Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) heeft OneWorld de e-mailcontacten opgevraagd tussen Wageningen Universiteit en grote chemiebedrijven zoals Bayer, Syngenta en Monsanto.

OneWorld gaat naar de rechter omdat de universiteit weigert het merendeel openbaar te maken. Wageningen Universiteit stelt dat haar onderzoeksinstituten niet onder de Wob-wetgeving vallen. Het gaat dan bijvoorbeeld om Wageningen Environmental Research, dat opdrachten doet voor de overheid maar ook het bedrijfsleven.

5273644966_95474c7422_o

OneWorld naar rechter om geheime contacten Wageningen Universiteit en Bayer

Wob-verzoek naar correspondenties over omstreden 'bijengif'.

Maar OneWorld ontving wel een aantal e-mails afkomstig van de Wageningse onderwijsfaculteiten.

Meelezen met studie

Tussen die correspondenties zit een e-mailconversatie waaruit blijkt dat een universitair hoogleraar zijn onderzoeksresultaten voorlegt aan het management van de Zwitserse pesticidegigant Syngenta. Dit ter ‘goedkeuring voor publicatie’, zo wordt in de e-mails gesteld.

“Wanneer hebben jullie tijd om naar de Gammarus paper te kijken…”, schrijft hoogleraar Paul van den Brink op 29 november 2012, “we willen dit paper heel graag [ter publicatie] aanbieden…”.

Nog dezelfde dag volgt een reactie van Syngenta: “Ik heb het [paper] een paar weken geleden voorgelegd ter goedkeuring voor publicatie”, staat in een e-mail waarin de naam van de Syngenta-medewerker is weggelakt, “en wacht op commentaar van het management, regulatory affairs, etc”.

Markttoelating van pesticiden

‘Regulatory affairs’ is de afdeling binnen het bedrijf die zich bezighoudt met de markttoelating van pesticiden. Wetenschappelijke studies kunnen gevolgen hebben voor de toelating van bestrijdingsmiddelen in Nederland en de EU, bijvoorbeeld wanneer gevaren voor gezondheid of milieu aan het licht komen.

De studie waarover het gaat blijkt in 2014 blijkt te zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Environmental Toxicology and Chemistry. Het gaat om een ‘ecologisch model’ dat in het paper wordt uitgewerkt. Het is een testmethode waarbij vlokreeftjes (‘gammarus’) worden ingezet om de schadelijke effecten van pesticiden op insecten in het slootwater te kunnen inschatten.

Waarom kregen bestuurders van Syngenta het manuscript in te zien? Paul van den Brink stelt tegenover OneWorld dat die gang van zaken ‘erg gebruikelijk’ is.

E-mails die OneWorld kreeg van Wageningen Universiteit op basis van de Wob. Foto: Judith Tielemans.

“Ze willen denk ik weten of de studie implicaties heeft voor hun [bestrijdings]middelen”, zegt Van den Brink in een telefoongesprek. “En als er implicaties zijn, hoe ze daarop dan moeten reageren.”

'Sowieso gepubliceerd'

Paul van den Brink stelt dat hij en zijn collega’s het wetenschappelijk onderzoek sowieso hadden gepubliceerd, met of zonder de goedkeuring van het chemiebedrijf: “Anders hadden we de Syngenta-medewerker geschrapt als auteur”, zegt hij. “Ik ga namelijk mijn werk niet aanpassen.”

Wat zeggen de richtlijnen voor wetenschappelijk onderzoek?

Als het gaat om onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, mag een opdrachtgever ‘geen invloed’ hebben op de onderzoeksresultaten. Dat staat in de Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening van de VSNU, de koepelorganisatie van universiteiten. “Publicatie van de wetenschappelijke onderzoeksresultaten is gewaarborgd”, is in diezelfde richtlijn ook te lezen.

Aan de studie schreven wetenschappers van Syngenta en Bayer mee als co-auteur. Ook kwam een deel van de financiering voor het onderzoek van deze fabrikanten.

Paul van den Brink werkt al langere tijd samen met Bayer en Syngenta. Zo werd zijn leerstoel ‘chemische stress ecologie’ aan de universiteit van 2008 tot 2012 door hen gefinancierd. Van den Brink liet aan Vrij Nederland weten dat het ging om een bijdrage van zo’n ‘veertigduizend [euro] per jaar’.

'Universiteit op glad ijs'

Hans Muilerman van de ngo Pesticide Action Network (PAN) volgt de samenwerking tussen Wageningen Universiteit en de chemische industrie kritisch. Volgens hem is er geen probleem wanneer ‘een gemeenschappelijk doel’ bestaat, zoals de ontwikkeling van nieuwe en innovatieve producten. “Maar in andere gevallen zullen deze bedrijven willen dat hun [bestrijdings]middelen in een gunstig daglicht komen te staan”, schrijft hij in een e-mail, “of dat er een testmethode wordt ontwikkeld die gunstig voor hen uitpakt. Dan komt de universiteit op glad ijs terecht.”

Paul van den Brink kwam eerder onder vuur te liggen omdat zijn testmethoden de pesticide-industrie in de kaart zouden spelen. Zo stelden ecotoxicologen van de Universiteit Leipzig in 2011 dat één van zijn modellen de giftigheid voor waterdiertjes van het middel thiacloprid met een factor duizend onderschatte. Thiacloprid is een pesticide die wordt verkocht door het Duitse Bayer.

'Oprekken normen'

Deze testmethode van Paul van den Brink kwam ook terecht in de richtlijnen van EFSA, de toelatingsautoriteit die in de Europese Unie waakt over de veiligheid van pesticiden. “De industrie heeft dankbaar gebruik gemaakt van zijn methode bij het oprekken van de normen…”, zei de Utrechtse hoogleraar Jeroen van der Sluijs in 2012 daarover tegen weekblad Vrij Nederland.

Het ‘ecologische model’ met vlokreeftjes waar het in de e-mails van OneWorld over gaat, komt ook terug in documenten van EFSA. Het gaat om een ‘wetenschappelijke opinie’, wat de opstap kan zijn naar introductie in de EU-wetgeving die gaat over de toelating van pesticiden.

Hans Muilerman vindt dat de e-mails van OneWorld vragen oproepen over de onafhankelijkheid van het onderzoek: “Buitengewoon merkwaardig dat een bedrijf op deze manier goedkeuring moet geven voor publicatie”, schrijft hij na inzage van de stukken. “De wetenschappelijke onafhankelijkheid komt in het geding als regulatory affairs onwelgevallig elementen of conclusies zou willen weglaten.”

'Interactie met samenleving'

Maar Paul van den Brink bepleit vurig zijn onafhankelijkheid. Volgens hem wordt dit geïllustreerd door het feit dat zijn werk niet altijd gunstig uitpakt voor de industrie:

“Wij hebben experimenten gedaan, en op basis daarvan is de norm voor [het bestrijdingsmiddel] imidacloprid in Nederland sterk verlaagd”, zegt Van den Brink. “Daar was Bayer bepaald niet blij mee.”

Wageningen Universiteit laat in een reactie weten de gang van zaken in de e-mails niet problematisch te vinden. “Het lijkt mij een goede praktijk dat met opdrachtgevers…wordt gecommuniceerd…”, aldus een woordvoerder. “Modern onderzoek vindt niet plaats in een ivoren toren…, maar in interactie met de samenleving.”

De e-mails waar dit artikel op is gebaseerd zijn verzonden in 2013. OneWorld heeft inmiddels ook stukken van andere jaren opgevraagd. De universiteit is daar mee bezig.

Dit artikel kwam tot stand met ondersteuning van de Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs.

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewlg3-020287

Vincent Harmsen

Onderzoeksjournalist

Vincent Harmsen is onderzoeksjournalist bij OneWorld en schrijft over voedsel, milieu en duurzame ontwikkeling.
Profielpagina