De Zuid-Pacifische landen Fiji en Papoea-Nieuw-Guinea slagen er goed in om meer kinderen in de schoolbanken te krijgen. De arbeidsmarkt biedt de geschoolde jongeren echter amper  uitzicht op een stabiele baan.

Fiji voerde drie jaar geleden gratis onderwijs in. De maatregel had als doel om kinderen uit kwetsbare situaties te halen en hen beter te beschermen tegen kinderarbeid en uitbuiting. Ook in Papoea-Nieuw-Guinea, Tonga, de Cookeilanden en de Salomonseilanden werd het onderwijs gratis. In sommige van deze landen, zoals in Fiji, werd het onderwijs ook verplicht.

Banen

“De introductie van gratis onderwijs heeft de problemen met kinderarbeid enorm gereduceerd”, zegt de woordvoerder van het ministerie van Arbeid van Fiji. “In 2011 werden er nog 64 gevallen van kinderarbeid gerapporteerd. Vorig jaar was dat afgenomen tot vijf.”

Het initiatief van de overheid om meer kinderen in de schoolbanken te krijgen, werd ondersteund door andere maatregelen. Zo wierf het ministerie van Arbeid extra personeel om de duizenden inspecties rond kinderarbeid uit te voeren en de naleving van de arbeidswetten te controleren. In 2015 werd tevens een gratis hulplijn gelanceerd voor het publiek, kinderen incluis. Elke vorm van kinderarbeid, -verwaarlozing of -misbruik kan hier worden gemeld.

Straatverkopers

Het terugdringen van kinderarbeid is echter ook afhankelijk van de toename van fatsoenlijk betaalde banen en het wegwerken van ongelijkheid. Voor arme gezinnen vormde de kostprijs om een kind naar school te laten gaan, eerder een belemmering. Maar de verborgen kosten, zoals de aankoop van een schooluniform, zijn soms nog steeds een zware belasting.

“De overheid heeft haar best gedaan om initiatief te tonen, maar ik zie nog altijd kinderen die ’s avonds gebakjes of deurmatten verkopen, tijd die ze zouden moeten besteden aan rusten of huiswerk”, zegt Fay Volatabu van de Nationale Vrouwenraad in Fiji. “Niemand stuurt ze naar huis of neemt de moeite om te praten met de ouders over het feit dat zij hun kinderen laten werken.”

Studies van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) wijzen armoede en financiële zorgen aan als de drijvende krachten achter kinderarbeid in Papoea-Nieuw-Guinea en Fiji. Die duwen kinderen in situaties waarbij ze straatverkoper worden of gaan bedelen, en het maakt jonge meisjes kwetsbaar voor prostitutie of een baan als huishoudster.

Gebrek aan economische groei, hoge werkloosheid en lage lonen zijn in deze regio de belangrijkste factoren die tot armoede leiden. Slechts twee van de veertien landen van het Pacific Islands Forum, de Cookeilanden en Niue, behaalden millenniumdoelstelling (MDG) 1: het uitbannen van extreme armoede.

Doorstroming naar de arbeidsmarkt

In Fiji hebben 200 leerkrachten, 50 politieagenten en 150 gemeentemedewerkers een training gekregen waarbij ze het belang van scholing via het gratis onderwijssysteem helpen uitdragen.

Het aantal kinderen dat de basisschool voltooit, is gestegen maar de cijfers voor het secundair onderwijs zijn minder goed. Ook zijn er onvoldoende banen voor jongeren die een modeltraject hebben doorlopen.

In Papoea-Nieuw-Guinea stroomt 57 procent van de leerlingen van de basisschool door naar het secundair onderwijs. Nadien zal slechts 12,5 procent van de naar schatting 80.000 schoolverlaters per jaar een stabiele baan vinden. In Fiji stroomt 94 procent van de studenten door naar het secundair onderwijs. Slechts 18,2 procent vindt nadien een baan, zegt het ILO.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief