VV0308-repo2-hoofdft

In het 'luisterhuis'in Walungu kunnen vrouwen die
slachtoffer zijn geworden van verkrachting een
medische controle krijgen en hun verhaal doen

Foto: Jan-Joseph Stok

Toen Pascasie Mihuhaya (50) op een middag met een mand maniok op haar hoofd van haar veld naar huis wandelde, passeerde ze een groep Rwandese Huturebellen. De militie liep tot haar opluchting gewoon door. Maar bijna thuis, in het dorpje Campemba in de Congolese provincie Zuid-Kivu, hoorde ze snelle voetstappen naderen. 'Voor ik het wist, gooiden drie teruggekeerde rebellen me op de grond. Onder schot verkrachtten ze me omstebeurt. Ik raakte na ongeveer een half uur buiten bewustzijn. Toen ik wakker werd, was ik alleen.' Ze zag dat haar baarmoeder naar buiten was gekomen.

Mihuhaya strompelde naar haar lemen hut, waar haar man en zeven kinderen waren, en vertelde wat er gebeurd was. Haar echtgenoot vetrok nog diezelfde avond. 'Hij is inmiddels opnieuw getrouwd', zegt Mihuhaya. 'Medische hulp zocht ik niet, omdat ik het stil wilde houden.'

Dat veranderde toen de door Cordaid Mensen in Nood gesteunde organisatie Village Cobaye (Vico) andere verkrachtingsslachtoffers naar haar dorp stuurde voor een voorlichtingsbijeenkomst om vrouwenverstotingen tegen te gaan. Ze ging met hen mee naar het 'luisterhuis' in Walungu. Met natte ogen deed ze haar verhaal.

De Congolese oorlogen
Na de Rwandese genocide in 1994 kwamen 1,2 miljoen Hutu's terecht in vluchtelingenkampen in Oost-Congo. Die raakten in de macht van genocidaire Hutumilities. In 1996 viel het Rwandese Tutsileger, gesteund door Burundi en Oeganda, Oost-Congo binnen. Twee jaar later gebeurde dat opnieuw en raakten negen landen op het continent bij deze 'Afrikaanse Wereldoorlog' betrokken. Een deel van de landen stortte zich tevens op illegale ontginning van Congo's natuurlijke rijkdommen. Het conflict eindigde officieel in 2003, maar vooral de Congolese provincie Noord-Kivu wordt, ondanks het staakt-het-vuren, dat eind januari tot stand kwam nog immer door geweld geteisterd. 800.000 mensen ontheemd.

Burgers
Sinds midden jaren negentig zijn in Congo honderdduizenden vrouwen verkracht. Maar omdat uit angst voor verstoting slechts een klein deel van de vrouwen zich meldt, ontbreken betrouwbare cijfers. Duidelijk is wel dat verkrachtingen voor alle gewapende partijen sinds het begin van de oorlogen in het land de norm zijn geworden. Aanvankelijk was de seksuele terreur voornamelijk een oorlogswapen – om bijvoorbeeld burgers die de vijand steunen te vernederen of te verjagen. In de conflictgebieden gebeurt dit nog altijd. Maar in de rest van het anarchistische Oost-Congo gaat het steeds vaker om 'gewone' misdaad, door uiteenlopende gewapende milities en het ongedisciplineerde regeringsleger, vol gedemobiliseerde rebellen. Ook meer en meer burgers vergrijpen zich aan de machteloze vrouwen.

Door de langdurige oorlog is de sociale infrastructuur totaal vernietigd: Justitie, onderwijs, politie en gezondheidszorg functioneren niet meer. Daardoor heeft het aantal verkrachtingen zo'n hoge vlucht kunnen nemen. Hulp aan de verkrachte vrouwen vraagt dus om een 'brede aanpak', met initiatieven op allerlei terreinen.

Verschillende Nederlandse organisaties zijn wat dat betreft actief. Cordaid werkt met lokale partnerorganisaties die activiteiten steunen die gericht zijn op de socio-economische integratie van verkrachtingsslachtoffers. Bijvoorbeeld door het uitdelen van fokkonijnen, om er een handeltje mee op te zetten, of door de vestiging van een naaiatelier, waar vrouwen kunnen leren naaien, lezen en schrijven.

Pakkans
Bij Vico in Walungu draait het echter vooral om medische en psychosociale begeleiding. Pascasie Mihuhaya logeert nu met vier andere vrouwen in het luisterhuis. 'We registreren de vrouwen, schrijven hun verhaal op en luisteren vooral naar ze', zegt hulpverlener Paulin Bugamu. 'Ze logeren hier maximaal een week, want iedere vrijdag komt er een busje van het Panzi-hospitaal.' Dit ziekenhuis in Bukavu is gespecialiseerd in het behandelen van verkrachtingsslachtoffers. De behandeling is gratis dankzij financiering van de Europese Commissie. Bugamu: 'Na de controle en een eventuele behandeling, vinden de vrouwen hier altijd een luisterend oor.'

'De kerk gaat nogal onhandig om met seksualiteit en verkrachting'

De grote schaal waarop verkrachtingen in Oost-Congo plaatsvinden is vooral te wijten aan wetteloosheid: de pakkans is nihil. Van de ongeveer 80.000 gerapporteerde verkrachtingen in Zuid-Kivu tussen 2005 en 2007, zijn volgens de VN-vredesmissie Monuc slechts zo'n vierhonderd zaken naar Justitie verwezen. Daarvan resulteerden er zeventig in een veroordeling. Hoewel de wetgeving inmiddels voldoende is verbeterd, laat de implementatie veel te wensen over. Er zijn onder meer te weinig rechtbanken, geen gespecialiseerde rechters en corruptie is binnen het rechtssysteem wijdverbreid.

Cordaids partner RFDP (Réseau des Femmes pour les Droits et la Paix) biedt juridische ondersteuning aan verkrachte vrouwen. Er lopen tientallen zaken. Volgens RFDP-advocate Yvette Kabuo gaat maar een klein deel naar de rechter, omdat vrouwen bang zijn voor wraak van de daders. 'Maar er zijn vele redenen', zegt Kabuo, achter een stapel dossiers in haar werkkamer in Bukavu. 'Het is bijvoorbeeld ook te duur. Slachtoffers moeten dan naar de rechtbank, die vaak ver weg is van hun dorp. Dat betekent dat ze transport- en verblijfskosten moeten betalen en dat er voldoende eten moet achterblijven voor de kinderen.' Bovendien heeft RFDP te weinig geld om het hele juridische proces te ondersteunen.

Als de kosten geen rol speelden, zouden volgens Kabuo veel meer vrouwen de stap maken naar de rechter. 'Maar dat is niet genoeg. Militaire daders wisselen vaak van post en worden beschermd door hun leidinggevenden. En de Huturebellen, die in Zuid-Kivu veel verkrachtingen veroorzaken, zijn onvindbaar in de bossen.'

Pascasie Mihuhaya werd in de
steek gelaten door haar
echtgenoot nadat ze door drie
rebellen was verkracht

Foto: Jan-Joseph Stok

Mentaliteitsverandering
In samenwerking met Cordaid en de katholieke missionaire ontwikkelingsorganisatie CMC, ontwikkelde Justitia et Pax het handboek Qu'est-ce-que tu as fait ma soeur? ('Wat heb je mijn zus aangedaan?'). Deze pedagogische gids, een 'handleiding' noemen de makers het, pleit voor een mentaliteitsverandering rondom verkrachtingszaken. Daarbij wordt gebruikgemaakt van verschillende workshops, over bijvoorbeeld vergeving, schuld, gerechtigheid en de gelijkheid van mannen en vrouwen. 'Het draait vooral om de ontdekking van menselijke waardigheid, waarbij het voorkomen van verstotingen een belangrijk doel is', zegt Jagoda Paukovic, de beleidsmedewerker van Justitia et Pax die in nauw overleg met lokale partners in Oost-Congo de workshops samenstelde.

In het zeer christelijke Congo is een groot netwerk actief van aan kerken verbonden groepen die zo een enorm bereik hebben. 'De handleiding is op deze groepen gericht, omdat de kerk nogal onhandig omgaat met seksualiteit en verkrachting', aldus Paukovic. 'De omgeving, oftewel Congolese mannen, ziet verkrachting vaak als overspel of als reden om onhuwbaar te zijn. In plaats van dat de kerk dit tegenspreekt, kiest ze voor het zwijgen of moraliseren. Ze vragen bijvoorbeeld de man die zijn vrouw verstoten heeft, haar te vergeven.

'Sinds Congo bestaat, denken mensen dat mannen meer zijn dan vrouwen' 

De workshop benadrukt dat God mannen en vrouwen als gelijken heeft geschapen. Deelnemers zien zichzelf in de spiegel als creatie van de Schepper, waarna ze gevraagd wordt naar elkaar kijken om elkaar nu ook als Gods schepping te zien. Er wordt gediscussieerd over het waarheidsgehalte van lokale liedjes waarin stereotype ongelijkheden tussen mannen en vrouwen voorkomen. Rollenspelen gaan daar verder op in.

Justine Masika, coördinatrice van SFVS (Synergy des Femmes Contre la Violence Sexuelle), een koepel van 35 vrouwenorganisaties in Noord-Kivu, noemt de handleiding – waaraan ze zelf meewerkte – veelbelovend. 'Ze is aangepast aan de Congolese tradities. Zo kunnen gemeenschappen zich realiseren dat het een sociaal probleem is, waartegen ze samen kunnen vechten. Maar de mentaliteitsverandering zal niet makkelijk gaan. Sinds Congo bestaat, denken mensen dat mannen meer zijn dan vrouwen. Dat verander je niet in een dag of een maand.'

Nu de voorfase rond de handleiding is afgerond, moeten de Congolezen op grotere schaal aan de workshops kunnen deelnemen. Dit jaar zullen nog verschillende 'trainingen voor trainers' georganiseerd worden in Congo en zullen veel meer exemplaren van de handleiding opgestuurd worden. Volgens Masika nam in het experimentele voortraject rond de workshops een vader zijn, door hem verstoten, dochter terug. 'Heel het dorp stond erbij toen werd gesproken over menselijke waardigheid. Er volgde een breed gedeelde acceptatie om de dochter terug te nemen.'

JJ Stok-Congo-VV

SFVS-coördinatrice Justine Masika: Mensen
denken dat mannen meer zijn dan vrouwen.
Dat verander je niet in een dag of een maand´

Foto: Jan-Joseph Stok

Aanpak Rwanda
Ondanks de complexe problemen rond verkrachtingen, worden door de ngo's op lokaal niveau in Congo goede resultaten bereikt. Maar een stevige aanpak van de hoofdoorzaak, het dooretterende conflict, blijft al ruim tien jaar uit. En dat terwijl de samenhang tussen de oorlogshandelingen en de seksuele terreur evident is. In Zuid-Kivu, waar de conflictgebieden kleiner werden, daalde het aantal verkrachtingsmeldingen van ruim 40.000 in 2005 tot ongeveer 12.000 in 2007, terwijl in Noord-Kivu, waar het recente staakt-het-vuren bijna dagelijks geschonden wordt, het aantal (slecht gedocumenteerde) verkrachtingen volgens hulporganisaties en VN-vredesmissie Monuc is toegenomen.

Professor Filip Reyntjens, kenner van het Grote Merengebied van de Universiteit van Antwerpen, vindt dat het conflict in Congo alleen is op te lossen door de medewerking van Rwanda. Een van de grootste spanningsbronnen in Oost-Congo is de aanwezigheid van de Forces Démocratiques de Libération du Rwanda, de FDLR. Deze Rwandese Hutumilitie, waarvan een deel verantwoordelijk gesteld wordt voor de genocide in 1994, wil een politieke plek in de Rwandese regering. Maar het Tutsi-regime in Kigali weigert een dialoog met de 'terroristische Hutu-organisatie' – terwijl volgens critici ook de regering van de Rwandese president Paul Kagame nooit berechte oorlogsmisdadigers in de gelederen heeft.

Volgens Reyntjens zou Rwanda onder bepaalde voorwaarden moeten praten met de FDLR. Hij denkt daarbij aan een roadmap voor een periode van tien jaar, die stap voor stap in de richting gaat van een democratisch regime, waarbij aan beide kanten de oorlogsmisdadigers worden berecht. 'Rwanda wordt nu geleid door een totalitair regime, dat vreest aan het eind van de rit de macht te verliezen. Een consortium van donoren kan Rwanda dwingen aan een oplossing mee te werken. Individuele landen lijken de kwestie erg gevoelig te vinden vanwege de genocide. Zestig procent van de begroting bestaat uit ontwikkelingsgeld.'

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief