Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

In een textielfabriek op het industrieterrein van Nam Sach waant de trainer van Tham (18) 1 zich Harvey Weinstein. Hij raakt haar op ongepaste plaatsen aan en laat haar pornofilmpjes op zijn smartphone zien. ‘Doe gewoon wat ik wil en voor je het weet krijg je een vast contract.’

“Voor ik aan de slag kon in de fabriek, moest ik een trainingsprogramma afronden”, vertelt de jonge arbeidster. “Ik leerde er basisvaardigheden, zoals een naaimachine hanteren, en kreeg ook uitleg over de regels die in de fabriek gelden.” Die regels zijn samengevat in een Code of Conduct, een gedragscode die onder meer stelt dat geweld en intimidatie in de fabriek uit den boze zijn. “De coach van het trainingsprogramma hield zich niet aan die regels. Hij begon me aan te raken en vieze filmpjes te tonen.”

“Ik was bang van hem”, geeft Tham toe. “Slechts één keer durfde ik te protesteren. Toen werd hij razend. Hij vervloekte me, zei dat hij mijn contract niet zou tekenen.” Tham probeerde zo veel mogelijk afstand te bewaren, tot de training voorbij was. “Nu ik een vast contract heb blijft hij me lastigvallen. Hij stuurt me sms’jes die weinig aan de verbeelding overlaten. Grapjes, zogezegd. Ik probeer die berichtjes te negeren.”

Overal in Azië

Het verhaal van Tham is helaas geen uitzondering. In Vietnam werken twee miljoen mensen in de textielindustrie. Vier op de vijf zijn vrouwen. Een op de tien Vietnamese textielarbeidsters die recentelijk van baan zijn veranderd, deed dat vanwege geweld of intimidatie. Bijna de helft is het afgelopen jaar geïntimideerd op het werk. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek dat Fair Wear Foundation vandaag naar buiten brengt.

Fair Wear Foundation is een ‘multi-stakeholderinitiatief’ waarbij merken zich kunnen aansluiten om te werken aan betere arbeidsomstandigheden in de fabrieken waar hun kleding wordt gemaakt. Ook een aantal Belgische merken is aangesloten bij het initiatief. Voor dit onderzoek, dat zich specifiek toespitst op de Vietnamese textielindustrie, werkte Fair Wear Foundation samen met de Vietnamese tak van internationale hulporganisatie CARE International en het Vietnamese Centrum voor Ontwikkeling en Integratie (CDI).

Vrouwen zouden niet moeten kiezen tussen hun waardigheid en hun baan

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch rapporteerde eerder over intimidatie in onder andere India, Myanmar en Pakistan. Het publiceerde in februari een rapport in samenwerking met de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). “Vrouwen zouden niet moeten kiezen tussen hun waardigheid en hun baan”, zegt Aruna Kashyap, een mensenrechtenadvocaat die werkt voor de Vrouwenafdeling van Human Rights Watch, hierover eerder in MO*. “De voortdurende strijd om die baan te behouden en elke dag eten op tafel te krijgen, staat voor veel vrouwen gelijk aan het ondergaan van seksuele intimidatie en het moeten tolereren van onwaardige situaties op het werk.”

Onder druk

Uit het recente onderzoek over de Vietnamese textielfabrieken blijkt dat zes op de tien geïnterviewde arbeidsters vooral tijdens drukke productiemaanden belaagd worden. In minder drukke periodes zakt het aantal gevallen van seksuele intimidatie tot 28 procent: minder dan de helft, dus.

Seksuele intimidatie komt vaak voor op momenten dat arbeidsters overuren moeten maken. Fair Wear Foundation berekende dat de kans op intimidatie meer dan twee keer zo hoog ligt als arbeidsters dertig overuren of meer maken per maand. Meestal vraagt het management pas laat om langer te blijven, soms amper een kwartier voor het einde van de werkdag. Als ze overuren weigeren, krijgen ze het opnieuw hard te verduren: ook dan blijkt de kans groot dat ze belaagd zullen worden.

Overuren weigeren is geen vanzelfsprekendheid, geven veel arbeidsters aan. Zonder overuren liggen de lonen vaak ook te laag om te overleven. Tham, die pas sinds kort een vast contract heeft, verdient bijvoorbeeld slechts 171 euro per maand. Gemiddeld ligt het maandloon van de geïnterviewde arbeidsters iets hoger, op 233,5 euro. Ook dat is amper genoeg om rond te k omen. De Asia Floor Wage, een alliantie van ngo’s en vakbonden in Azië, rekende uit dat een leefbaar loon in Vietnam 344 euro bedraagt.

Veel arbeidsters vertellen dat ze het liefst zo veel mogelijk overuren willen werken, om hun familie te kunnen onderhouden. Maar door die overuren kunnen arbeidsters pas laat naar huis. Onderweg is opnieuw een moment waarop veel vrouwen blootgesteld worden aan intimidatie: maar liefst de helft van de geïnterviewde vrouwen werd al eens belaagd op weg van werk naar huis.

Piekmomenten

Het is niet verwonderlijk dat productiedruk een van de meest genoemde zorgen is van de ruim 750 geïnterviewde textielarbeidsters. “Stress en druk van leidinggevenden en managers resulteren vaak in verbaal geweld en seksuele intimidatie”, zegt Annabel Meurs, die voor Fair Wear Foundation de sector in Vietnam volgt. “Arbeidsters worden onder druk gezet om harder en langer te werken om productiedeadlines te halen. Extreem lage lonen dwingen hen om veel over te werken om genoeg te kunnen verdienen. Deze factoren verhogen de kans op geweld en intimidatie.”

Ook Human Rights Watch valt het op dat intimidatie toeneemt op piekmomenten. In hun rapport beveelt het kledingmerken aan hun eigen inkooppraktijken te bekijken. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat die niet leiden tot gewelddadige situaties in de fabrieken waarmee ze samenwerken. De mensenrechtenorganisatie vraagt de merken ook om zelf systematisch onderzoeken uit te voeren naar seksuele intimidatie in de productielanden waarin hun kleding gemaakt wordt.

“De druk in fabrieken wordt natuurlijk niet veroorzaakt door merken alleen, maar zij kunnen er wel voor zorgen dat ze niet bijdragen aan die druk”, zegt ook Meurs. “Merken plaatsen bijvoorbeeld snel een nieuwe bestelling als een kledingstuk het goed doet in de winkel. Of veranderen op het laatste moment van kleur als op de catwalk blijkt dat roze de nieuwe trend wordt in plaats van geel, en gaan er dan vanuit dat de kleding nog steeds op hetzelfde moment wordt geleverd.”

Merken kunnen ook beter

“Als merken de productiecapaciteit van een fabriek kennen en realistische prognoses maken, zal de druk op fabrieksbazen afnemen”, gaat Meurs verder. “Merken die aangesloten zijn bij Fair Wear Foundation weten hoe ze hun economische invloed daarvoor kunnen gebruiken. Zij werken nauw samen met de textielfabrieken, zo weten ze wat een realistische levertijd is. Ze weten hoe ze de druk kunnen verminderen, door bijvoorbeeld orders specifiek in het laagseizoen te plaatsen. Of ze bouwen bijvoorbeeld een buffer in van twee weken. Als er dan vertragingen ontstaan, bijvoorbeeld doordat de stoffen te laat geleverd zijn, dan kan de deadline nog verschoven worden. En als het echt niet anders kan, dan ligt de kleding gewoon later in de winkel.”

“Dat zou nog beter werken als alle merken dit doen. Bij een vertraging eisen veel merken dat de kleren er op dezelfde leveringstermijn moeten liggen. Zo werken ze overuren in de hand. Bazen gaan arbeidsters intimideren om de productie omhoog te krijgen. Eigenlijk heeft dat een averechts effect: de productiviteit daalt er zelfs door. Zo veel druk is dus ook nog eens slecht voor de fabriek zelf. En voor de merken, want het komt de kwaliteit van de kleding niet ten goede.”

“De resultaten van ons onderzoek zijn heel alarmerend, maar het is hoopvol dat we er nu concreet mee aan de slag kunnen”, besluit Meurs. “Als kledingbedrijven een realistische productieplanning hebben, werken ze geen excessieve overuren in de hand. Klinkt misschien simpel, maar het merendeel van de merken staat hier niet bij stil.”

Merken zijn niet bereid om voor betere arbeidsomstandigheden te betalen

“Op zich zijn heel veel merken voorstander van betere arbeidsomstandigheden, maar ze zijn niet bereid om ervoor te betalen”, zegt hoogleraar Huib Huyse (KU Leuven), hoofd van de onderzoeksgroep duurzame ontwikkeling bij het Onderzoeksinstituut voor Werk en Samenleving (HIVA). “Bovendien is er een structureel onevenwicht in de markt. Met zoveel concurrentie kunnen merken gewoon kiezen voor de leverancier die tegen de laagste prijs het snelst de kledij kan leveren. Zo zetten ze niet enkel druk op de prijzen, maar creëren ze ook tijdsdruk.”

“Uit onze ervaringen blijkt dat de merken inderdaad te weinig stilstaan bij hun eigen aankooppraktijken. Ze krijgen ook zelden klachten binnen van hun leveranciers. Net omdat de concurrentie zo hoog is, vrezen die om anders opdrachten te verliezen. Sensibilisering is nodig, zowel bij het management van fabrieken als bij de merken zelf, om die druk te verlichten. Wat deze studie suggereert, is voor mij choquerend: een directe link tussen werkdruk en seksuele intimidatie. Gelukkig zijn er een aantal initiatieven, zoals bijvoorbeeld ook Better Work, die merken proberen te sensibiliseren en op hun verantwoordelijkheden wijzen.”

Alarmbel

Better Work is een initiatief van de International Labour Organisation (ILO), in samenwerking met de International Finance Cooperation (een dochterorganisatie van de Wereldbank), om arbeidsrechten in de textielsector te verbeteren. Het programma sensibiliseerde eerder al over wantoestanden in fabrieken, waaronder Vietnam.

Bron: youtu.be

David Williams van Better Work Vietnam zegt dat hij veel verhalen hoort zoals dat van Tham. “Arbeidsters zijn bang om daarmee naar buiten te komen. Vaak kennen ze hun rechten niet of weten ze niet waar ze heen moeten met hun klachten.” Meurs vult aan: “Het is belangrijk dat ze ergens terechtkunnen om een klacht in te dienen en zich veilig genoeg voelen om dit te doen, zo blijkt ook uit ons onderzoek.”

Tham heeft dat niet gedaan. “Ik durfde niet eens met mijn zus te praten”, getuigt de textielarbeidster. “Ik kreeg de beelden van op die smartphone maar niet uit mijn hoofd. Slapen lukte niet, eten lukte niet. Uiteindelijk was het mijn zus die aan de alarmbel trok. Ze raadde me aan om naar buiten te komen met mijn verhaal. Maar hoe kon ik dat doen? Ik had nog niet eens een contract. Wie zou mij geloven? Ik schaam mij te hard om klacht in te dienen.”

Beter een klacht dan geen klacht

Fair Wear Foundation heeft klachtensystemen in alle landen waar ze actief zijn. In Bangladesh ziet Bablur Rahman, lokaal coördinator van de organisatie, toe op die klachtenlijn. In dat land produceren nog meer Belgische merken die aangesloten zijn bij Fair Wear Foundation: JBC, Stanley/Stella en ook Bel&Bo zijn er actief.

“We hebben sinds 2012 een telefoonlijn waar vrouwen anoniem naar kunnen bellen als ze belaagd worden”, licht Rahman toe. “In het begin kregen we geen enkele oproep binnen. Dat betekende niet dat er geen enkele vorm van intimidatie plaatsvond. Integendeel, elke dag worden vrouwen in fabrieken blootgesteld aan verbaal en fysiek geweld van hun leidinggevenden. Het management staat onder grote druk en werkt hun agressie uit op de arbeidsters. Het probleem is dat bijna niemand daar iets van durft te zeggen.”

Naarmate de klachtenlijn bekender wordt, beginnen meer arbeidsters te praten over intimidatie

Intussen zijn er in Bangladesh al 169 telefoontjes binnengekomen. In Vietnam zijn dat er 41, in Myanmar 55, in India 85. “Dat zijn nog altijd geen hoge cijfer”, geeft Rahman toe. “Naarmate de klachtenlijn bekender wordt, beginnen meer arbeidsters te praten over belaging: onderling, maar ook met het management. Intussen krijgen we wel oproepen binnen. Dat betekent vooruitgang. Een klacht is beter dan geen klacht. Als meer vrouwen ervoor durven uit te komen, zullen steeds minder vrouwen in stilte lijden onder intimidatie.”

Laatste redmiddel

“Een klachtenlijn kan enkel werken als er voldoende vertrouwen is bij de slachtoffers en de drempel laag is”, meent Huyse. “De procedure moet hand in hand gaan met sensibilisering van alle betrokken actoren (merken én leveranciers) en er moeten juridische consequenties zijn voor de daders. Als er achteraf niets gebeurt met klachten, zullen slachtoffers snel afhaken.”

Eigenlijk zou een klachtenlijn een laatste redmiddel moeten zijn

“Eigenlijk zou zo’n klachtenlijn een laatste redmiddel moeten zijn”, zegt Meurs daarover. “Het zou beter zijn dat klachten intern kunnen opgelost worden. Dat veel arbeidsters van job veranderen na hun belaging, zoals blijkt uit onze onderzoeksresultaten, is geen toeval: vaak is er helemaal geen manier om problemen intern aan te kaarten. Dankzij klachtensystemen kan dat wel. Als er problemen zijn, kunnen kledingmerken zich inzetten om dat aan te kaarten: door hun orders hebben ze invloed in de fabriek. Merken die geen deel meer willen zijn van het probleem, kunnen zo mee verantwoordelijk zijn voor de oplossing.”

“In elk geval kan het nooit de verantwoordelijkheid zijn van de arbeiders, de slachtoffers, om zich te moeten wapenen tegen misbruik”, besluit professor Huyse. “In eerste instantie zou het nooit mogen voorvallen. Pas in tweede instantie kun je werken aan empowerment van slachtoffers, hen begeleiden om ermee naar buiten te komen.”

Dit artikel verscheen eerder op MO*.

kop

Slachtoffers worden nog steeds niet begrepen

Huisarts en feminist Toine Lagro-Janssen doorbreekt mythes over seksueel geweld.

raj-eiamworakul-1031067-unsplash

#MeToo: we spelen allemaal een rol

We moeten seksueel ongewenst gedrag gaan zien als onderdeel van onze samenleving.

  1. Tham is niet de echte naam van de arbeidster. Voor haar eigen veiligheid blijft ze anoniem. ↩︎

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
mg_7012

Sarah Vandoorne

Freelance journalist met focus op eerlijke mode

Sarah Vandoorne is een Belgische freelance journalist. Ze schrijft onder meer voor MO* Magazine, Eos Wetenschap, Charlie Magazine en One …
Profielpagina