Hoeveel kleding er na de uitverkoop bij winkeliers, groothandels en producenten overblijft, was tot voor kort niet duidelijk. Experts spraken van een derde, maar dat vonden ze bij MVO Nederland wel erg ruim geschat. Aangezien er geen harde cijfers over bekend waren, vroegen zij onderzoeksbureau Conclusr deze te verzamelen. Wat blijkt? Jaarlijks wordt 4,2 procent van de kleding in Nederlandse winkels niet verkocht. Lang niet zoveel als wat de experts suggereerden, maar wel een groot probleem, zo vertelt Frans Tilstra, communicatieadviseur bij MVO Nederland. “Het gaat om zo’n twintig miljoen kledingstukken die elk jaar overblijven. Dat is gewoon erg zonde.”

onderzoek_mvonlOnderzoeksbureau Conclusr hield een enquête onder 379 winkeliers en groothandelaren en vroeg 60 buitenlandse kledingproducenten naar hun onverkochte kledingvoorraad. 

Oorzaken

De voornaamste reden dat kleding onverkocht blijft is omdat het de verkeerde maat, pasvorm of kleur heeft, zo staat in het onderzoek. Volgens Tilstra zijn het de kleinere winkeliers die hier problemen mee hebben, en niet de grotere ketens zoals H&M en Zara, die juist bekend staan om hun enorme productieaantallen. “Kleinere winkeliers hebben weinig invloed en macht in hun toeleveringsketen. Merken als Zara hebben dit wel en zijn daarom goed in staat snel in te spelen op de vraag van de consument. Ze maken geen vier hele grote collecties per jaar, maar komen het hele jaar door met kleine collecties. Zo kunnen ze beter afstemmen waar de consument op dat moment behoefte aan heeft.”

Afrika wil niet meer

Van de 21,5 miljoen kledingstukken die jaarlijks niet worden verkocht, gaat het grootste deel naar commerciële opkopers of naar goede doelen. Zij brengen het via outlets op de markt of verspreiden het in landen in Oost-Europa, Afrika en Azië. Tilstra vindt dit geen goede oplossing om de verspilling tegen te gaan. “Het is een doekje voor het bloeden. Steeds meer Afrikaanse landen roepen die stroom aan afgedankte kledingstukken vanuit het Westen ook een halt toe. Zo heeft Kenia onlangs gezegd: we hoeven die kleding niet meer. Het ontregelt hun eigen kledingindustrie.”

In de verbrandingsoven

Een ander deel van de kleding die overblijft, wordt gedowncycled tot bijvoorbeeld een poetsdoek of gaat in het ergste geval rechtstreeks de verbrandingsoven in. Tilstra: “Dat laatste is wel de meest schrijnende en aller slechtste oplossing om van de kleding af te komen.” Toch gaat het jaarlijks om 1,23 miljoen nieuwe, onverkochte kledingstukken die op deze manier aan hun eind komen. Volgens Tilstra kiezen met name duurdere merken voor deze optie, omdat ze hun imago niet willen schaden. “Ze willen niet dat hun kleding voor heel lage prijzen weggaat, omdat mensen het dan gaan associëren met lagere prijsklassen.” Om welke merken het hierbij gaat, vertelt Tilstra niet. “Je snapt dat de merken zich hiervoor schamen. Het is zeer moeilijk om dit soort informatie überhaupt los te krijgen. Vandaar dat het onderzoek anoniem is.”
  
Kledingmerken die veel produceren zoals H&M, Zara en Primark houden volgens Tilstra niet per se meer kleding over, dan merken die veel minder maken. “Je kunt het vaak zien in de uitverkoop: in de winkels waar weinig in de sale hangt, blijft vaak ook weinig over. De uitverkoop is namelijk een strategie om de verliezen te beperken. Aangezien de winstmarges in de kledingsector laag liggen; tussen de nul en tien procent, wordt er aan kleding in de sale nog maar weinig tot niets verdient.” De kleding die helemaal niet wordt verkocht, zorgt jaarlijks voor een omzetverlies van 313,5 miljoen euro voor Nederlandse modewinkels.

kledingbangladeshAfgelopen jaar lieten Kenia, Oeganda, Rwanda, Tanzania, Burundi en Zuid-Soedan weten een importverbod voor tweedehandstextiel te zullen invoeren. Eerder deden Nigeria, Zuid Afrika, Zimbabwe en Ethiopië dit ook. De massale invoer van goedkope restanten en tweedehandsjes zou destructief zijn voor de lokale kledingindustrie. Foto: The True Cost

Riskante business 

Het grote probleem achter de verspilling is volgens Tilstra de onwetendheid van winkeliers en merken. “Ze weten niet goed genoeg wat hun klanten willen. En daarnaast draait mode nu eenmaal om voorspellen. Deze week, tijdens de fashionweek, worden de nieuwe collecties voor volgend jaar op de catwalk geshowd. Kledingstukken die pas over driekwart jaar in de winkels komen te hangen. Nu peilen wat men dan wil kopen, is een riskante business. En hoe verder je vooruit gaat voorspellen, hoe moeilijker en risicovoller dat is.” Volgens Tilstra moeten merken daarom beter luisteren naar wat de consument wil en daar zo snel mogelijk op inspelen. “Kijk naar Zara: binnen vijftien dagen hebben zij een ontwerp van de tekentafel in de winkel. Dat is voor veel kleine winkeliers nu nog lastig.”

Een andere vraag is of minder produceren niet wellicht een oplossing is om de berg onverkochte kledingstukken in te dammen. “Als je weet dat er per jaar 330 miljoen kledingstukken worden verkocht, wat neerkomt op een gemiddelde van twintig nieuwe kledingstukken per persoon per jaar, kun je daar natuurlijk je vraagtekens bij zetten. Zolang we kleding niet goed genoeg kunnen recyclen, is minder consumeren altijd een goed idee.”

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
emydemkes2

Over de auteur

Redacteur fair fashion

Emy Demkes is freelance journalist en schrijft voornamelijk over de achtergronden van onze kleding. Van de arbeidsomstandigheden in …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief