Duurzame mode zit in de lift, schreven we naar aanleiding van de ecofashion modebeurs MINT in Amsterdam. Maar volgens Faranak Mirjalili, de ontwerpster en winkeleigenaresse die in de Duurzame Jonge 100-lijst van dagblad Trouw stond, is het maken van 100 procent duurzame kleding nog niet mogelijk. “Ik heb nog steeds niet helemaal grip op de productieketen. Het lastige zit hem in het materiaal. Vaak als de stof duurzaam is, kom je erachter dat hij niet duurzaam geverfd is.” Barbara Speet is het daar niet mee eens en stuurde ons een e-mail: “Het kan wel, 100 procent duurzaam. En ook nog eens fair.”

Na vijftien jaar als beleidsmedewerker bij Bureau Jeugdzorg te hebben gewerkt, besloot Barbara (42) dat het tijd was om iets met haar creativiteit en passie voor textiel te doen. Ze stelde zichzelf voor een uitdaging: binnen duizend dagen een label opzetten dat 100 procent groen én fair was, met een budget van 30.000 euro. Ze lanceerde de webshop van haar label CultureFabric na 998 dagen.

Zijden sari’s
“Ik zie mezelf niet als wereldverbeteraar, wat ik doe is maar een druppeltje,” vertelt ze. “Maar ik laat wel zien dat het anders kan.” Barbara hergebruikt Indiase, zijden sari’s en laat daar vervolgens jurkjes naar eigen ontwerp van maken. Door bestaand materiaal te gebruiken, voegt ze niets toe aan de productieketen en kunnen haar jurkjes op een duurzame manier gemaakt worden. De gebruikte zijde is echter niet op een verantwoorde manier geproduceerd, zo geeft Barbara zelf als eerste toe. “Ik kan je verzekeren dat er kinderarbeid in de borduursels zit,” vertelt ze. Daarnaast worden er duizenden zijderupsen gedood voor het maken van een sari en is het verven van zijde een ontzettend chemisch proces. Des te meer reden om het materiaal opnieuw te gebruiken, vindt Barbara. “Hoe zonde is het als dit materiaal blijft liggen, terwijl er aan de andere kant wel weer nieuw materiaal wordt gemaakt?”

Geheim
Om aan de sari’s te komen, gaan haar Indiase leveranciers in de rijke buitenwijken van New Delhi van deur tot deur. Rijke Indiase vrouwen dragen de handgeborduurde zijden sari’s vaak slechts een paar keer, maar mogen ze niet zomaar verkopen of weggeven. Kleding wordt gezien als iets persoonlijks en niet iedereen mag de dure sari’s dragen in een land waar het kastenstelsel nog steeds grote invloed heeft. Barbara vertelt hoe ze er uiteindelijk achter kwam dat de sari’s wel geruild mogen worden, maar waarvoor ze de sari’s dan ruilt wil ze liever niet vertellen. Na de moeite die het haar gekost heeft om daar achter te komen, houdt ze dat liever geheim. 

Atelier in Utrecht
De sari’s worden vervolgens per boot naar Nederland gebracht. Daar gaan ze naar het atelier van de i-did_slow fashion_movement in Utrecht. Zij willen laten zien dat de waarde van kleding blijvend is en verwerken restanten uit de mode-industrie weer tot nieuwe kleding. De jurkjes van CultureFabric worden in dit atelier gemaakt. De zijde die niet gebruikt wordt gaat naar een quilt-club of naar een thuislozenproject in Twente, waar vrouwen de restjes textiel opnieuw gebruiken.

100 procent?
Barbara doet hard haar best om haar productie zo duurzaam mogelijk te maken, maar ook bij haar zien we dat het maken van 100 procent duurzame kleding nog niet zo makkelijk is. Hoewel het minder vervuilend is dan een vliegreis, is een boottocht van India naar Nederland niet helemaal ‘groen’. En hoewel ze voor de voeringen van haar jurken materiaal van de sari’s zelf gebruikt, moet ze garens en ritsen afnemen van andere bedrijven. Dit probeert ze op een zo duurzaam mogelijke manier te doen, bijvoorbeeld door het kopen van ecogarens. Toch blijkt ook uit Barbara’s verhaal hoe lastig het is om het hele productieproces duurzaam te maken, en met hoeveel facetten je eigenlijk rekening moet houden.

Nog een wereld te winnen
“Ik denk niet dat iedereen over twintig jaar in gerecyclede kleding loopt, maar ik denk wel dat we nog een wereld te winnen hebben.” Barbara denkt dat haar project een voorbeeld is van hoe ver je kunt gaan in het creëren van duurzame kleding. “Ik denk dat hoe meer mensen er komen die bewijzen dat er een manier is om dingen anders te doen, hoe sterker die beweging wordt.” Zij gelooft dat verduurzaming van de modesector uiteindelijk bereikt zal worden door al deze kleine initiatieven en niet doordat consumenten massaal om duurzaam geproduceerde kleding gaan vragen. “Een klein groepje consumenten moet deze ontwikkeling in gang zetten en druk uitoefenen, waardoor de producenten hun werkwijze gaan veranderen. Daardoor zal duurzame mode uiteindelijk voor alle consumenten iets logisch worden, in plaats van iets bijzonders.”
 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Maartje de Meer is freelance schrijver en redacteur en woont in Berlijn.
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief