Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Duékoué, in het westen van Ivoorkust, 30 maart 2012. Een jaar eerder zijn hier honderden burgers vermoord door een oprukkend rebellenleger. Een nooit bestrafte misdaad. Die rebellenmacht is hier nu de baas, en wordt door zeker de helft van de bevolking tot op het bot gewantrouwd. Ze patrouilleren het stadje vanuit open wagens. Uniform aan, wapen bij de hand. Maar in diezelfde wagens zitten ook lui zonder uniform. Ze hebben traditionele kledij aan. Wie zijn dat? Dat zijn dozo’s, leer ik, traditionele jagers. Maar die horen toch niet bij het leger? 'Welk leger?', is de wedervraag. 'We hebben hier geen leger…'

Grand Bassam, nabij Abidjan, 13 maart 2016. Ik zit in een taxi op de weg parallel aan het strand en hoor plotseling oorlogsgeluiden. Honderden mensen hollen de straat over. Een vader sleurt een kind mee, tieners houden hun teenslippers in de hand, zo kunnen ze sneller rennen. ‘Ze schieten! Ze schieten!’ roepen een paar kinderen als ik ze vraag wat er op het strand gebeurt. Een uit de hand gelopen overval? Nee. Het is de eerste terroristische aanslag in Ivoorkust. Twee uur later rijdt een eindeloze kolonne ambulances en militaire voertuigen de populaire badplaats binnen. Wat opvalt is de alfabetsoep aan afkortingen op die legerwagens. Alsof er wel vier strijdkrachten achter die terroristen aanzitten…

Sinds vorig jaar heet het Ivoriaanse leger Forces armées de Côte d’Ivoire (FACA). Wie daar allemaal inzitten?
– soldaten uit dat vroegere rebellenleger, spontaan gerekruteerd, vaak zonder opleiding;
– soldaten met een formele militaire opleiding en afkomstig uit een regulier leger, bijvoorbeeld de Forces de défense et de sécurité van ex-president Laurent Gbagbo, die bij het Internationale Strafhof in Den Haag vastzit op verdenking van (onder meer) moord.

En dan hebben we nog:
– soldaten die deelgenomen hebben aan een staatsgreep of twee;
– soldaten die begonnen zijn als huurling, freelancer, zelfbenoemde ordehandhaver of, inderdaad: dozo;
– soldaten die ooit deel uitmaakten (of dat nog doen) van politieke milities, zelfverdedigingsgroepen, kleine rebellenclubjes of gewoon criminele bendes.

Da’s dus geen leger. Een normaal leger is loyaliteit verschuldigd aan land en staatshoofd. Politiek gezien is de minister van Defensie verantwoordelijk. Intern heerst een ijzeren respect voor de hiërarchie, anders wordt het een bende. Maar dat alles bestaat in Ivoorkust alleen op papier.

Dat moordende rebellenleger, nu een hoofdonderdeel van FACA, stond onder leiding van een jonge en uiterst ambitieuze politicus: Guillaume Soro, een voormalige studentenleider en nu de voorzitter van het Ivoriaanse parlement. Tussen 2002 en 2011 bezetten zij de noordelijke helft van het land. Soro werd daarin bijgestaan door tien lokale commandanten; zij verdienden geld met de afpersing van burgers en de smokkel van wapens, voedsel, cacao, vee, geld en goud. Nu hebben zeven van die commandanten prachtige posities in het Ivoriaanse veiligheidssysteem – bij de parachutisten, binnen FACA, of als leider van een speciale troepeneenheid. Precies: de alfabetsoep die ingreep in Grand Bassam.

Maar waar is het staatshoofd, president Alassane Ouattara? Moet hij niet de orde herstellen?

Een wankel bouwwerk dus – en daar hebben de burgers last van. In januari ging een deel van het FACA met wapens in de hand de straat op. Ze eisten villa’s, betere werkomstandigheden maar vooral geld. Een dikke achttienduizend euro de man.

Maar waar is het staatshoofd, president Alassane Ouattara? Moet hij hier niet iets aan doen? De orde herstellen misschien? Toegegeven, hij sprak de muiters vermanend toe, maar gaf ze daarna precies wat ze wilden. Hij weet donders goed dat de meeste militairen luisteren naar Soro en/of zijn zeven commandanten. Zij hebben de macht, de wapens (niemand weet hoeveel) en de ervaring met opstanden en staatsgrepen.

Daarom beloont president Ouattara de muiters en plunderaars voor hun wangedrag met geld en promotie. Dure grap: het leger kost al 710 miljoen euro per jaar, het betalen van de ruim 8.000 opstandige militairen gooit daar nog eens 150 miljoen bovenop. En nu ruiken anderen de zwakte van de president en willen ook een armvol geld uit de kas. Na de soldaten hebben gendarmes en speciale troepen inmiddels ook hun deel opgeëist.

En de burger? Die bekijkt het circus met lede ogen – en heeft altijd een vluchtplan klaar, voor als het schieten weer begint. 

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
IMG-BP-Ségou

Bram Posthumus

Bram Posthumus is freelance journalist die vanuit West-Afrika verslag doet. Hij maakt radioreportages voor o.a. Deutsche Welle en Voice of …
Profielpagina