Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Lang liep beleid achter de wetenschappelijke feiten aan, maar op 25 juli jl. maakte het Europese Hof van Justitie eindelijk bekend welke regelgeving van toepassing is op organismen die tot stand zijn gekomen met moderne DNA-bewerkingstechnieken. Het Hof heeft geoordeeld dat gewassen die zijn verkregen met nieuwe mutagenesetechnieken – waarbij het DNA verandert zonder dat genetisch materiaal van een andere soort wordt geïntroduceerd – als genetisch gemodificeerde organismen (‘ggo’ of ‘gmo’) moeten worden gezien.

Veel belangstelling gaat op dit moment naar CRISPR-Cas, een nieuwe methode om gericht planten mee te veredelen. Het CRISPR-Cas-systeem heeft in bacteriën een soort afweerfunctie. In het laboratorium kunnen onderzoekers dit mechanisme tegenwoordig ook benutten om snel, goedkoop en secuur het DNA van allerlei organismen te veranderen. De mogelijke toepassingen variëren van plantveredeling tot uiteindelijk mogelijk zelfs het aanpassen van DNA in menselijke embryo’s om erfelijke ziekten te voorkomen.

Conservatief standpunt

Plantveredelaars hadden gehoopt dat het Europese Hof, dat met zijn uitspraak ook het Nederlandse beleid bepaalt, een minder conservatief standpunt in zou nemen. In gesprek hierover met Jan Schaart, plantenonderzoeker in Wageningen, laat die weten “heel erg teleurgesteld” te zijn. “We hadden toch wel verwacht dat er soepeler met de regelgeving omgegaan zou worden. Dit is een rem op innovatie.”

Met CRISPR-Cas kunnen bijvoorbeeld gewassen worden ontwikkeld die beter bestand zijn tegen veranderende omstandigheden door bijvoorbeeld klimaatverandering, zoals lange perioden van droogte of verzilting van de grond. Met klassieke plantveredelingstechnieken, waarbij met straling of chemische stoffen mutaties worden aangebracht in een gewas, kan dit ook. Alleen duurt dat lang: het is maar afwachten of een plant de gewenste eigenschap heeft. Ongewenste veranderingen moeten vervolgens uitgekruist worden; dit duurt al snel een jaar of twintig. Klassieke technieken zijn vrijgesteld van ggo-regelgeving, omdat jarenlange ervaring leert dat ze veilig zijn.

De technologie van CRISPR-Cas zorgt ervoor dat de ontwikkeling van gewenste gewassen veel sneller kan. Maar de ggo-regelgeving vereist dat veiligheid voor mens en natuur met een uitgebreide en dure testbatterij wordt aangetoond. En alleen grote bedrijven kunnen dit opbrengen. Schaart zegt hierover: “Een techniek als CRISPR-Cas kan het verschil maken in het monopolie van grote bedrijven, omdat CRISPR-Cas relatief eenvoudig en goedkoop is. Dus juist kleinere bedrijven zouden CRISPR-Cas kunnen gebruiken. Nu kunnen ze de risicobeoordeling gewoon niet betalen.”

In bijvoorbeeld de Verenigde Staten en China is het beleid soepeler, dus daar gaat de innovatie in rap tempo verder. Hoewel de Nederlandse landbouwsector traditioneel sterk is in plantveredeling, weet Schaart dat sommige veredelingsbedrijven al hebben aangekondigd enkele onderzoekslijnen buiten de Europese Unie voort te zetten. “Dat is echt een verarming van de wetenschap in Nederland”, aldus Schaart.

Innovatiebelangen

Het kabinet heeft oog voor het belang van de mogelijkheden tot innovatie op dit vlak, want in het regeerakkoord staat te lezen: “Nederland zal zich in Europa inzetten voor de toepassing en toelating van nieuwe veredelingstechnieken, zoals CRISPR-Cas9, mits daarbij geen soortengrenzen worden overschreden.” In reactie op de vraag hoe Nederland zal reageren op de uitspraak van het Europese Hof, meldt een woordvoerder dat de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Infrastructuur en Waterstaat “nog bezig zijn de vervolgacties en –stappen in kaart te brengen.” Er is overleg gaande met stakeholders over de mogelijke gevolgen van de uitspraak, waarna de regering de Kamer zal informeren over eventuele te nemen stappen.

De economische gevolgen zijn niet het enige probleem: ook handhaving is een uitdaging. In veel gevallen is aan de DNA van een organisme niet te zien of het met CRISPR-Cas is bewerkt; de methode laat geen sporen achter. Schaart legt uit dat daardoor de bizarre situatie ontstaat: “dat je twee planten hebt met dezelfde mutatie, de één ontwikkeld met CRISPR-Cas en de andere met traditionele mutagenese, en dat voor de één een dure risicobeoordeling moet worden gedaan en de ander hiervan is vrijgesteld.” Bovendien, als een ‘geCRISPRde’ nieuwe groente niet te herkennen is, wordt het lastig om deze van de Europese groenteafdelingen te weren.

Moeilijk te onderscheiden

16317565135_cf3c546338_o

Het besluit van het Hof komt voort uit voorzichtigheid omtrent de veiligheid van producten. Dat is begrijpelijk; de techniek is nog jong. Plantveredelaars betreuren echter dat het Hof vooral heeft gefocust op de methode, in plaats van op het eindproduct. Opvallend is dat de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie, Michal Bobek, dit in een advies al had aangekaart, vertelt Schaart. “Bobek gaf een voorzet voor soepelere regelgeving door te zeggen: eigenlijk zijn de mutanten die je maakt met nieuwe technieken niet te onderscheiden van mutanten die je maakt met oude technieken. Dus als je naar het product kijkt, is er geen grond om te zeggen dat we te maken hebben met onveiligheid.” Vaak neemt het Hof een dergelijk advies over, maar dit keer werd anders besloten.

Greenpeace noemt het besluit op de website ‘Goed nieuws!’. Het standpunt van de organisatie is dat de nieuwe technieken risico’s opleveren voor mens en milieu. Over de gevolgen van het besluit dat dit soort gentech nu voorbehouden blijft aan grote commerciële bedrijven (denk aan Bayer, voormalig Monsanto), schrijft Greenpeace niets.

De uitspraak is gebaseerd op het voorzorgsprincipe, dat relevant is als er een aantoonbaar risico is. Maar daar is hier geen sprake van

img_4790.jpg

Waarom veel angst voor gentech onterecht is

Wetenschapsjournalist Judith Brouwer over ggo's en gmo's.

In de biomedische wetenschap wordt CRISPR-Cas benut in fundamenteel onderzoek naar mechanismen en voor ontwikkeling van therapeutische toepassingen. Recent beschreven enkele Nature-publicaties dat de techniek minder precies lijkt dan aanvankelijk gedacht. Onderzoekers die preciezer keken dan tot nog toe gebruikelijk, vonden weggelaten of juist ingevoegde stukken DNA rondom de gewenste mutatie, of andere onverwachte veranderingen. Dat betekent dat nóg zorgvuldiger gecontroleerd moet worden welke mutaties zijn aangebracht, voordat toepassingen hun weg kunnen vinden naar de kliniek. Gevraagd of deze inzichten ook een extra hobbel op de weg vormen voor plantveredeling, antwoordt Schaart: “In planten is ook een aantal studies gedaan waarin het hele genoom werd onderzocht, en daaruit bleek juist dat de mutagenese bijzonder netjes gebeurde, met weinig onbedoelde bijeffecten.” Bij planten komt het niet zo nauw, want de klassieke methoden veroorzaken altijd talloze onbedoelde mutaties. De gewenste ‘on-target’-mutatie vormt een uitzondering. “Goedbeschouwd staan zelfs transgene planten, die zijn gemaakt door inbreng van DNA van een andere soort, al zo’n twintig jaar op het land en met de veiligheid van die planten is nog nooit iets misgegaan. Deze transgene planten worden gemaakt met methoden die ook mutaties geven en dat is als veilig beoordeeld. De huidige uitspraak is gebaseerd op het voorzorgsprincipe, dat relevant is als er een aantoonbaar risico is. Daar is hier helemaal geen sprake van.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
39d0ddb1828c75bf323f0962d208652f_400x400

Judith Brouwer

Wetenschapsjournalist

Judith Brouwer schrijft over wetenschap en stond eerder als moleculair bioloog in het lab waar zij onderzoek deed naar de (genetische) …
Profielpagina

Advertentie

wca2019_600x500_v4 (002)