OneWorld presenteert:

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

“Er is niets wat het tikken van de klok kan tegenhouden. Het is nu eenmaal wat een klok doet. Zonder oordeel en zonder genade. Ik wil terug naar Cibin, in Turkije. Dat is mijn vatan. Mijn moederland. Als ik mijn leven hier vergelijk met mijn leven in Turkije, dan heb ik hier geleefd als een sultan. Maar toch wil ik terug naar de grond waar mijn ouders hebben geleefd, waar ik met mijn broertjes en zusjes speelde.”

Mijn opa is ongeneeslijk ziek. Hij leeft al 53 jaar in de Lage Landen. Twee jaar in België, 51 jaar in Rotterdam. In België heeft hij in de mijnen gewerkt en in Rotterdam in fabrieken. Hij is 86 en heeft hier in Rotterdam zijn hele gezin om zich heen: zijn vrouw, vier kinderen, zeven kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. We gaan om de dag naar hem toe, hij is nooit alleen en wordt verzorgd als een koning. Maar hij praat alleen nog maar over vroeger, over Cibin.

“Het is net als met de Armeniërs, die na ruim honderd jaar vanuit alle uithoeken van de wereld naar ons dorp komen en aan de ouderen vragen naar een bepaalde boom of een bepaald gebouw. Om vervolgens als aandenken een handje rode grond mee te nemen van de bodem van die ene boom, en weer te vertrekken. In dat stukje grond zit een leven dat ook mijn leven is. Mijn verlangen, verdriet, gemis en armoede. Een jeugd, mijn verloren liefde, ouders, broers, zussen. Als ik niet terugga, is de cirkel niet rond.

“Vanaf mijn zesde was ik katoen aan spinnen. Het katoen kwam van andere dorpen en wij spinden vanaf zonsopkomst totdat het kleine olielampje was gedoofd. Mijn vader zei altijd: ons werk zal je buik niet vullen maar het zal je ook geen honger laten lijden. Ik was de oudste van vier, dus moest mijn ouders met alles helpen. Mijn vader had gelijk, mijn buik was nooit gevuld, maar ik leed geen honger. Soms ging mijn vader naar andere dorpen om te klussen, zoals verven en dergelijke. En dan nam hij mij mee, als klein kind, ik was nog maar een jaartje of drie, vier. Niet omdat ik iets kon doen, maar met de hoop dat ik daar een maaltijd zou krijgen en mijn maag gevuld zou worden. Dat herinner ik me nog heel goed, want dat waren de lekkerste maaltijden.

“Soms werd er brood gebakken in ons dorp, van kafferkoren. Die geur zal ik nooit meer vergeten. Dat werd geplukt en gedroogd op onze platte daken. Als de moeders dan het brood aan het bakken waren, rook je dat overal. Dat was de lekkerste geur. Je hoefde maar een handje zaad te zaaien en de oogst was een heel bos. Voor ons in het dorp was dat echte rijkdom.

“Vanaf mijn veertiende tot aan mijn dienstplicht heb ik tapijten geweven. Dat kon ik heel erg goed en snel. We verkochten onze kleden voor een paar lira. Toen ik werd opgeroepen voor de militaire dienst, verkocht mijn vader zijn ezel voor vijf lira zodat ik niet zonder zakgeld op de bus hoefde te stappen. Ik verliet voor het eerst mijn dorp, en kwam terecht in verschillende steden, zoals Izmir en Adana.

“Na mijn terugkeer in het dorp wilde ik trouwen en werd ik gekoppeld aan je oma. Een van mijn mooiste herinneringen speelde zich af in die tijd. Mijn moeder maakte de lekkerste içli köftes van het dorp. Die kon ze niet vaak maken, maar áls ze die köftes maakte, was het meer waard dan puur goud. Terwijl mijn moeder ze aan het maken was, pakte ik er stiekem een paar, stopte ik ze in een plastic zakje en liep ik ’s nachts naar het ouderlijk huis van je oma om ze door de schoorsteen te gooien. Want dan kon je oma ook de lekkerste köftes eten.

Mijn moeder maakte de lekkerste içli köftes van het dorp.

“Er staan nu honderden pistachebomen bij ons in het dorp. Ik weet niet waarom, toen ik een kind was, groeiden de pistachebomen niet. Ze zijn nu gelukkig een goede inkomstenbron voor de bewoners, maar met een risico. Als er een slechte oogst is, hebben de bewoners een probleem. Wij hadden vroeger druiven. Niet iedereen was arm, maar de rijken waren bewoners die grond van de Armeniërs hadden overgenomen. Of afgepakt, hoe je het wil noemen. Ik weet nog het verhaal van een Armeense dorpeling, die uit het dorp was gevlucht. Hij lag op zijn sterfbed en zijn kinderen vroegen hem wat hij wilde. En Wanes, zo heette die man, zei: ‘Wat ik wil kunnen jullie mij niet geven. Als jullie mij twee hapjes druiven kunnen brengen, van mijn grond in Cibin, dan sta ik misschien weer op.’ Dat, mijn kind, is heimwee. Iets wat je weer wilt zien, moet zien. Nog één keer proeven, ruiken, voelen, voordat je sterft. Zo voel ik me nu ook. Ik wil terug.”

Hij is moe van het praten. Ik roep de aanwezige kleinkinderen om een foto te maken met opa. Hij lacht breeduit.

“Als ik er niet meer ben, kunnen jullie hier naar kijken.”

HOSÇA KAL ANNE

Otur anne otur da karsima
Dizlerin yastik olsun basima
Anlat beni anlat bana.
Hasret kalmisim bir bakisina
Kurban olurum bastigin topragina tasina.
Ekmek kizarir sacda, oklava döner
Tezek duman olur ates söner
Gün olur, sirtinda sapla samanla döner
Yorulmak nedir bilmez kosardin,
Bütün bunlari nasil basardin.
Otur yani basima otur da anlat
Ellerin saçlarimda
Elli dokuz altmis yaslarimda,
Söyle ninnilerini uyut beni
Susma anne aç gözlerini,
Yalin ayaklarin çatlamis topuklarin
Yillarin uçup gitmis ama
Ellerinde kalmis izleri basaklarin.
Simdi dinmeye baslar bütün acilarin
Basucunda çocuklarin, kardeslerin, bacilarin
Aç mavi gözlerini de
Bir bakisinla seksen yilini anlat
Söyle son sözlerini
Sonra kapa gözlerini.
HOSÇA KAL !… HOSÇA KAL ANNE!…

Kasim Yildirim
2008

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
download-2

Suna Floret

Suna Floret woont in Rotterdam. Ze schreef onder andere columns voor het Algemeen Dagblad en werkt nu als fulltime docent op Het …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)