Het armoedevraagstuk : Wat moeten wij doen?

 

Wat is "armoede"? Wat willen goedwillende mensen "bestrijden"?

 

De armoede heeft weinig met geld te maken. In ieder geval gaat de armoede nooit over geld alleen. De armoede gaat hoofdzakelijk over onze kwaliteit van leven.

In 1994 schreef de toenmalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties:

"… de kern van armoede is consumptie. Mensen zijn arm omdat zij van onvoldoende goederen en diensten genieten om een aanvaardbare kwaliteit van leven te bereiken." [1]

Men kan van een redelijke kwaliteit van leven genieten zonder per se veel geld te hebben.

En andersom, men kan vrij veel geld bezitten en toch geen behoorlijke kwaliteit van leven hebben.

Helaas dankt menige invloedrijke universiteit in onze moderne wereld haar bestaansrecht aan voortdurend het tegendeel te beweren. Sommige afgestudeerde studenten economie leren tegenwoordig niet eens over de paradigms van het huidige op geld (schulden) gebaseerd dominerende economische model.

Neem bijvoorbeeld het in 1992 door de Verenigde Naties ingevoerde revisie van het systeem voor de berekening van de nationale omzet (SNA – systeem van nationale accounts) [2]. Dit is het systeem door naties gebruikt om verantwoording voor hun begrotingen af te leggen. Ongelofelijk maar waar, wordt er in het SNA (versie 1992) geen rekening gehouden met de rentefactor, met niet-formeel betaald werk, met huishoudelijk werk van vrouwen, noch met onbetaald werk voor de zorg voor kinderen. Artikel 6.46 van het SNA luidt: "Het product van diensten voor huishoudens en voor persoonlijk gebruik binnen gezinnen worden uitgezonderd [van de "productie voor eigen eindgebruik" (p.12)]"

Het SNA-systeem heeft inderdaad zo weinig met de economische werkelijkheid te maken dat ook in de meest geïndustrialiseerde landen ter wereld, waaronder de Verenigde Staten, een meerderheid van de productieve activiteiten niet gemonetiseerd is. [3]. De conclusie van de UNDP in zijn Human Development Report 1995 [3] was: "Waren niet-gemonetiseerde menselijke activiteiten als markttransacties tegen de normale loonkosten beschouwd, dan zou de waarde daarvan enorm zijn…… 16 biljoen (16 duizend miljard) US$, waarvan US$11 biljoen uit de niet-gemonetiseerde onzichtbare bijdrage van vrouwen." Dit is 70% van de aangegeven "waarde" van alle economische activiteiten wereldwijd (US$ 23 biljoen). Gezien veel gemonetiseerde activiteiten zoals in het rapport bedoeld eigenlijk niet productief zijn, zou men hier de conclusie uit kunnen trekken dat verreweg de meeste productieve activiteiten in de wereld in werkelijkheid niet gemonetiseerd zijn.

Merkwaardig genoeg, maar waarschijnlijk doelbewust, ontbreken statistieken hiervan. Het is hoogst waarschijnlijk dat in sommige ontwikkelingslanden het reële percentage van niet-gemonetiseerde activiteiten meer dan 90% van alle productieve activiteiten is.

Zoals onderzoeker David Korten het zegt: "Sociale economieën zijn van nature lokaal, zonder loon, niet gemonetiseerd en zonder markt. Hun kracht ontleent meer uit liefde dan uit geld."[4]

Productieve activiteiten binnen zulke "sociale economieën" vormen de basis van onze kwaliteit van leven, terwijl "Het bruto nationaal product [van de het SNA] is simpelweg een opsomming van gekochte en verkochte producten en diensten zonder onderscheiding tussen transacties die onze kwaliteit van leven bevorderen en transacties die onze kwaliteit van leven verminderen." [5]

Verschillende alternatieve rekeningsystemen, sommige nog onder ontwikkeling, zijn beschikbaar. [6] De meeste van hen stammen uit het werk van Redefining Progress uit de Verenigde Staten met hun "Genuine Progress Indicator, of GPI". Volgens Talberth, Slattery en Cobb [5] "onze collectieve welvaart [in de VS] lijkt haar toppunt in de latere 1970's te hebben bereikt en is sindsdien gestopt."

De economische situatie in de arme landen is zichtbaar slechter geworden. "Een steeds hoger percentage van groei in een moderne economie wordt opgeslokt door de betreurenswaardige behoeftes van het voortzetten van het systeem". [7]

Als de armoede onze kwaliteit van leven betreft, wat hebben wij dan nodig om van een goede kwaliteit van leven te kunnen genieten?

Één deel van deze vraag betreft objectieve factoren. Een tweede deel subjectieve factoren.

Wat de objectieve factoren betreft, gaat het over wat wij strikt nodig hebben om te kunnen overleven en ons te vermenigvuldigen. Er zijn geen grote verschillen tussen mensen en andere soorten. Behalve persoonlijke veiligheid, gaat het om een tenminste eenvoudige niet vochtig, rookvrije bescherming tegen de natuurlijke klimatische elementen, de aanwezigheid van voldoend niet vervuild drinkwater (een voorziening van tenminste 20 liter per persoon per dag wordt tegenwoordig nodig geacht [8] ), een schone duurzame ziektevrije woonomgeving, en, uit kwantitatief zowel als kwalitatief voedingsoogpunt, voldoende voedsel over het hele jaar.

Toen men elfduizend jaar geleden zijn eigen voedsel in Mesopotamië begon te verbouwen, kon men gespecialiseerde taken overnemen, waaronder defensieve en administratieve. [9].

In de oudheid werden drinkwaterbronnen in grotere nederzettingen en woongebieden met een drinkwatertekort al op de ene of andere manier beschermd [10]. Wij beschikken helaas over bitter weinig historische informatie wat betreft drinkwatervoorzieningen in landelijke gebieden waar de meeste mensen tot in de vorige eeuw woonden. Men mag aannemen dat tot aan het industriële tijdperk in Europa en ook elders het drinkwater van veel drinkwaterbronnen op het platteland redelijk schoon is gebleven en de meeste menselijke rurale samenlevingen duurzaam waren. De kwaliteit van drinkwater zal waarschijnlijk wel wat slechter zijn geweest in de steden en in laagliggende plattelandsgebieden met onvoldoende afwateringsmogelijkheden, waaronder, in Nederland, de provincies Zeeland en Utrecht.

In vele delen van de wereld is de "lokale bevolking" door de eeuwen heen vrij stabiel gebleven. Mensen bleven duurzaam wonen waar hun voorouders woonden.

De vraag is waarom dat tegenwoordig minder vaak het geval is?

Meerdere factoren hebben een rol in deze verandering gespeeld. Tussen de belangrijkste van hen behoren de invoering van formele geldsystemen en de voortgaande beperking van hun aantal. In het bijzonder, het oprichten van de Bank van Engeland in 1694 [11], nieuwe geldemissies in handen van een financiële elite van particulieren over te laten, en aan die élite rechten te verlenen om rente daarop te heffen.

Hoewel, zoals al aangegeven, de armoede zelf gaat over kwaliteit van leven en niet per se over geld, de kwaliteit van het leven van mensen sterk negatief wordt beïnvloed door bovengenoemde financiële factoren na hun invoering. In de naam van globalisering en van een vermeende verbetering van de efficiency van sociale, financiële, productieve en dienstinstellingen door schaalvergroting wordt het huidige heersende systeem gehandhaafd. In de naam van industrialisatie, specialisatie van activiteiten, en schaalvergroting werden duurzame samenlevingen, in door het westen beheerde "ontwikkelingslanden" en op het platteland in de geïndustrialiseerde landen zelf, gedwongen steeds meer van hun autonomie en duurzaamheid uit handen te geven. Er is vrijwel niets meer van overgebleven.

Al begin vorige eeuw was men van het probleem bewust. Men schreef:

"Geld is niet de sleutel die de poorten van de markt openmaken, maar de klink die ze verspert. " [12]

De perikelen ontstaan door de emissie van nieuw geld tegen rente in handen van particuliere bankiers te laten werd al door vooraanstaande politici zoals Thomas Jefferson, de derde president (1801-1809) van de Verenigde Staten, 200 jaar geleden tijdens de voorbereiding van de Amerikaanse Grondwet voorzien.

"De Centrale Bank [van Amerika] is een dodelijk gevaar voor de principes van onze Grondwet. Ik ben tegen de recht van banken om papiergeld uit te geven. Als het Amerikaanse volk instemt met de emissie door particuliere banken van hun geld, eerst door inflatie en dan door deflatie, zullen de banken en de bedrijven die zich rond hen zullen ontwikkelen de bezittingen van het volk afnemen en hun kinderen zullen dakloos ontwaken op het continent dat hun vaders veroverden." [13]

Een tweede belangrijke factor in moderne economische ontwikkeling is de invoer in de negentiende eeuw van wetgeving betreffend vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid. Voor het eerst in de staat van New York in 1811 [14], wat later in Engeland in 1855 [15].

In haar millenniumeditie van 23 december 1999 in een artikel met de titel : "De sleutel tot het industriële kapitalisme : beperkte aansprakelijkheid" schreef The Economist:

"Vóór de invoering van beperkte aansprakelijkheid riskeerden aandeelhouders failliet te gaan en misschien in de gevangenis voor debiteuren te belanden in geval van faillissement van hun bedrijf. Weinigen zouden aandelen in een bedrijf kopen zonder goede kennis van hun leidinggevenden en zonder in staat te zijn hun activiteiten, en in het bijzonder hun financiële situatie, goed te kunnen verifiëren." [16]

Met de invoering van beperkte aansprakelijkheid hoefden vennootschappen hun activiteiten niet meer in het openbare belang en onder direct toezicht van het parlement uit te voeren, maar in dat van hun aandeelhouders en eigenaars. Vennootschappen, aandeelhouders en eigenaars waren vanaf het begin van de industrialisatie meestal lokaal en in direct contact met personeel, productie-eenheden en klanten. Met hun groei na de invoering van beperkte aansprakelijkheid begonnen ze eerst meer op regionaal, dan op nationaal, en dan op internationaal niveau te opereren. Hun belangen kwamen steeds verder af te staan en werden minder afhankelijk van die van de mensen waar het werk werd uitgevoerd en die van de consumenten. Effectieve lokale controle over grondstoffen en productie is steeds moeilijker geworden en is tegenwoordig praktisch van de aardbol totaal verdwenen.

Dit was voor Abraham Lincoln al in 1864 duidelijk:

"Als resultaat van de oorlog, worden bedrijven op een troon gezet en wordt een periode van corruptie ingeluid, de financiële macht van het land zal proberen haar controle te laten voortduren door in te spelen op de vooroordelen van het volk tot dat al de rijkdom in weinige handen komt te liggen en de republiek vernield is." [17]

De doorgaande en verregaande concentratie van financieel vermogen bracht met zich de centralisatie van controle op wereldniveau over grondstoffen mee, en productie en diensten in de handen van een kleine élite.

Lokale economieën zijn daardoor praktisch van de wereldbodem verdwenen.

De taak van ontwikkelingssamenwerking is dus lokale economieën in projectzones te herstellen door er adequate en duurzame sociale, financiële, productieve, en dienstverlenende structuren (in die volgorde) neer te zetten. Hoe men dit precies doet is later in de artikel "Hoe lossen wij het armoedevraagstuk op" beschreven. Het gaat om verrassend eenvoudige en bovendien zeer goedkope maatregelen.

Wij hebben ons tot nu toe over het eerste, objectieve, deel van onze analyse van de kwaliteit van leven ontfermd.

Het tweede deel van onze analyse is subjectief. Waar liggen onze individuele prioriteiten? Hechten wij meer aan onze sociale relaties met onze gezinsleden en vrienden en zo veel mogelijk tijd aan onze kinderen besteden? Of willen wij tijd en geld investeren om onze nieuwe persoonsauto met een totaal verbruiksrendement van 1% tot 2% te (laten) poetsen? [zie nota 18]

Is de bewoner van een gemiddelde stad in het westen gelukkiger dan een dorpsbewoner in Burkina Faso? Hoe vergelijken wij de kwaliteit van leven van een westerse forens die twee keer per dag heen en terug twee uur lang in zijn auto in files zit om naar zijn werk gaan, met dat van een herder in Ethiopië die gedurende diezelfde vier uur in de schaduw van een boom zit om over filosofie met een vriend te praten? Waar zit de toegevoegde waarde van de ene activiteit in vergelijking met de andere?

De door de westerse forens gemaakte kosten (tijd, gebruik van de auto, brandstof, kosten en afschrijving van alle structuren) worden allemaal in ons "bruto nationaal product" opgeteld, al zijn ze onproductief. [2]. De activiteiten van de Ethiopische herder worden niet eens binnen het formeel economisch systeem opgenomen, hoewel  ze als productief zouden kunnen worden beschouwd.

Het kost Euro 4,50 per uur om een auto in de parkeergarage onder het stationsplein in Amsterdam te parkeren. Dit betekent in de praktijk het huren van een oppervlakte van +/-10m2 gedurende één uur. Veel werknemers in ontwikkelingslanden moeten 8-10 uur  per dag twee dagen lang harde fysieke arbeid verrichten om Euro 4,50 te verdienen. Velen van hen hebben een inkomen onder de zeer discutabele door de Wereld Bank ingevoerde standaard van US $ 1 per dag op basis van de "1985 PPP-purchasing power parity". [16][17].

Hoe vergelijken wij de productiviteit van het parkeergeld van één uur in Amsterdam met die van twee dagen arbeid op het veld in een ontwikkelingsland? Welke van de twee activiteiten is productiever? Welke heeft de meeste reële toegevoegde waarde?

Jan met de pet zou daaruit misschien kunnen afleiden: "Een activiteit die de kwaliteit van leven van een individu, zijn gezin, of de maatschappij waaruit het individu deel van maakt verbetert, is productief. Een activiteit die de kwaliteit van leven van het individu, zijn gezin, of de maatschappij waaruit het individu deel van maakt niet verbetert is onproductief." De daarmee samenhangende vraag wordt dan : welk deel van de opgetelde omzet van een westers geïndustrialiseerd land is onproductief? Welk deel van de niet-gemonetiseerde activiteiten in een ontwikkelingsland is in werkelijkheid productief?

Als u een computerfreak bent, probeer u dan maar eens in welke taal dan ook onderzoekssleutels zoals relaties tussen "werk en productiviteit", "geld en productiviteit", "winst en productiviteit", "productiviteit en kwaliteit van leven", "winst en kwaliteit van leven" met Google® op te zoeken. Het opgeleverde aantal "hits" zal verrassend klein blijken en hun individuele kwaliteit vaak uiterst deprimerend. [zie nota 19] Men zal merken dat zulke concepten, die samen de grondslag van werkelijke economieën zouden moeten vormen, in de praktijk van het heersende economisch denken worden uitgesloten.

Wij hebben nu gezien dat concepten zoals "de economie" en "armoede" in werkelijkheid vooral met onze kwaliteit van leven te maken hebben. Wij hebben ook gezien dat onze waarneming van de kwaliteit van ons leven voor een deel objectief en voor een deel subjectief is. Daarvan kunnen wij afleiden dat het doel van geïntegreerde ontwikkelingssamenwerking zou moeten zijn het opstellen van structuren die mensen in staat stelt zelf hun eigen objectieve basisbehoeftes te zorgen. Daarna kunnen de inwoners van elk projectgebied de daarvoor opgezette sociale, financiële, productieve en dienstverlenende structuren gebruiken om hun subjectieve behoeftes te bereiken.

Welke zijn die "basisbehoeftes" voor de bestrijding van de "armoede" ?

Het zijn de belanghebbenden zelf, de inwoners van elk projectgebeid, die hun lijst van basisbehoeftes samenstellen. Dit betekent dat de lijsten van de basisbehoeftes niet altijd gelijk zullen zijn tussen één projectgebied en een ander.

Alle groepen zullen om schone drinkwatervoorzieningen vragen. Sommige zullen ook regenwater willen oogsten. De meeste zullen om individuele, soms ook collectieve sanitaire voorzieningen vragen met veilige recyclage van urine en ontlasting. Vaak komt de inzameling en de recycling van afval voor. Er zal een oplossing gevraagd worden voor een tekort aan brandstof voor de bereiding van voedsel (kooktoestellen). In het algemeen zal men verlichting voor studiedoeleinden en voor productieve activiteiten als noodzakelijk, en verlichting, sanitaire voorzieningen en koelsystemen voor medicijnen in klinieken ook als basisbehoeftes beschouwen. Inwoners zullen vaak een veilige opslagstructuur voor het bewaren van voedsel voor hun eigen verbruik willen hebben. Iedere samenleving zonder transactiemiddelen om handel tussen leden te bedrijven zal die mogelijkheid willen hebben. Men zal ook toegang tot goedkoop formeel geld financieringsstructuren willen hebben om zijn eigen productiviteit te kunnen uitbreiden. Vrijwel alle vrouwen in de arme landen willen überhaupt van hun dagelijkse urenlange tocht om water en brandstof (hout) te bemachtigen verlost zijn.

Dit zijn allemaal activiteiten die individueel en collectief binnen het kader van lokale economische ontwikkelingen snel en vrij goedkoop haalbaar zijn. Het gaat om basis activiteiten die de kwaliteit van leven van de mensen sterk verbeteren. Grote structurele ontwikkelingen, bijvoorbeeld hoofdwegen, gespecialiseerde ziekenhuizen, universiteiten, grootschalige irrigatieprojecten en dergelijke zijn dat niet. Toch kunnen de door de projecten opgezette sociale, financiële, productieve en dienstverlenende basisstructuren ook gebruikt worden om  voordelige maatregelen in sectoren zoals de gezondheidszorg en het onderwijs bijna "kosteloos" op lokaal niveau te verwezenlijken. Bijvoorbeeld, om braakliggende plassen, marktpleinen en straten af te wateren, om klamboes en insectenvangende gereedschappen lokaal te vervaardigen, om coöperatieve betaalde verpleegzorg te verlenen, om rookgevaar uit huizen en woonomgevingen uit te bannen, om basis- en intermediaire onderwijsstructuren en meubilaire daarvoor te bouwen, om artsen, verplegers en onderwijspersoneel die bereid zijn om (volledig of gedeeltelijk) binnen het kader van lokaal geldsystemen te werken in dienst te nemen.

Hier volgt een typisch voorbeeld van de te behalen resultaten van elk zelffinancierend geïntegreerd project onder het Model op website www.flowman.nl.  Men zou dit als een soort van zeer bescheiden geformuleerd "basispakket" voor geïntegreerde ontwikkelingsprojecten kunnen beschouwen onder voorbehoud van de door de lokale bevolking te maken keuzes. Uitvoering van dit "basispakket" genereert werk voor ongeveer 425.000 dagen van 8 uur. Dit werk wordt aan lokale uitvoerders grotendeels door de bevolking zelf betaald onder het lokaalgeld systeem dat in ieder projectgebied in een vroeg stadium van het project wordt opgericht. Elk project genereert dus vanzelf, binnen enkele maanden, enkele duizenden banen, waarvan de meest permanent.

          1 milieueffectenstudie uitgevoerd.

          1 permanente structuur voor projectcoördinatie opgericht.

          1 resource (ecosysteem; park; meer; fauna; flora; berg) ecologisch gereed voor ecologisch toerisme.

          200 locale, autonome, sociale en financiële structuren opgezet.

          200 reservoircommissies opgericht, met 1000  voor hun werk betaalde vrouwen die ervoor verantwoordelijk blijven.

          35 broncommissies gevormd, met 250 voor hun werk betaalde vrouwen die ervoor verantwoordelijk blijven.

          1 capacitatie atelier voor drinkwaterstructuren voltooid.

          1 directiestructuur voor drinkwatervoorzieningen op projectniveau opgestart.

          35 putten en/of bronnen met een diameter van tenminste 8" voorbereid. (Typische booractiviteiten : 3000 meter per project.)

          100 back-up handpompsystemen, waaronder 33 drievoudige pompgroepen geïnstalleerd als "back-up" voor de 200 fotovoltaïsche drinkwaterstructuren.

          200 drinkwaterstructuren op reservoircommissie niveau vervaardigd en geïnstalleerd.

          250 onderwaterpompen op zonne-energie geïnstalleerd.

          75 kilowatt fotovoltaïsche panelen voor onderwater drinkwaterpompen geïnstalleerd.

          200 kilometer greppels voor drinkwaterleidingen gegraven en voorbereid.

          200 km drinkwater leidingen geïnstalleerd.

          1 structuur voor de installatie en onderhoud van handpompen en pompen op zonne-energie opgericht, inclusief een volledig systeem van onderdelen.

          35 drinkwaterstructuren op broncommissie niveau opgericht.

          35 wasplaatsen op bronniveau vervaardigd en geïnstalleerd.

          35 back-up waterzuivering systemen voor drinkwatervoorzieningen bij scholen en klinieken geïnstalleerd en een structuur voor regelmatig kwaliteitscontrole  van drinkwater ingericht.

          1 atelier voor de formatie van 200 clubs hygiëne voltooid.

          1 atelier voor de formatie van 200 sociale structuren voltooid.

          1 atelier voor de formatie van lokaal geld systemen voltooid.

          35 centra voor de bewerking van lokaalgeld transacties opgericht.

          1 atelier voor de formatie van microcredit structuren voltooid.

          1 complete structuur voor het beheer van microkredieten opgericht.

          1 workshop voor het vinden van gipsvoorraden en kwaliteitscontrole gehouden.

          2 fabrieken voor de productie van artikelen op basis van gipscomposieten opgericht.

          1 atelier voor analyses en design van producten uit gipscomposieten uitgevoerd.

          1 atelier voor het oprichten van afvalrecycling systemen voltooid.

          1 netwerk voor de recyclage van compost opgericht.

          1 netwerk voor de recyclage van niet-organisch afval opgericht.

          10.000 eco-sanitaire systemen, ofwel één voor ieder huishouden in het projectgebied, vervaardigd en geïnstalleerd waarvan 500-1000 geïnstalleerd vóór het einde van de eerste executieve periode van 24 maanden.

          10.000 systemen voor het oogsten van regenwater ofwel één voor ieder huishouden in het projectgebied, worden vervaardigd en geïnstalleerd waarvan 250-500 geïnstalleerd vóór het einde van de eerste executieve periode van 24 maanden.

          20.000 hoogrendement kooktoestellen, ofwel twee voor ieder huishouden in het projectgebied, worden vervaardigd en geïnstalleerd, waarvan 1500-2500 in gebruik vóór het einde van de eerste executieve periode van 24 maanden.

          1 atelier voor het verbouwen van biomassa voor minibriketten voor kooktoestellen uitgevoerd.

          35 eenheden voor de productie van minibriketten voor hoogrendement kooktoestellen opgericht en een begin gemaakt aan de productie van minibriketten.

          200 overeenkomsten voor de productie van biomassa voor minibriketten ondertekend; en de productie van biomassa gestart.

          200 studieruimtes gebouwd en uitgerust.

          200 systemen van fotovoltaïsche verlichting ten behoefte van studiedoeleinden ingericht.

          20 kilowatt fotovoltaïsche panelen voor verlichting ten behoeft van studiedoeleinden geïnstalleerd.

          35 systemen voor fotovoltaïsche verlichting bij scholen geïnstalleerd.

          5 kilowatt of fotovoltaïsche panelen voor scholenverlichting geïnstalleerd.

          1 atelier voor de oprichting van een lokaal radiostation uitgevoerd.

          1 lokaal radiostation ingericht en opgestart .

          1 factor voor de verspreiding van de hierboven liggende concepten in andere projectgebieden geïntroduceerd.

 



1.Rapport van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, eerste versie van de Wereld Studie uit 1994 over de Rol van Vrouwen in de Ontwikkeling, Document E/CN.6/1993/1, New York, 1994

2. The 1993 SNA System of National Accounts, United Nations Statistics Division, Section VI The Production Account, par. 6.46.

3. Human Development Report 1995, UNDP, New York, 2005, chapter 4.

4. Korten David.C, Ehen Corporations Rule the World, Earthscan, London, 1995, p.45

5. Talberth J., Cobb C, Slattery N, The Genuine Progress Indicator 2006, Redefining Progress, Oakland CA, 2007 6. Ven P. van de, Kazemier B, Keuning S., Measuring well-being with an integraed system of economic and social accounts, CBS Statistics Netherlands, Den Haag, 1999.

6. Pinter L., Hardi P., Bartelmus P., Sustainable Development Indicators – Proposals for a Way Forward, IISD (Institute for Sustainable Development), Winnipeg, December 2005.

7. Douthwaite R., Good growth and bad growth, Aisling Magazine, Mainistir, Issue 27, 2000.

8. World Health Organisation, Minimum Water Quantity Needed, Technical Notes for Emergencies, TN 9, editie 7.1.05,

9 J.Diamond, Guns, germs and steel, Vintage, London, 1998.

10. Salzman J, Thirst : A short history of drinking water, Duke Law School Working Paper 31, Durham NC, 2006

11. De Bank van Engeland Wet 1694; de Handvest van de Bank van Engeland 1694.

12 Gesell Silvio, The Natural Economic Order, revised English edition, Peter Owen, London 1958, pagina 228

13. Jefferson Thomas, letter van 28 mei 1816 naar John Taylor, Writings, Literary Classics of the United States, New York, 1984.

14. State of New York, "An Act Relative to Incorporations for Manufacturing Purposes", 22 maart, 1811.

15. The Limited Liability Act (1855), 18 & 19 Vict., c 133.

16. The key to industrial capitalism : limited liability; The Economist, Millennium Issue, 23 december, 1999.

17. Letter van Abraham Lincoln aan (Col.) William F. Elkins, nov. 21, 1864, Archer H.Shaw, The Lincoln Encyclopedia, (Macmillan, 1950, NY) p.40.

18. Environment and Social Report 2004, Toyota Motor Corporation. Met een gemiddeld gewicht van een personenauto van 1000kg en een gemiddeld gewicht van een enkele persoon aan bord van 75kg, is het total gewicht 1075kg. Het praktische rendement van die auto is 75kg/1075kg of 7% circa. Volgens Toyota is het algemene rendement van "de laatste benzine auto's" 14%, en dat van de Toyota Prius 28%. Het globale rendement van een auto met één persoon aan bord is dus 7% x 14%, of 1% circa voor de laatste benzine auto's" en 7% x 28%, of 2% circa voor de Prius.

19. Op 18 juni 2007; relationship between "work and productivity" 21.200 hits; relationship between "money and productivity" 16.300 hits; relationship between "profit and productivity" 903 hits (!);relationship between "productivity and quality of life" 17.800 hits; relationship between "profit and quality of life" 4.420 hits.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
oneworld logo 2

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief