Afgelopen week zag ik de documentaire film ‘De kinderen van juffrouw Kiet’. De film geeft ons een inzicht in de klas van vluchtelingenkinderen in een Brabants dorp waar juf Kiet met de kinderen de eerste stappen zet in het onderwijs. Behalve dat de film ons leert dat vluchtelingenkinderen net als gewone kinderen kleine conflictjes uitvechten en posities ten opzichte van elkaar bepalen, leert Juf Kiet mij iets heel wezenlijks: ze bewaart afstand tot de kinderen.

Ze luistert naar ze en weet heel goed dat ze een geschiedenis achter zich hebben, maar ze weet heel goed dat het hun leven is, niet haar leven.  Ze blijft de hele film hun juf. Als juf is ze empathisch en kijkt ze hoe ze met de kinderen mee kan gaan in hun emoties en hun gedrag, maar ze gaat nergens ‘moederen’.

Wat ik er leerzaam aan vind, is dat ze zich datgene wat die kinderen hebben meegemaakt niet toe-eigent, het blijft buiten haar en daarin is ze respectvol naar de kinderen: dat is hun leven en hun geschiedenis, waar zij, zo klein als ze zijn, een weg in moeten vinden. Dat gaat het ene kind makkelijker af dan het andere, dat is duidelijk. Maar ook voor George, die in de film zichtbaar naar voren komt als een kind dat beschadigd is door de oorlog, blijft ze zijn juf. Door die afstand te bewaren, mogen de kinderen ook hun eigen oplossing kiezen en hun weg vinden. 

Afrikanen in Genua

Een  paar dagen later zag ik de tweede aflevering van de serie die Ilja Pfeiffer maakte over zijn stad Genua en de toevloed van Afrikaanse vluchtelingen naar de stad. Aan het eind van die aflevering besluit Pfeiffer een telefoon te kopen voor één van de vluchtelingen die hij beter is leren kennen, die hij is gaan waarderen. Als de jonge Afrikaan geen identiteitsbewijs heeft, besluit Pfeiffer de telefoon op zijn eigen naam te laten zetten. Pfeiffer weet dat hij dat eigenlijk niet zou moeten, dat hij een grens overgaat en uit zijn rol als journalist valt. Hij vraagt zich ook al of die betrokkenheid met de jonge Afrikaan ophoudt als het werk voor de serie erop zit. Hij weet ook wel dat hij iets wil bieden wat hij niet kan bieden. Zijn Senegalese contactpersoon die aangekomen landgenoten helpt hun weg in Italië te vinden, zegt dat deze vluchtelingen geen enkele toekomst hebben.

Juf Kiet en Ilja Pfeiffer raken allebei aan een essentiële en lastige opgave in het vluchtelingendebat: hoe ver gaat betrokkenheid, wat is afstand en wat betekent empathie? Waar juf Kiet afstand houdt, gaat Pfeiffer de grens over. Juf Kiet doet heel veel voor haar kinderen door hen les te geven, de eerste woordjes van de Nederlandse taal te leren en gedragsregels in de klas te handhaven. Pfeiffer doet meer door het probleem van zijn Afrikaanse contactpersoon op te lossen en hem een telefoon te bezorgen.  Ilja Pfeiffer eigent zich het probleem van de vluchteling toe, het wordt zijn probleem en dan ook kan hij de oplossing aandragen. 

Verraderlijke stap

Ik geloof dat toe-eigenen een verraderlijke stap is. In de toe-eigening wordt de oplossing aangedragen (mooi toch dat de vluchteling nu met zijn familie thuis kan bellen), maar wordt ook een nieuw probleem van afhankelijkheid en zeggenschap gecreëerd.  Moet de vluchteling verantwoording afleggen over het gebruik? Moet hij uitleggen als hij een maand veel gebeld heeft? En Ilja weet dat binnenkort, als de serie is afgelopen, het contact zal verwateren, dat een illusie wordt gewekt die binnenkort wordt verstoord.

Juf Kiet weet heel goed wat het onderwijs wel kan en niet kan. Pfeiffer treedt buiten de grenzen van zijn rol als journalist omdat hij uiteindelijk een redder wil zijn of niet kan aanzien dat er voor deze Afrikaanse vluchteling mogelijk geen redding is.

Iedereen die met vluchtelingen te maken heeft, krijgt vroeger of later te maken met de verleiding om redder te worden en zich de situatie van de vluchteling toe te eigenen en vervolgens de oplossing aan te dragen. En velen staan vroeger of later voor de opgave onder ogen te zien dat er geen oplossing is, dat het verleden te zwaar drukt of de toekomst gesloten blijft. Dat aanvaarden zonder schuld omdat jij niet hun redder bent, is ook een pijnlijk proces.

In mijn werk als directeur van Cordaid heb ik bij mijn bezoeken aan Afghanistan, Gaza, Zuid-Sudan die ervaring meegemaakt. Ik ben er regelmatig aangeklampt met een nieuw project, een nog onopgelost en schrijnend probleem. En altijd was er de verleiding om te redden door extra budget toe te kennen. De scheidslijn bewaken tussen mijn rol als directeur van Cordaid en de rol als redder was op zo’n moment mijn belangrijkste opdracht.

Juf Kiet liet mij weer zien hoe je die grens bewaakt op een natuurlijke manier. Ilja Pfeiffer hoe groot de verleiding is om te redden.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

René Grotenhuis was tien jaar directeur van ontwikkelingsorganisatie Cordaid. Op dit moment is hij onder meer voorzitter van de …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief