Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Bij een stalbrand in het Brabantse Hap kwamen vorige week 450 kalveren om het leven. Een maand daarvoor was het ook al raak; toen vonden ruim 34.500 kippen de dood bij twee stalbranden in Limburg.

10 jaar stalbranden levert 1.578.000 slachtoffers op
2018: 10 branden met slachtoffers. 95.000 omgekomen dieren
2017: 23 branden met slachtoffers. 229.000 omgekomen dieren
2016: 22 branden met slachtoffers. 201.000 omgekomen dieren
2015: 13 branden met slachtoffers. 128.000 omgekomen dieren
2014: 14 branden met slachtoffers. 32.000 omgekomen dieren

(Bron: Wakker Dier)

arabella
Arabella Burgers

Een groep van 130 dierenartsen, verenigd onder de naam Caring Vets, spreekt zich fel uit tegen de stalbranden. OneWorld sprak met de voorzitter van deze beroepsgroep, Arabella Burgers.

Sinds 2014 zijn er hogere eisen gesteld aan nieuwe stallen. In hoeverre is de veiligheid hierna verbeterd?
“Nieuwe stallen zijn dankzij voorschriften in het bouwbesluit brandveiliger gemaakt. Bestaande stallen krijgen vaker een keuring en sinds 2014 wordt er onderzoek gedaan naar de oorzaken van een stalbrand, om deze zoveel mogelijk te voorkomen. Er is dus een geringe mate van verbetering in de brandveiligheid te zien.”

Met welke technieken kunnen boeren de dieren in veiligheid brengen?
“De meeste dieren komen door verstikking om het leven. Daarom is het belangrijk om een systeem te maken wat ervoor zorgt dat de rook naar buiten kan. Ook het aanleggen van vluchtroutes en vluchtdeuren is van groot belang. Kippenschuren zouden meerdere ‘nooddeuren’ naar buiten moeten hebben. Verder zijn brandmelders noodzakelijk en kunnen veehouders jaarlijks de elektrische installaties en stalinrichting laten controleren.”

Hoe kan het dat stalbranden zo vaak voorkomen?
“In de intensieve veehouderij worden soms honderdduizenden dieren in een hermetisch afgesloten ruimte gehouden. De dieren hebben bijna geen toegang tot frisse lucht, omdat de omwonenden beschermd moeten worden tegen de hoge concentraties fijnstof en de heftige stank die de hoeveelheden dieren produceren. Boeren maken in veel gevallen gebruik van elektrische luchtwassers om de stank tegen te gaan, wat een centraal luchtkanaal vereist. Doordat deze door de gehele stal loopt, kan rook en vuur zich razendsnel verspreiden. Daarnaast is er een grote kans op kortsluiting. De mest en urine van zowel kippen als varkens zorgen in veehouderijen voor de productie van extreme brandbare mestgassen (onder andere ammoniak). Deze combinatie van factoren, deze tikkende tijdbom, heeft daarom maar één vonkje nodig om een hellevuur te ontwikkelen, waar jaarlijks miljoenen dieren het slachtoffer van worden. Een vonkje kan ontstaan uit kortsluiting, uit (las)werkzaamheden rondom of in de stal, door broei in strooisel, blikseminslag of oververhitting van installaties. Daarnaast kunnen de mestgassen zélf kunnen ook een explosie veroorzaken.”

Men moet zich er bewust van worden dat dieren net als mensen vreugde, stress en pijn kunnen ervaren. Een dier is geen ding

Op welke manier speelt het westerse denken over dieren een rol in het debat over de stalbranden?
“Een varken, een kip, een koe, een schaap of een geit wordt niet meer gezien als een levend wezen maar als een ‘productiedier’, een ding dat puur en alleen een economische waarde vertegenwoordigt. Investeren in brandveiligheid kost geld en gaat dus ten koste van winst. De prijs die de consument wil betalen voor dierlijke producten ligt veel te laag. Veel boeren hebben daarom niet de financiële mogelijkheid om te investeren in dierenwelzijn of veiligheid.”

Zie je een verschuiving in het bewustzijn van mensen wat betreft dierenleed betreft?
“Ja, er is zeker een verandering gaande. De consument krijgt door bijvoorbeeld ngo’s het ware verhaal te zien. Mensen zien opeens in dat het lachende varken op het bord bij de slager eigenlijk een structureel mishandeld dier is. Flexitariërs, vegetariërs en veganisten zijn hierdoor groeiende groepen in onze maatschappij.”

Wat is er nodig om verandering teweeg te brengen in deze situatie?
“Men moet zich er bewust van worden dat dieren net als mensen vreugde, stress en pijn kunnen ervaren. Een dier is geen ding. We kunnen ze niet zomaar op betonnen vloeren zetten, of in kraamhokken en potdichte stallen stoppen. Dat zijn geen omstandigheden waar ze natuurlijk gedrag kunnen tonen. We moeten onze verantwoordelijkheid nemen en stoppen met het produceren voor (te) lage prijzen op de wereldmarkt. Ngo’s, politieke partijen, dierenartsen, maar ook journalisten kunnen hierin samenwerken om mensen in te lichten en ze de ogen te openen. Op die manier kan de consument een goede, morele keuze maken. Politiek en producenten zullen dan volgen.”

Wat kunnen wij als consument vandaag nog doen om bij te dragen aan minder dierenleed?

  • Gebruik je ‘macht’ als consument! Weet waar je eten vandaan komt, let hierbij op dierenwelzijn; goedkoop gaat vaak ten koste van dierenwelzijn
  • Spreek je supermarkt aan op hun assortiment
  • Verminder je eigen consumptie van dierlijke producten
  • Spreek je uit! Vergroot het bewustzijn van een ander door diegene aan het denken te zetten
  • Wijs de politiek op hun verantwoordelijkheid

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Judith Tielemans

Judith is afstuderend journalist en houdt van zowel fotograferen als schrijven. Met haar fotoserie over het werk van de stadsecoloog …
Profielpagina