Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Monsanto is een goede partner om mee samen te werken, bezweert Cannon Michael, een goedlachse Californische katoenboer met stevige handdruk en geruit overhemd. “Het was misschien niet zo slim van ze om als eerste zaden genetisch te manipuleren die resistent zijn tegen Roundup”, zegt hij terwijl opspringend grint hoorbaar is in de wielkasten van zijn pick-up. “Daardoor laadden ze de beschuldiging op zich dat ze alleen maar meer pesticiden willen verkopen.”

Michael rijdt over een landweggetje in de Central Valley, een geïrrigeerde groene oase in Californië. Zijn familie boert hier al zes generaties, vertelt hij, en Michael plant op zo’n tweeduizend hectare elk jaar katoen, ongeveer het oppervlak van een stad als Delft. Dankzij zaden die hij bij Monsanto koopt, kan hij tijdens het groeiseizoen Roundup sproeien, iets dat hij met een tractor maar ook vanuit een vliegtuigje doet, zo vertelt hij. ‘Roundup-Ready’ heten deze zaden, Amerikaanse boeren zijn er massaal op overgestapt.

Populariteit Roundup

Vandaag de dag is in de Verenigde Staten zo’n 90 tot 95 procent van alle katoen, maïs, soja en koolzaad genetisch gemanipuleerd. In 1995 was dat nog nul procent. Het gebruik van Roundup steeg ook spectaculair: meer dan 1 miljard kilo pesticiden met glyfosaat, het actieve ingrediënt van Roundup, werd sinds 2004 in de VS door boeren als Michael gebruikt. “Roundup werkt erg goed om onkruid onder controle te houden”, zegt Michael terwijl we een braakliggende akker passeren, waar binnen een week tractoren met zaaimachines over de klei zullen rijden. “Het is ook minder gevaarlijk dan vergelijkbare pesticiden.”

cannon-michael
Katoenboer Cannon Michael voor zijn akkers in Los Banos, Californië. Foto: Thomas Nilsson.

Roundup staat bekend om een lage toxiciteit, wat betekent dat je er niet snel van zal sterven als gevolg van acute vergiftiging. Zelfs niet als je het drinkt. Het is iets dat waaghalzen op YouTube uitproberen. Maar er zou een ander, meer sluipend, risico zijn: op termijn zou Roundup bij mensen kanker kunnen veroorzaken. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelde in 2015 dat dit ‘waarschijnlijk’ is.

“Ik heb het definitieve bewijs nog niet gezien”, zegt boer Michael echter nuchter. Hij vertrouwt Monsanto, zegt hij, dat bij hoog en bij laag beweert dat het oordeel van de WHO ‘vooringenomen’ was en niet strookt met de feiten. “Het laatste dat ik wil, is mijn medewerkers of de consument schaden.”

Rechtszaak tegen Monsanto

Maar is het bedrijf wel eerlijk tegenover boeren zoals Michael? Op nog geen twee uur rijden van de boerderij, in een rechtszaak in San Francisco, wordt Monsanto beschuldigd van jarenlang bedrog rondom Roundup. In Amerika hebben inmiddels bijna 2,5 duizend mensen zich aangesloten bij de zaak. Het zijn patiënten met kanker, of hun nabestaanden. De oorzaak is Roundup, zo luidt de aanklacht. “Er is een berg bewijs dat Roundup kanker veroorzaakt”, stelt Michael Baum, managing partner van advocatenkantoor Baum Hedlund, als ik hem spreek in San Francisco. “En dan specifiek non-Hodgkin, de vorm van leukemie waar de mensen in deze zaak aan lijden. De WHO vindt deze studies valide. Dat op zich zou genoeg moeten zijn om deze zaak voor een jury te krijgen.”

E-mails tonen dat Monsanto het mogelijk acht dat Roundup kankerverwekkend is

Onthullend is dat interne e-mails van Monsanto, die de rechtbank in 2017 openbaar maakte, laten zien dat het bedrijf het zelf ook mogelijk acht dat zijn populaire onkruidverdelger kankerverwekkend is: “Het interessante punt is”, schrijft een Monsanto-toxicoloog in een e-mail op 25 april 2002 over een studie die aantoont dat Roundup het DNA van cellen kan beschadigen, “dat glyfosaat geen effect had, maar het eindproduct (Roundup, red.) wel – wijst dit ons in de richting van de mengstoffen?” De rechtszaak, die sinds maart 2015 loopt, gaat nu een cruciale fase in. Rechter Vince Chhabria moet bepalen of de zaak door mag, en zo ja, welke experts voor de jury mogen getuigen. ‘Het scheiden van astronomen en astrologen’ wordt dat genoemd.

10754076193_22ea366d5a_o
De federale rechtbank in San Francisco. Foto: Ken Lund https://bit.ly/2qPAG4e)

Maar om te bewijzen dat de patiënten – boeren, consumenten en tuiniers – daadwerkelijk ziek zijn geworden door blootstelling aan Roundup, blijkt nog een hele kluif: “Ik neem voor waar aan wat IARC [instituut WHO, red.] zegt: dat [Roundup, red.] kankerverwekkend is voor dieren”, liet Chhabria op 14 maart doorschemeren. “Maar ik denk niet dat dat genoeg is.” Hij voegde eraan toe ook niet overtuigd te zijn door de advocaten van Monsanto die stellen dat Roundup veilig is, en houdt het spannend: “Het beste antwoord is dat we het niet zeker weten.”

‘Net zo erg als de tabaksindustrie’

Van het gezicht van Christene Sheppard is de pijn af te lezen. “Ken, ik heb weer een aanval”, roept de 68-jarige Amerikaanse door de huiskamer in Oceanside, terwijl haar man komt toegesneld. “Het zijn de symptomen van de chemotherapie”, vertelt ze even later. “Ik heb weinig gevoel in mijn voeten en handen, afgewisseld met uitbarstingen van extreme pijn. Het heet neuropathie en zal niet meer weggaan, en met het verstrijken van de tijd erger worden.”

Als ik arriveer, schijnt de zon in Oceanside, een kustplaats onder de rook van Los Angeles. Sheppard is een van de patiënten wiens zaak voorligt bij rechter Chhabria in San Francisco. Zelf werkte ze ooit voor een biotechbedrijf in San Diego. Voor Monsanto heeft ze geen goed woord meer over: “Ze zijn even erg als de tabaksindustrie.” Sheppard is ervan overtuigd dat het bedrijf de gevaren van Roundup jarenlang heeft verborgen, iets waarvoor medewerkers ‘in de gevangenis thuishoren’, zegt ze strijdbaar.

Sheppard.3.19.2018×001.LowRes
Christine Sheppard voor haar huis in Oceanside, Californië. Foto: Charlie Neuman.

Sheppard vertelt hoe ze met haar man een koffieboerderij op Hawaï runde. “Een droom”, vertelt ze, die tot een bruut einde kwam toen ze ernstig ziek werd. “Toen we in 1996 de boerderij kochten, was die totaal overwoekerd”, herinnert ze zich. “We vroegen advies bij de universiteit van Hawaï, en zij raadden ons aan om Roundup te gebruiken. Het was zo veilig, zo stelde de landbouwadviseur, dat je het zelfs kon drinken. Vier jaar lang, meerdere malen per jaar, ging ik met een reservoir op mijn rug onkruid sproeien. Geen masker. Geen handschoenen. Helemaal niks.”

Vincent kon zijn reis door Californië maken dankzij bijdragen van de OneWorld-lezers. In totaal werd met een crowdfundactie 1597 euro opgehaald.

Bij Sheppard werd in 2003 stadium vier non-Hodgkin vastgesteld. “De artsen gaven mij 10 procent kans om te overleven”, zegt ze. Pas in 2015 legde ze de link met Roundup, nadat chemotherapie en een beenmergtransplantatie de kanker succesvol hadden bestreden. “Ik las een nieuwsbericht over de WHO die Roundup linkte aan mijn ziekte. Ik werd ongekend woedend: hoe konden ze me dit aandoen?!”, zegt Sheppard met grote verontwaardiging. “Op Hawaï hadden we geen idee waarom ik ziek werd. We aten veganistisch, werkten hard en waren fit. Onder een van de artikelen stond een oproep van een advocatenkantoor. Ik heb meteen een e-mail gestuurd en me aangemeld voor de rechtszaak.”

Label op fles

De rechtszaken draaien om consumentenrecht. Monsanto had moeten waarschuwen voor het risico op kanker, stelt Michael Baum van advocatenkantoor Baum Hedlund. Ik spreek hem op de bovenste etage van The Westin in San Francisco. Vanuit zijn hotelkamer is het blauwe water van de baai zichtbaar, waar grote zeetankers voor anker liggen. “Als mensen niet gewaarschuwd worden, zijn ze minder voorzichtig”, zegt Baum. “Dan komen mensen in aanraking met doseringen die tot kanker kunnen leiden.”

Starbucks moet zelfs waarschuwen voor een risico op kanker, en Roundup wordt verkocht zonder label!

Een cliënt van Baum is John Barton, net als Cannon Michael katoenboer in de Central Valley, uit het stadje Bakersfield. Hij zegt zeker te weten dat zijn non-Hodgkin, een weinig voorkomende kanker, komt door Roundup-gebruik: “Het was de enige pesticide op de boerderij die we zelf sproeiden”, vertelt Barton via een Skype-verbinding. “Voor alle andere middelen huurden we iemand in met een spuitlicentie.” Barton gebruikte Roundup vanaf 1976 tot aan zijn pensioen in 2006. Hij vindt dat Monsanto op z’n minst moet worden gedwongen een waarschuwing op de fles te zetten: “Zelfs Starbucks moet hier in Californië tegenwoordig waarschuwen voor een risico op kanker. En deze onkruidbestrijder, die in staat is om alle planten te doden, wordt gewoon verkocht zonder label!”

JohnBarton_IMG_3724
John Barton uit Bakersfield. Foto: Karen Foshay / kcrw.com.

Maar volgens Scott Partrigde, bestuurder bij Monsanto, zou een label op de fles dat waarschuwt voor risico op kanker, ‘gebaseerd zijn op een leugen’. “Ik voel mee met iedereen die te maken heeft met de gevolgen van non-Hodgkin”, zegt hij over de telefoon vanuit het hoofdkantoor in St. Louis. “Maar Roundup is niet de oorzaak van de ziekte van deze mensen.”

Partridge noemt de Agricultural Health Study (AHS), een onderzoek dat al sinds de jaren ’90 zo’n 55 duizend boeren volgt, in Iowa en North-Carolina, en tot op heden geen duidelijke link met kanker vond. De WHO keek naar andere studies onder boeren die wel een verhoogd risico op non-Hodgkin tonen, maar nam de laatste publicatie van de AHS niet mee. Die was namelijk in maart 2015 nog niet gepubliceerd. Partridge vindt dat een grote tekortkoming: “Deze studie is door de omvang en duur de gouden standaard.”

Maar waar Monsanto publiekelijk de AHS nu aanwijst als cruciaal bewijs, haalde het bedrijf in interne e-mails de studie onderuit: ‘Velen zijn zeer kritisch over de studie, en noemen deze gebrekkig’, schrijft het hoofd toxicologie in 1999. ‘Sommige gaan zelfs zo ver dat ze spreken van junk science.’ Een collega wijst in een andere e-mail op concrete gebreken: de studie werkt met enquêtes waarop boeren zelf hun pesticidengebruik invulden. Hoe betrouwbaar dat is, is de vraag en het zou de link met ziekten mogelijk ‘onzichtbaar’ maken, schrijft hij. Bovendien, zo stelt hij, zouden boeren in de studie niet melden of ze beschermend materiaal gebruikten tijdens het sproeien.

Heroverweging gebruik

Bij Cannon Michael sleutelen Mexicaanse loonwerkers in de loods aan de tractoren. “Er is de afgelopen tijd flink wat regen gevallen, dus hebben we tijd om aan ons materiaal te werken, zodat we klaar zijn voor het nieuwe seizoen”, zegt Michael opgewekt. Wat vindt hij van de rechtszaak in San Francisco? Hij volgt de ontwikkelingen op de voet: “Als mensen denken dat ze schade hebben geleden, is dat zorgwekkend”, zegt hij.

Roundup stelt hen in staat om te concurreren, het is een stuk goedkoper dan onkruid wieden met de hand, laat Michael zich ontvallen. “Maar als er definitief bewijs komt, dan zullen we het gebruik heroverwegen.” Tot die tijd laat hij de loonwerkers op zijn land alleen in beschermende kleding waaronder masker met het spul werken, ondanks zijn stellige verklaringen dat Roundup veilig is.

upload_26740115265_73b64ce871_o-1600×12001

Deel van Dossier

Monsanto en glyfosaat

De macht van een chemiereus

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-020287

Vincent Harmsen

Onderzoeksjournalist

Vincent Harmsen is onderzoeksjournalist bij OneWorld en schrijft over voedsel, milieu en duurzame ontwikkeling.
Profielpagina