In 2005 kwam er een einde aan een 21 jaar durende oorlog tussen de overheid en de rebellen in Zuid-Soedan. De oorlog verdeelde de stammen in het grensgebied in een bloedige strijd, waarbij de Misseriya en de Dinka-bevolking tegenover elkaar kwamen te staan. Tijdens de burgeroorlog waren de zogenaamde vredesmarkten lichtpuntjes in het conflict. Ondanks het verbod van de regering in Khartoem werd hier door stammen uit het noorden en het zuiden gehandeld in zout, suiker, kleding en vee.

 

"De rebellen in het zuiden garandeerden de veiligheid van handelaren uit het noorden," vertelt John Ryle, antropoloog. Hij denkt dat het goed zou zijn als deze vredesmarkten nieuw leven wordt ingeblazen. "Handel zou een belangrijke stabiliserende factor kunnen zijn tussen twee volken die van oudsher met elkaar strijden om de grond en door jarenlange politieke bemoeienissen van elkaar vervreemd zijn."

 

soedan dinkaAfhankelijk

In de droge periode grazen de kuddes van de nomadische Misseriya-stam op het grasland van het semi-autonome Zuid-Soedan. Volgens Safi Galaeldin Gibriel, vertegenwoordiger van de Misseriya, zijn meer dan een miljoen stamleden afhankelijk van het Zuid-Soedanese land.

 

Van Salva Kiir, de president van Zuid-Soedan, mogen de Misseriya met hun kuddes trekken. Voorwaarde is echter wel dat de stam geen wapens meeneemt. Volgens vertegenwoordigers van de stam is dat ondoenlijk, omdat de stam zich dan niet kan verweren tegen gewapende milities en stropers.

 

Ruim een jaar geleden begon er een korte, felle strijd tussen gewapende Misseriya en het Zuid-Soedanese leger. Het werd de stam onmogelijk gemaakt om verder naar het zuiden te trekken. De aanwezigheid van het leger in het grensgebied betekent een bron van zorgen voor de nomadische stam. "We zijn één land," zegt Gibriel, "als ons het recht op het land wordt ontzegd, zullen we er om vechten."

 

Referendum

Voor 2011 staat een referendum gepland over onafhankelijkheid Zuid-Soedan. "Een nieuwe bron van onzekerheid voor de Misseriya," denkt Ryle. Volgens Paul Malong, gouverneur van Bahr el Ghazal, het meest noordelijke deel van Zuid-Soedan, moeten de Misseriya vertrouwen hebben in de nieuwe vredessituatie. "De stam moet de wapens thuis laten. Wij zullen waken over hun veiligheid en de schuld van eventuele incidenten op ons nemen."

 

Enigszins pragmatisch voegt Malong er aan toe dat de stammen hoe dan ook naast elkaar zullen blijven leven. "De Misseriya blijven afhankelijk van het zuiden. Wat er ook gebeurt."

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
logo-IPS1

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief