De toenemende vervlechting van de wereldeconomie kan een vloek of een zegen zijn voor de drie miljard mensen op deze planeet die met minder dan twee dollar per dag moeten rondkomen, concluderen de onderzoekers. Globalisering biedt arme landen kansen om hun economische groei aan te zwengelen en de armoede terug te dringen, maar beleidsmakers die de verkeerde keuzes maken, duwen hun bevolking nog dieper in de bestaansonzekerheid.


 
Kenia en Zuid-Afrika zijn volgens de studie voorbeelden van een landen waar veel arme mensen uit de boot vallen bij de globalisering. In Vietnam en Bangladesh plukken veel minvermogenden er echter ook de vruchten van.

 
In China, Bangladesh en Vietnam waren nijverheidssectoren met veel ongeschoolde arbeiders goed voor het leeuwendeel van de export eind de jaren negentig. In Kenia en Zuid-Afrika maakten die bedrijfstakken niet meer dan een vijfde van de export uit. In de twee Afrikaanse landen profiteerde op die manier vooral de kleine groep van geschoolde werknemers van de globalisering, terwijl in de Aziatische voorbeeldlanden een veel groter deel van de bevolking erop vooruit ging.
 
De expansie van de tuinbouw in Kenia, een sector waar ook veel laaggeschoolden werken, vormt een uitzondering die bewijst dat ook Afrikaanse landen de globalisering naar hun hand kunnen zetten.


 
Exportsectoren als de tuinbouw in Kenia en de textielproductie in Bangladesh en Vietnam bieden ook kansen aan arme vrouwen en plattelandsbewoners – doorgaans de armsten van de armen. Die werknemers moeten wel genoegen nemen met banen die veel flexibiliteit vergen en gekenmerkt worden door lange werkdagen en slechte arbeidsvoorwaarden. Volgens de studie zijn de nieuwe werknemers extreem kwetsbaar – bij de minste tegenslag staan ze op straat. 


 
Door de internationale vervlechting kunnen financiële en economische crisissen een veel heviger uitwerking hebben, zeggen Machiko Nissanke van de Universiteit van Londen en Erik Thorbecke van de Cornell Universiteit, de auteurs van het rapport. Die risico's blijken het grootst voor fragiele ontwikkelingseconomieën en voor de armste bevolkingslagen. 


Kan de globalisering helpen de armoede in de wereld te halveren tegen 2015? Halveren van de armoede is een van de Millenniumdoelstellingen waartoe alle wereldleiders zich in 2000 verplichtten. Volgens Thorbecke dringt de globalisering de armoede in de wereld netto terug, maar is het "extreem onwaarschijnlijk dat de krachten van de globalisering op zich het aantal armen binnen negen jaar kunnen halveren." 


 
Thorbecke raadt ontwikkelingslanden aan een beleid uit te werken dat de negatieve effecten van de globalisering voor arme bevolkingsgroepen verzacht en ervoor zorgt dat meer mensen de positieve gevolgen voelen. In de allerarmste landen blijft de landbouw essentieel. In Afrika kreeg die sector in veel landen te weinig aandacht. Dat leidde tot het stilvallen van de ontwikkeling. Alle landen doen er verder goed aan de sociale bescherming van arme mensen te verbeteren en meer te investeren in onderwijs en gezondheidszorg voor achtergestelde groepen.

 
Intussen kunnen harde internationale afspraken rond milieubescherming en sociale normen verhinderen dat de toenemende internationale concurrentiestrijd nog meer ten koste gaat van het milieu en de arbeidersrechten. Ook de bescherming van kleinschalige landbouw en gedragsregels voor multinationale ondernemingen kunnen helpen verhinderen dat arme bevolkingsgroepen het slachtoffer worden van de globalisering.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief