Wat is er mis en hoe kan het beter? Voormalig Wereldbank-econoom William Easterly geeft een deel van het antwoord in het boek The White Man's Burden. Hij onderscheidt planners en zoekers. Ontwikkelingssamenwerking is in de greep van planners die ambitieuze en universeel toepasbare doelstellingen formuleren, maar geen verantwoordelijkheid nemen voor de te behalen resultaten. Kijk maar naar de MDG's. Die zijn door de internationale gemeenschap omarmd, maar wie is er verantwoordelijk als in 2015 blijkt dat de armoede helemaal niet gehalveerd is? De landen die ontwikkelingshulp geven of de landen die het geld ontvangen? De MDG's zijn de verantwoordelijkheid van iedereen en dus van niemand.

Erken dat ontwikkelingssamenwerking in de huidige vorm niet effectief genoeg is. Dat is geen schande, dat is de werkelijkheid. Kritiek op de effectiviteit van de hulp wordt vaak gepareerd met het argument dat de armoede te groot is om met de beschikbare gelden bestreden te kunnen worden. Of met het argument dat te veel kritiek het draagvlak voor uw en ons werk zou ondergraven. Beide argumenten zijn niet valide: meer hulp is niet per se beter en een sterk draagvlak onder een slecht bouwwerk heeft geen zin.

Easterly ontvouwt in zijn boek geen Groot Plan voor de hervorming van ontwikkelingssamenwerking. Juist niet. Hij bekritiseert de planners die maar één weg naar ontwikkeling kennen: modernisering naar westers model. Hij verklaart het succes van ontwikkelingslanden die wél succesvol zijn uit het feit dat ze het westerse voorbeeld niet klakkeloos hebben gevolgd. Zij hebben de hulp gebruikt ter ondersteuning van de eigen koers.  

Ombudsman
Beste minister, wat moet u doen om de hulp effectiever te maken? Formuleer geen nieuwe doelstellingen, maar verminder het aantal bestaande doelstellingen. Het maken van nieuw beleid verdringt de vraag naar effectiviteit van huidig beleid. U wordt daar niet op afgerekend – na vier jaar is het immers nog te vroeg om te oordelen over de resultaten daarvan – maar de armen krijgen steeds weer de rekening gepresenteerd van mooie, aansprekende, maar onrealistische plannen.

Ten tweede: vergroot de invloed van de armen. Nu wordt vooral rekening gehouden met eisen van donoren. Het zijn westerse deskundigen die oordelen over de effectiviteit van de hulp. Dat moet anders Zelf zei u dat de invloed van nationale parlementen moet worden vergroot. Maar geef ook meer ruimte aan organisaties van armen. Stel bijvoorbeeld een onafhankelijke ombudsman in waar de ontvangers van hulp hun beklag kunnen doen.

Ten derde: creëer binnen en buiten uw departement een werkomgeving waarin experimenten geaccepteerd worden. Geef ruimte aan zoekers, verminder de nadruk op gedetailleerde planningen. Benadruk leren, in plaats van controleren.

Tot slot: versterk de onafhankelijke toetsing van de hulp. Laat langetermijneffecten onderzoeken, geef wetenschappers de mogelijkheid om nieuwe methodieken uit te vinden. 

Minder organisaties
Wie het zo goed weet voor een ander, moet ook bereid zijn tot zelfonderzoek. Ook bij het particuliere kanaal is de macht te vaak aan de planners. We moeten meer experimenteren (en daar de ruimte voor krijgen!), meer risico's nemen en vaker een grotere mond opzetten. De eigen ruimte voor het internationale maatschappelijk middenveld wordt steeds kleiner, en daar moeten we ons tegen verzetten.

Ook wij moeten meer ruimte geven aan zuidelijke organisaties om onze agenda mee te bepalen. En verder: meer specialisatie en concentratie. Minder organisaties, meer strategische samenwerkingen, meer nadruk op wat ons bindt en minder op wat ons scheidt. Tot slot: mede gebruikmakend van wat de wetenschap ons te bieden heeft, een alternatief ontwikkelen voor de technocratische, kwantitatieve visie op resultaten die nu opgang doet.

Wij geloven met hart en ziel in een waardig bestaan voor iedereen. Kritiek op ons eigen werk leveren is niet gemakkelijk, maar we moeten elkaar een spiegel blijven voorhouden. Anders gooien anderen onze droom van een rechtvaardige wereld aan diggelen. En dat is onverdraaglijk.  

Lilianne Ploumen en Peter Konijn, directeur en adjunct-directeur van Cordaid

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief