's hebben een zeer beperkt bereik, ze handelen ad hoc en op korte termijn en altijd in projecten, dus maar zelden strategisch. In plaats van de patronagesystemen en de corruptie van de regering te bestrijden, neigen veel maatschappelijke organisaties volgens Rajani die eigenschappen over te nemen. En het allerbelangrijkste is naar zijn mening dat de ngo's er maar nauwelijks in slagen de burgers te bereiken en hen te helpen organiseren. Daardoor blijft de politieke slagkracht van burgers beperkt.

U bent zeer kritisch over de rol van ngo's in ontwikkelingslanden. Waarom?
'Ook over de rol van regeringen ben ik kritisch, maar ik vind dat we in de eerste plaats naar onszelf moeten kijken. Ik heb zelf jarenlang voor maatschappelijke organisaties gewerkt, er zelfs een paar opgericht en geleid. Wij weten dat de hulpindustrie niet werkt: dat weten we uit eigen ervaring, uit de feiten die aantonen dat er nog steeds chronische verarming plaatsvindt, dat miljoenen nog steeds niet kunnen lezen, dat vrouwen nog steeds sterven tijdens de bevalling, en uit de toenemende ongelijkheid. Wij hebben allemaal – overheden, donoren en dus ook het maatschappelijk middenveld – de verantwoordelijkheid daar iets aan te doen. En ik heb vaak het gevoel dat de ngo's het minst effectief van allemaal zijn. Ik zou zelfs durven stellen dat maatschappelijke organisaties, ngo's, bijna failliet zijn. Er moet iets zijn naast de staat en de markt, maar de lopende projecten en programma's van ngo's leveren niet wat ze beloven. De civil society moet zich veel meer met het politieke gaan bemoeien. Ngo's zijn tegenwoordig zelden effectief. Een voorbeeld hiervan is de vergoeding die wordt verstrekt voor het bijwonen van seminars en workshops. Dat toont aan hoe weinig er bij ngo's gebeurt. Je moet mensen betalen om ze te laten opdraven!'

U zegt dat er recentelijk grote veranderingen zijn opgetreden in Tanzania, die weinig te maken hebben met de ontwikkelingsindustrie. Kunt u daar meer over vertellen?
'Ik zal eerst twee voorbeelden geven van hoe het vroeger was. In april 1996 zonk de veerboot MV Bukoba. Duizend mensen kwamen om. Iedereen die betrokken was, wist dat er fouten waren gemaakt bij het ontwerp van de boot. En hoe gevaarlijk het was om teveel mensen aan boord te nemen. Maar niemand deed iets. Terwijl het ongeluk dus volledig te voorkomen was geweest, brak er geen publieke woede, geen grootschalig protest uit. Er was slechts een fatalistisch gevoel van pech of de zogenaamde wil van God.

Een ander voorbeeld is van een paar jaar geleden. De president zei dat hij een eigen vliegtuig nodig had. Toen er in het parlement over gedebatteerd werd, werd de vraag gesteld of zo'n vliegtuig prioriteit heeft in een land waarin gebrek heerst aan medicijnen, water en schoolboeken. De minister van Financiën zei dat de president een vliegtuig moest hebben, en als de mensen gras moesten eten om dat mogelijk te maken, laat ze dan maar gras eten. "Let them eat grass", zei hij letterlijk. En zelfs dat leidde niet tot protest!'

CV Rakesh R. RajaniRakesh R. Rajani

Rakesh Rajani studeerde filosofie en Engelse en Amerikaanse Literatuur aan de Brandeis University in Massachusetts in de VS, waar hij in 1989 summa cum laude afstudeerde. Daarna studeerde hij theologie aan de Harvard University Massachusetts, met als specialiteit kinderen en sociale veranderingen. In 1993 richtte hij het Kuleana Centrum voor de rechten van het kind op in Mwanza, Tanzania. Hij was directeur tot 1998. De volgende twee jaar deed hij onderzoek als fellow bij het Harvard Center for Population and Development Studies. In 2001 was hij de oprichter en tot 2007 directeur van HakiElimu ("Onderwijsrechten") in Dar es Salaam, Tanzania. HakiElimu is een van Tanzania's toonaangevende maatschappelijke organisaties. Zij zet zich in voor de toegang tot informatie, het publieke debat, participatie van burgers, beleidsanalyse en belangenbehartiging. De organisatie heeft aanzienlijke resultaten geboekt wat betreft de verbetering van het openbaar onderwijs, transparantie van bestuur en mensenrechten. Rajani is of was adviseur van onder andere Aidsplan (dat het Global Fund ter bestrijding van hiv/aids, tuberculose en malaria kritisch volgt), de Bill & Melinda Gates Foundation, het VN-onderzoek naar geweld tegen kinderen, de Ford Foundation, de Hewlett Foundation, de Google Foundation en Hivos. Hij is fellow van het Global Equity Initiative van Harvard University.  

Wat is er nu veranderd?
'Er is nu een levendig publiek debat. Mensen spreken zich uit en onze leiders zijn gedwongen te antwoorden. De media liggen aan de basis van deze veranderingen. Ik kan dat illustreren aan de hand van drie verhalen. Een paar jaar geleden kampten de basisscholen met een groot probleem. Er was tien dollar per kind per jaar beschikbaar, maar dat geld bereikte de scholen niet. Een ngo ging ermee aan de slag. Er werd met de regering gepraat en met andere ngo's, maar er gebeurde niets, ook al was de oplossing eenvoudig. Dus stapten ze op journalisten af om de boel te onderzoeken. Die doken erin en publiceerden erover. Ineens wilde de overheid er wel wat aan doen en binnen een mum van tijd was het probleem opgelost.'  

Dus u denkt dat het openbaar maken van schandalen, met naam en toenaam, helpt?
'Ja. Een ander voorbeeld betreft de Centrale Bank van Tanzania. Daar speelde een enorm corruptieschandaal. Miljarden dollars waren verdwenen. Donoren wisten er al vijf jaar van. Toen een donor deze informatie lekte naar een krant, veranderde de sfeer in het land compleet. De gouverneur van de bank werd ontslagen en een groot deel van het geld werd teruggehaald.

Het derde voorval gebeurde in februari dit jaar. De premier kondigde aan dat hij aftrad. Groot gejuich in de straten. Zijn ontslag volgde op een confrontatie in het parlement met slechts twee personen. Hun invloed was zo groot omdat het parlementaire debat live werd uitgezonden, en de kritische vragen die ze stelden stonden de volgende dag in de krant. Zoiets zou een paar jaar geleden onvoorstelbaar zijn geweest.'

Wat was de belangrijkste oorzaak van deze veranderingen in Tanzania?
'Deze verhalen tonen aan dat de Tanzaniaanse massamedia goed functioneren, in tegenstelling tot de ngo's. Wat je ook vindt van de kwaliteit van de media, het effect ervan is ongekend in vergelijking met alle andere instellingen in het maatschappelijk middenveld. Hun invloed is zelfs groter dan die van de staat. Radio is overal en tv heeft een grote impact omdat zij grote aantallen mensen bereikt, ook al hebben niet veel mensen in Tanzania een eigen televisie. Kranten worden voorgelezen op de radio en mensen geven kranten aan elkaar door.

De media stimuleren de publieke verbeelding. Mensen kunnen zich uitspreken over onrecht en het democratisch debat bevorderen. Kleine daden van moed worden uitvergroot, onrechtvaardigheid wordt onderwerp van openbare discussie.'

Een parabelVerslaggever tekening
Als ngo's kranten zouden zijn
 

'Er was eens een tijd waarin de wereldleiders bij de VN "Het jaar van de pers" uitriepen. In reactie daarop besloten alle ngo's zichzelf in kranten te veranderen. Dit is wat er gebeurde: […] Plotseling was het moeilijk kranten te kopen tijdens de ochtendspits. Een van de kranten was zo vriendelijk borden neer te zetten met daarop de tekst: "Wij betreuren het dat de editie van vandaag is uitgesteld als gevolg van omstandigheden buiten onze schuld." […] Terwijl sommige kranten werden uitgesteld tot de volgende dag, werden andere dagbladen gepubliceerd als een jumbo-uitgave, met 3 à 4 dagen nieuws verpakt in één krant.

De kranten werden gratis verspreid en stonden vol met informatie over armoedebestrijding. Veel krantenkoppen gingen over de belangrijke vooruitgang die was geboekt, zoals: "Stakeholders bewust gemaakt van het belang van armoedebestrijding", "Ngo-directeur reist naar Schotland voor capaciteitsopbouw" en "Activist waarschuwt over gender". De verhalen waren zeer gedegen, vaak met gedetailleerde log frames en programma's van workshops. Er was geen tekort aan aanbevelingen en oproepen tot actie, met op de achtergrond een stille competitie over wie de meeste actiepunten kon opstellen.
[…] Zo nu en dan was er iets te lezen wat gezegd was in een afgelegen dorp, maar vanwege deadlines en wat al niet meer was dit vaak niet mogelijk. Dus om praktische redenen moesten de meeste ideeën worden gepresenteerd door de ngo-leiders die net terug waren van excursies door het land of van conferenties in Porto Alegre en New York. De achtergrondpagina's brachten resultaten van onderzoeken door ngo's. […] Er stonden koppen boven als: "Gezondheidszorg moet worden verbeterd", "Onderzoek wijst uit dat het land meer wegen nodig heeft" en "Het bestaan van corruptie bevestigd".
[…] De kranten werden verlevendigd met veel foto's. Door nieuwe technologie konden ze in
full colour worden gedrukt. De beelden toonden spannende taferelen van mensen die poseerden tijdens seminars of ernstige kwesties bediscussieerden. Van de voorpagina's spatten groepsfoto's van de workshopdeelnemers, waarvan velen grote leren tassen droegen die speciaal waren ontworpen voor de bijeenkomst.
[…] Een oplettend kind was verbijsterd door dit alles. "Maak je geen zorgen", troostte een deskundige. "Wacht nog even tot je opleiding begint. Dan krijgt het allemaal betekenis." Maar het was niet zeker of het kind wel van plan was om te wachten. Want het zag uit een ooghoek dat veel lezers doorliepen, op weg naar iets interessants, iets met meer fantasie.'

Fragmenten uit Rakesh Rajani's column in de Tanzaniaanse krant The Citizen van 27 augustus 2007. 

Maar de media kunnen ook een zeer negatieve rol spelen. Een voorbeeld is de haatradio die de genocide in Rwanda aanwakkerde. En wat te denken van de commercialisering en de specifieke politieke rol van de media?
 'Politieke of commerciële belangen van de media spelen op alle niveaus. Maar zelfs als een krant of televisiestation eigendom is van iemand met specifieke belangen, dan nog is er ruimte. Er is altijd een mogelijkheid de controle van de eigenaar te omzeilen. Waar het om gaat is dat de publieke betrokkenheid door de media is toegenomen en dat de transparantie naar de burgers toe in Tanzania nog nooit zo groot is geweest. De media zijn de andere instellingen, zoals ngo's en kerken, in dat opzicht voorbij gestreefd. Een volgende stap is het inspireren van mensen om nog actiever gebruik te maken van die media.'

Media berichten niet vaak over ngo's of de activiteiten waarmee ze zich bezighouden, en zeker niet over mondiale kwesties.
'Waarom zou je zo'n tegenstelling tussen ngo's en media creëren? Media zorgen voor ruimte en transparantie, wat ngo's niet lukt. Het gaat erom mensen te informeren over wat zij belangrijk vinden. Het gaat om het creëren van de ruimte om te debatteren, zich uit te spreken, een nieuwe start te maken. Als het gaat om politieke verbeelding zijn de ngo's bankroet.

Ik wil niet zeggen dat de media de ngo's moeten vervangen, dat zij een alternatief zijn voor maatschappelijke organisaties. Maar ngo's hebben een nogal opgeblazen zelfbeeld. Wij weten hoe nutteloos wij zijn, maar we blijven doen alsof we heel wat bereiken. Aan de andere kant: als we leren om beter om te gaan met de media, kunnen we weer veel relevanter worden.

Het leven wordt geleefd in de media. Daar wordt een ruimte gevormd waar echte ervaringen worden gevoeld: het is een reële ruimte, geen imaginaire. Door hun grote bereik zijn media machtig. Media stellen je in staat meer successen te boeken, ze zijn een vehikel. Het nut van media hangt af van de wijze waarop ze worden gebruikt. Mensen kunnen de media gebruiken voor hun eigen belangen. We moeten die ruimte innemen, want daar gebeurt het.'

In september is er een grote conferentie in Accra over de follow-up van de Verklaring van Parijs van enkele jaren geleden, waarin de donorlanden overeenkwamen hun procedures te harmoniseren en hun hulpactiviteiten beter te coördineren. U bent daar zeer kritisch over.
'Uit de geschiedenis blijkt dat alle belangrijke veranderingen – gelijke rechten voor vrouwen, het stoppen van de slavernij, het einde van de apartheid, respect voor homo's en lesbiennes, de zorg voor het milieu – niet werden gedreven door verklaringen die werden opgesteld in Parijs of New York of Accra. Noch door de overheid of door ngo-projecten. Maar wel door sociaal-politieke bewegingen van bekwame, vastbesloten en moedige mensen. Ontwikkeling gaat over gewone mensen die de middelen en de mogelijkheden krijgen om een goed leven te leven, die de elementaire diensten krijgen die zij nodig hebben, die in hun levensonderhoud kunnen voorzien, die een stem hebben en wier rechten gerespecteerd worden. Die dingen kunnen láten gebeuren, in plaats van dat er alleen maar dingen met hén gebeuren. Kortom: ontwikkeling gaat om actief burgerschap. Actief burgerschap is niet alleen het doel van ontwikkeling en democratie, het is ook het meest effectieve middel. Mensen die in goede gezondheid zijn en goed opgeleid, die vertrouwen hebben en veilig zijn, die toegang hebben tot allerlei diensten en informatie, die zich kunnen uiten – dat zijn mensen die verandering kunnen bewerkstelligen en onrecht en oneerlijkheid kunnen bestrijden. Maar de ontwikkelingsindustrie is zo out-of-touch met de dagelijkse realiteit van de mensen. Het is alsof het twee aparte werelden zijn. Er is nauwelijks verband tussen die twee. Ik vroeg in Tanzania aan gewone mensen om "ontwikkeling" te omschrijven. Vaak kreeg ik te horen dat ontwikkeling ging om "bewustwording" en "een vergoeding krijgen". Ik kan me geen doeltreffender manier voorstellen om het actieve burgerschap uit de weg te ruimen. Het vragen van een vergoeding geeft aan dat de mensen geen intrinsieke waarde zien in ontwikkeling – zij zien het als een spel dat geld oplevert, want daar is iedereen in die industrie mee bezig. Wij bieden vergoedingen als smeergeld voor mensen om op te komen dagen op onze evenementen. Anders zouden zij niet komen, en zouden wij geen succes kunnen aantonen. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat ontwikkeling, of het nou door overheden, donoren of ngo's met goede bedoelingen wordt nagestreefd, corruptie in de hand werkt.'

Dus de Verklaring van Parijs, of van Accra, heeft geen zin?
'In de eerste plaats moeten we erkennen dat wij – de ontwikkelingsindustrie zoals we die kennen en de huidige activiteiten die we uitvoeren – in hoge mate irrelevant zijn geworden. Ten tweede moeten we gaan begrijpen dat de hulparchitectuur en onze eigen werkzaamheden pas relevant zullen zijn als wij erin slagen de burgers in staat te stellen invloed uit te oefenen in het publieke domein. Zodat zij hun eigen manieren kunnen zoeken om met de overheid en de publieke sfeer om te gaan. Zodat zij hun eigen ambities kunnen nastreven. Zodat zij hun dromen kunnen waarmaken.'  

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief