Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Twee jaar terug deed Natuurmonumenten samen met Vogelbescherming al een grutto-alarm uitgaan. Dat deden deze grootste landelijke natuurbeschermingsorganisaties met een gelikt persbericht, voorzien van een paar leuke geluidsfragmenten. Binnenkort kunnen we met die geluidsfragmenten de tomeloze leegte van het boerenland vullen.

Als er enige voorspellende waarde zit in de trendgegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dan is onze nationale vogel over tien jaar uitgestorven. Het ‘grutto-grutto-wiet’ zal daarmee definitief niet meer te horen zijn in ons boerenland. Maar die grutto gaat niet alleen, hij zal vergezeld worden door een hele optocht aan boerenlandvogels zoals de tureluur, de veldleeuwerik, de scholekster, de wulp en de kievit. Om nog maar te zwijgen over die weidevogels die al bijna uit onze weide verdwenen zijn: de watersnip, de kemphaan en de illustere kwartelkoning zie je nu alleen nog maar in natuurgebieden.

Het verdwijnen van al die vogels duidt op het failliet van de publieke functie van de melkveehouderij. Ons landbouwsysteem produceert veel, goedkoop en kwalitatief goed voedsel, en doet dat steeds efficiënter. Vaak kloppen we onszelf op de borst: we zijn de een na grootste exporteur van landbouwproducten ter wereld.

We kunnen zuivelboeren rekenen tot de wereldtop op het gebied van natuurvernietiging

Maar we kunnen zuivelboeren, die 40 procent van ons landoppervlak beheren, tegelijkertijd rekenen tot de wereldtop op het gebied van natuurvernietiging. De biodiversiteit in Nederland is door de uitstoot van meststoffen ammoniak, stikstof, fosfaat, door bodemerosie en verdroging, in de laatste twintig jaar ook met 40 procent achteruit gegaan. Tekenend is dat broedvogels die meerdere landen aandoen, vooral in Nederland het leven laten.

Als burgers hebben we nu supergoedkope melk, kaas en vla, maar om een mooi en rijk landschap te zien, moeten we naar het buitenland. Hier in Nederland mogen we onze weekends spenderen in een groene vlakte, door ontwatering verdroogd, naar mest stinkend land, doorsneden door asfaltwegen waarover zwaar landbouwmaterieel af en aan rijdt.

Keuterboeren

Ons landschap is al langer bezig te verdwijnen. Toen ik klein was, ging ik elke herfst naar mijn tante en oom. Zij hadden een gemengd boerenbedrijf in het oosten van het land. Op 16 hectare land hielden mijn oom en tante twaalf melkkoeien, wat varkens voor de slacht, kippen en verbouwden ze wat graan maar vooral gras. Om het werk te doen hadden ze een prachtig Belgisch trekpaard met de naam Vosje. Mijn oom en tante waren typische keuterboeren.

De boerderij en het land waren zeer divers, van een paar velden gepacht hooiland tot een zware es waar graan of suikerbieten op verbouwd werden. Overal waren houtwallen, hagen, greppels en singels. Rond de boerderij wemelde het van het leven. In de kap van de schuur zat een paar kerkuilen, in de melkstal nestelden zwaluwen en naast de graanakker klonk de zang van geelgorzen, ortolanen en veldleeuweriken.

Als je door de velden liep, trapte je soms bijna op de koppels patrijzen die dan geschrokken opvlogen, en op het gepachte stuk hooiland aan de beek struikelde je over de watersnippen en grutto’s. Dat landschap was het resultaat van honderden jaren en vele generaties die hadden samengewerkt met de natuur om een optimale opbrengst te krijgen, zonder kunstmest en gif.

Melktank

Mijn oom en tante hadden het prima voor elkaar. Tot op zekere dag de melkfabriek onder druk van de grote boeren besloot over te gaan van de melkbussen op de gekoelde melktank. Dat vergde een enorme investering en maakte het boeren met maar twaalf koeien onmogelijk. Dit verhaal van boeren die stoppen door telkens nieuwe regels en opgelegde investeringen is tekenend voor heel veel voormalige familiebedrijven in Nederland.

In de afgelopen tien jaar is het aantal boeren met melkvee volgens het CBS gedaald met ongeveer 20.000 bedrijven terwijl er in totaal 35.000 landbouwbedrijven minder zijn. Dit terwijl de bedrijfsomvang door ruilverkaveling enorm is toegenomen, van 6 hectare in 1950 naar 32 in 2015. Een vervijfvoudiging in 65 jaar. “Door ruilverkaveling zijn percelen samengevoegd en zijn honderden slootjes, greppels, en perceelranden verdwenen uit ons landschap”, zo vertelde Jaap Dirkmaat van Vereniging het Nederlands Cultuurlandschap tijdens een bijeenkomst in debatcentrum Pakhuis de Zwijger te Amsterdam.

Volgende generaties boeren dwongen de waterschappen tot het aanhouden van een zeer onnatuurlijk  waterregime waarbij het land in het voorjaar droog wordt gemalen, terwijl het in de zomer juist nat wordt gehouden. Zo kunnen de boeren vroeger maaien en kan er veel meer keren gras worden geoogst. Bovendien kunnen ze op dat droge land veel makkelijker rondrijden met zware mestinjecteurs, balenpersen en tractoren.

Tropische plantenverzameling

Als jonge natuurliefhebber kan ik me nog goed herinneren hoe de natuur zo eind jaren ’90 uit de weide verdween. Opeens zag je overal donkergroene weide verschijnen waarin naast gras alleen nog gele paardenbloemen groeiden, en dat bleek nog maar het begin. Enorme percelen zwaar overbemeste voedermaïs, velden waarin alles was doodgespoten wat niet productiegewas was. Met halfslachtige mestwetgeving poogde de overheid de hoeveelheid mest in te perken, maar dacht daarbij niet aan de enorme stroom krachtvoer die er via de mond als bijvoer bij de beesten inging, veelal eiwitten, zoals soja uit Zuid-Amerika.

Het gevolg is ‘landschapspijn’ zoals columnist van de Leeuwarder Courant Jantien de Boer het noemt: het wegkwijnende Friese landschap is niets meer dan ‘betongras’, voor ‘turbokoeien in een industrielandschap’. Wie nu in de heemtuin loopt, waar planten verzameld zijn die bij uitstek Nederlands zijn, waant zich in een tropische plantenverzameling.

Eierstruif

Voor de grutto is er, zoals Albert Beintema in zijn boek ‘De grutto’ laat zien, te veel veranderd om in ons land nog te kunnen overleven. Het lukt wellicht nog wel om een eitje te leggen na terugkomst van overwintering in Senegal. Maar de kans is levensgroot dat dat eitje eindigt als een klodder eierstruif op de maaibalk van een reusachtige tractor of aan de hoeven van een koe die door de gesubsidieerde weidegang veel te vroeg in het veld verschijnt. Als het eitje toch door vrijwillige vogelwachters gered wordt met nestbeschermers komt het later in het seizoen onbeschut in een glad gemaaid hooiland te liggen. Het is dan een makkelijke prooi voor meeuwen, kraaien en andere rovers.

Uiteindelijk verhongeren gruttokuikentjes of worden ze slachtoffer van een vos of een wezel

Lukt het het ei toch om uit te komen, dan is het kuikentje, of zoals de experts dat noemen de pul, tegenwoordig ook geen makkelijk leven beschoren. In de eerste weken van hun leven zijn de kleine kuikentjes volledig afhankelijk van insecten, alleen zo’n dieet is voldoende eiwitrijk om een snelle groei mogelijk te maken. Door alle overbemesting en afnemende diversiteit zijn insecten echter steeds zeldzamer in ons boerenland. Duitse wetenschappers hebben vastgesteld dat het aantal insecten nog maar een kwart is van wat er ooit was. Iedereen heeft dat wel in de gaten, sinds enige jaren zijn er stukken minder muggen dan vroeger.

Dat kan voor ons plezierig zijn, maar voor de gruttokuikentjes die vooral van langpootmuglarven leven, is het een ramp. Uiteindelijk verhongeren ze of worden ze door gebrek aan weerbaarheid slachtoffer van een vos of een wezel. Reden voor sommigen om te pleiten voor bejaging van die dieren, maar welke kans heeft een praktisch verhongerd gruttokuiken tegen een vos? Feit is dat de oudervogels de laatste jaren veel te vroeg onverrichterzake terug naar het zuiden vliegen zonder jongen.

Grootschaliger

Als we kijken naar de zuivelschappen in de supermarkt, dan moeten we constateren dat we dit drama aan onszelf te danken hebben. De goedkoopste liter melk kost 65 cent in de supermarkt, de boer krijgt voor diezelfde liter slechts 35 cent. Die 35 cent is aanzienlijk minder dan de productiekosten. Alleen heel intensieve en grootschalige boeren kunnen voor die prijs melk produceren. De enige betekenisvolle impuls van de markt die de boer krijgt, is: produceer méér. Ondanks melkquota, mestquota, subsidies voor agrarisch natuurbeheer en fosfaatnormen is er geen enkele echt zinnige marktimpuls geweest die die logica heeft weten te doorbreken.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bialowieza-profiel

ErnstJan Stroes

Natuurliefhebber, programmamedewerker

ErnstJan Stroes (1966) is vooral vogelaar, veldbioloog en actief snelfietser. Hij is opgeleid als milieu-, duurzaamheids- en …
Profielpagina