Mijn wereld heeft zich sinds een half uur vernauwd tot het achterwiel van de rode Bullitt-transportfiets van Richard Kitaka. Ik heb nog maar één doel in het leven: in dat wiel blijven. Gelukkig ontziet Richard mij, de mzungu met de mountainbike, door niet te hard te rijden. Toch maken mijn zintuigen overuren. Rechts scheren eindeloze stromen walmende, hotsende, scheefhangende, knetterende auto’s, vrachtwagens en bussen op centimeters afstand voorbij. Links bevinden zich putten zonder deksel en greppels van een meter diep.

Een duidelijke scheiding tussen rijbaan en berm is er niet; vrouwen met zware lasten op hun hoofd, loslopende geiten en spelende kinderen doen volop aan het verkeer mee. In het wegdek gapen gaten met de omvang van een volwassen siervijver. Verkeerslichten zijn er niet, functioneren niet of worden massaal genegeerd, belijning schittert door afwezigheid. De boda-boda’s, de alom aanwezige motortaxi’s, slalommen lustig door dit alles heen. Welkom in Kampala, de hoofdstad van Oeganda, waar ik een dagje als fietskoerier fungeer.

Gestold verkeer

In 2000 begon automonteur Yusufu Mbaziira een fietsacademie in Lubya, een arme wijk in het noordwesten van Kampala. Zijn idee: leer kinderen en jongeren wielrennen, dan bied je ze gezonde afleiding, vergroot je hun gevoel van eigenwaarde en breng je ze (zelf)discipline bij. Allicht vergroot dat ook hun maatschappelijke kansen. In 2005 baarde het initiatief een wielerploeg, die verschillende nationale kampioenen voortbracht. Aan enthousiasme en toeloop geen gebrek. Maar: waar betaal je de fietsen, de tenues en het onderhoud van als de leden nauwelijks geld hebben? In 2014 ontstond zo het idee om een eigen fietskoeriersbedrijf te beginnen. Jongeren van de club zouden daar werk kunnen vinden en een deel van de inkomsten zou aan de club en de academie ten goede komen. Kampala Cycling Couriers was een feit. Met de slogan Africa’s fastest bike messengers werd de markt betreden.

Dwars door het tjokvolle centrum van Kampala voert Richard me. Op een gebied van nog geen vierkante kilometer bevinden zich hier een grote markt, een busstation en twee taxistations. Ook beginnen en eindigen hier de meeste routes van de matatu’s, de duizenden particuliere taxibusjes die van en naar het centrum rijden. Tijdens de spits ontstaat hier vaak een langdurige surplace, een kleurrijk schilderij van gestold verkeer, omlijst door veel stof, getoeter en gebaren. Onze bestemming is de Nederlandse ambassade, die Kampala Cycling Couriers een financieel steuntje in de rug heeft gegeven en ook gebruik maakt van de fietskoeriers. De uitnodigingen voor Koningsdag en het jaarlijkse golftournooi, de bitterballen voor recepties: pakjes en brieven van de Nederlandse vertegenwoordiging belanden steevast op de laadvloertjes van de rode Bullitt-transportfietsen. Tot in het veertig kilometer verder gelegen Entebbe halen en bezorgen de fietskoeriers ze.

Blijmoedig storten de ruim één miljoen inwoners van Kampala zich elke dag in het verkeer. Nooit kijkt iemand verstoord op, want waar regels ontbreken, zijn er ook geen overtreders. Van een afstandje lijkt het alsof een miljoencellig organisme zich voortdurend herschikt. In het licht van de verkeersanarchie is het een wonder hoe weinig incidenten er zijn, al is de boda-boda-afdeling van het ziekenhuis meteen ook de grootste.

Dagelijks checkt Richard bij de ambassade of er nog iets te bezorgen valt. Zo ook nu. We passeren de veiligheidsposten buiten en bij de ingang van het gebouw zonder problemen – sinds Kampala in 2010 door een grote bomaanslag werd opgeschrikt, wordt veiligheid er zeer serieus genomen. Maar bij de derde post, op vijf meter afstand van de deur van de ambassade, stranden we. ‘Heb je een afspraak?’, vraagt de geüniformeerde beveiliger bars. ‘Ik kom kijken of er bestellingen zijn’, antwoordt Richard. ‘Dat is geen afspraak’, blaft de beveiliger. Daar staan we dan, in onze bezwete kleren in een modern kantoorgebouw in hartje Kampala. Wat nu? Gelukkig laat net op dat moment een vrouwelijke medewerker twee bezoekers uit. Als ik haar aanschiet, wil ze wel even binnen voor ons informeren. Helaas, er blijkt vandaag niks te bezorgen.

Art of ziggi-zagga

Een van mijn chauffeurs in Oeganda, Joseph, noemt succesvol chaufferen ‘the art of ziggi-zagga’, maar ‘zigzaggen’ is een te abrupt woord. Het is meer weven wat de Oegandese verkeersdeelnemers doen. Samen creëren ze een voortdurend van aanzicht veranderend verkeerstapijt. Ze worden vooral geholpen door een timmermansoog en intuïtie. Hoewel Richard op een transportfiets rijdt die langer, breder en onhandelbaarder is dan mijn mountainbike, zie ik hem nooit abrupte bewegingen of noodstops maken. Steeds exact de hoek en de snelheid van het inkomende verkeer berekenend, ziet hij dat dat kleinere gaatje aan de linkerkant van de auto voor hem geschikter is om in te duiken dan het grotere aan de rechterkant. En hup, elegant voegt hij in. Als dit een jurysport zou zijn, was hij een hele grote. ‘Mijn geheim is dat ik altijd een plan B heb’, legt hij uit. ‘Als het verkeer voor me vastloopt, heb ik al bedacht hoe ik er wél door kom.’

Mijn geheim is dat ik altijd een plan B heb. Als het verkeer vastloopt, weet ik al hoe ik er wél doorkom

We worden veel nagestaard, iemand maakt aanstalten om op het laadvloertje van de rode Bullitt-transportfiets te kruipen en de kaartjesverkoper van een matatu stelt zelfs voor om zijn hele bus erop te parkeren. Fietsen zie je weinig in Kampala, en zeker niet de uit Denemarken afkomstige Bullitts. Kleinere vrachten gaan over het algemeen op de boda-boda mee. Wat deze lichte motoren, die wij eerder uit de kluiten gewassen brommers zouden noemen, allemaal vervoeren, grenst aan het onwaarschijnlijke. Ik zie er hele gezinnen op zitten, iemand met een stuk glas van ruim een vierkante meter, maar ook mannen in pak die druk aan het bellen zijn. Dan weer komen er acht achterop gebonden kuipstoelen voorbij, dan weer vier bierkratten. Op het platteland gaan regelmatig geiten, kippen, vissen en andere levende have mee. Op een gravelweg in het noorden van Oeganda zag ik een boda-boda met een vreemde overdwarse vracht naderen. Dichterbij gekomen bleek het een doodskist te zijn.

We laten het stof en de hitte van het centrum achter ons en koersen door de buitenwijken naar het hoofdkwartier van Kampala Cycling. Op de top van een van de vele heuvels recht Richard zijn rug. Dan zet hij aan en dendert hij met losse handen, een snelheid van zeker vijftig kilometer per uur halend, naar beneden. Later legt hij uit dat het functioneel was wat hij deed. ‘Behalve niet bang zijn is je balans bewaren het belangrijkst in dit werk. Daar oefen ik af en toe op door met losse handen te rijden.’

Boda-boda-verbod

Richard leerde wielrennen bij Kampala Cycling. Sinds 2013 coacht hij daar ook kinderen. Lubya, de bakermat van Kampala Cycling, is Richards eigen buurt. Hij woont er nog steeds, sinds zijn ouders zijn overleden samen met zijn zus. Het gezin had het niet breed, want hoewel vader Kitaka civiel ingenieur was, zat hij regelmatig zonder werk. Richard, nu 25 jaar, is zelf van oorsprong onderwijzer. Hij blijft nogal vaag over waarom hij daarmee gestopt is: ‘I had a challenge with money.’ In fietskoerier zijn ziet hij zijn nieuwe bestemming. ‘Het mooie ervan is dat ik heel veel vrijheid heb. En ik vind het leuk om voor klanten te werken. Het is ook een nieuw beroep in Oeganda, ik denk het beroep van de toekomst. Later zou ik ook wel een eigen fietsacademie willen beginnen.’

Wat die toekomst betreft: het stadsbestuur speelt al enige tijd met de gedachte om boda-boda’s, matatu’s en zware voertuigen uit Kampala te weren. In plaats daarvan zou er een stadsbusnetwerk moeten komen. Elk voertuig dat toch de stad in gaat, zou een tol van 30.000 shilling moeten betalen. Dit bedrag, ruim acht euro, zou gemotoriseerd vervoer in één klap tot een speeltje van de rijken maken. Maar zoals in veel plannen in Oeganda zit ook hierin niet veel schot. Er is al eens een boda-boda-verbod uitgevaardigd, maar dat stuitte op zoveel protest dat het na een dag weer werd ingetrokken. Dat is jammer voor Kampala Cycling, want van een wat marginaal bedrijfje dat maar een paar vrachtjes per dag vervoert, zou het in één klap marktleider kunnen worden.

Als de bebouwing weer wat dichter wordt, steekt Richard de weg over. We gaan een donker steegje naast een schoenmakerij in. Nauwelijks zichtbaar hangt daar het naambord van Kampala Cycling. Een kaal kamertje en twee opslagruimtes waarin de fietsen en onderdelen hoog opgetast liggen, dat is alles. Oprichter Yusufu Mbaziira, een opgewekte begin-veertiger, ontvangt ons. ‘In deze buurt gaat 70 procent van de kinderen niet naar school’, schetst hij de context waarin Kampala Cycling opereert. ‘Veel meiden worden op hun veertiende al zwanger. De Pinkstergemeente, die hier heel groot is, is één van de schuldigen, onder meer omdat zij meerdere relaties toestaan. Ik ben daarover met ze in discussie gegaan en het resultaat was dat we een stuk grond van ze kregen waarop we kunnen trainen. De burgemeester zag ook het belang van Kampala Cycling in en hielp ons met het registreren van onze wielerploeg en met het leggen van contacten met bedrijven.’

Kampala Cycling richt zich op kinderen en jongeren vanaf vier jaar. Voorwaarde voor het lidmaatschap is dat ze naar school gaan; de organisatie stimuleert ouders om dat daadwerkelijk te doen. De kinderen leren fietsen en hoe een fiets in elkaar zit en onderhouden moet worden. Geholpen door Right to Play en de sponsors helpt Kampala Cycling de jongeren om aanvullende opleidingen te volgen, bijvoorbeeld op het gebied van ICT. ‘We gebruiken de sport als aanjager’, zegt Mbaziira.

De eigen wielerploeg heeft flinke successen geboekt. Zo schopte Marion Ayibali het tot kampioen van Oeganda bij de vrouwen. Zij is nu een van de vier fietskoeriers. Maar dromen heeft Mbaziira nog genoeg. ‘Ik zou willen dat onze wielerploeg in 2020 aan Europese wegwedstrijden deelneemt. En dat we tegen die tijd een eigen winkel hebben, waar je spullen van ons kunt kopen, zoals onze tenues.’

Steun als splijtzwam

De Nederlandse ambassade in Oeganda is erg te spreken over Kampala Cycling Couriers. ‘Ze zijn stipt en snel’, meldt Jorn Leeksma, eerste secretaris economische samenwerking. ‘Over het traject naar Entebbe doen ze maar iets meer dan een uur, terwijl een auto er soms twee à drie uur over doet. En als het verkeer vast zit, nemen ze desnoods hun fiets op hun schouders.’ De ambassade steunt het initiatief mede omdat het de verkeerscongestie helpt verminderen en bijdraagt aan een ‘groener’ Kampala.

Er komt meer steun uit Nederland: Joeri Scholte, fietskoerier bij De Fietskoerier Utrecht, hielp in 2014 mee om het koeriersbedrijf op poten te zetten. De wielerbond KNWU verleende adviezen en sponsors als Lola Bikes and Coffee in Den Haag en Het2Wielerhuis in Barneveld maakten de aanschaf van fietsen en tenues mogelijk. Nederlandse organisaties als SNV, maar ook de Duitse ambassade en Oegandese bedrijven, behoren in Kampala tot de klanten.

De Nederlandse steun heeft onbedoeld ook als splijtzwam gewerkt. Toen twee vrouwelijke leden mochten meetrainen, wekte dat afgunst op

De Nederlandse steun heeft onbedoeld ook als splijtzwam gewerkt. Toen twee vrouwelijke leden, waaronder Oegandees kampioene Marion, op uitnodiging van de sponsors twee maanden in Nederland mochten trainen, wekte dat afgunst op bij andere leden. Een aantal van hen wilde ook naar Nederland, desnoods fietsend, maar zagen daarvan af toen ze beseften hoe onrealistisch dat plan was. De dissidenten splitsten zich van Kampala Cycling af en richtten een eigen wielerclub annex koeriersbedrijf op. ‘Maar daar zijn ze weer mee gestopt, want ze runden het niet goed en wekten door met onze Nederlandse contacten te schermen valse verwachtingen’, aldus Mbaziira.

Koeriers scherp houden

We keren terug naar mijn hotel in het centrum. Een jonger lid van Kampala Cycling vergezelt ons nu. Met zijn mountainbike drijft hij het tempo flink op. Na de recreatieve heenrit is het nu kennelijk tijd voor een echte test. Richard weet met zijn zware Bullitt zijn jongere collega probleemloos bij te houden, maar ik piep en kraak in al mijn voegen. Dwars door krottenwijken, over ongeplaveide wegen vol hobbels en kuilen, gaan we. De laatste kilometers lukt het me maar met moeite om de rugtassen van de koeriers in het vizier te houden. ‘Report slow riding’ staat erop, met daarboven het telefoonnummer van Kampala Cycling.

Is die tekst een grap? vroeg ik eerder die dag aan Yusufu Mbaziira. ‘Nee, die is bedoeld om de koeriers scherp te houden’, zei hij. ‘Of er wel eens gebeld is? Ja, één keer. Dat was toen we een pakketje met bitterballen vijf minuten te laat bezorgden. En zoals je weet worden bitterballen snel niet goed. Maar dat kwam doordat het adres erg onduidelijk was, het lag niet aan langzaam rijden.’

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier