De hulpsector worstelt met de vraag of hulp wel helpt, en het publiek vraagt om concrete resultaten. De afgelopen maanden verschenen er twee verhelderende rapporten. Zo presenteerde IOB, de evaluatiedienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken, de evaluatie van het Nederlandse Afrikabeleid van 1998 tot 2006. Acht jaar hulpinspanningen leverden een onthutsend beeld op: zes miljard besteedde ons land in die periode in Afrika, maar de hulp bereikte bij lange na niet de allerarmsten en over het algemeen kan de IOB niet met zekerheid stellen of onze hulp echt helpt. De indruk ontstaat dat het niet meer is uit te leggen waarom we nog geld aan ontwikkelingssamenwerking moeten uitgeven.

Veel burgers verliezen hun vertrouwen in de officiële ontwikkelingssamenwerking en geven af op grote hulporganisaties waar teveel geld aan de strijkstok blijft hangen. Ze richten liever zelf hun eigen ontwikkelingsproject op.  

Tinbergen
Eind vorig jaar presenteerde de Nijmeegse wetenschapper Lau Schulpen een interessant rapport over deze kleine particuliere hulpinitiatieven. De conclusies liegen er niet om. De ‘doe-het-zelvers’ in ontwikkelingshulp maken hun claim dat ze beter zijn dan grote organisaties op geen enkele manier waar. Sterker nog: ze dragen geen kennis over op de lokale bevolking en hebben vaak geen flauw benul van de context waarbinnen hun hulp wordt gegeven.

Vertwijfeld vragen burgers zich af hoe het nu toch kan dat we na zestig jaar ontwikkelingshulp de armoede nog steeds niet hebben opgelost. Wat veel mensen echter niet zien, zijn de beperkingen van de hulp zelf. Ontwikkelingshulp kán en zál het armoedevraagstuk namelijk nooit oplossen. En dat is ook nooit de bedoeling geweest. Toen de internationale ontwikkelingshulp begin jaren zestig op gang kwam, was deze hulp onderdeel van een veel verder reikend pakket maatregelen. Professor Jan Tinbergen lanceerde op verzoek van de VN een omvangrijk plan waarmee ontwikkelingslanden op eigen benen moesten komen te staan. Hulp was in dit plan niet meer dan een duwtje in de rug. Handel was het hoofdgerecht, hulp slechts een bijgerecht.

Toch is dit niet de hoofdboodschap van ontwikkelingsorganisaties. Het publiek wordt in toenemende mate gezien als de gulle gever, broodnodig voor een sector die aan het ministerie moet aantonen dat zij ‘steun’ in de samenleving heeft. Dit versterkt de al bestaande intentie bij veel hulporganisaties om de steun van het publiek te winnen door te vertellen hoe succesvol zij zijn. Dit soort communicatie levert op korte termijn geld op, maar zal zich uiteindelijk als een boemerang tegen de hulporganisaties keren omdat ze hun claim niet waar kunnen maken. Ontwikkelingssamenwerking is nu eenmaal een risicovolle investering.  

Krom
Het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking in Nederland is nog steeds enorm groot, blijkt uit onderzoeken van draagvlakorganisaties. Maar over welk soort draagvlak voor welke vorm van ontwikkelingssamenwerking gaat het dan? Van de posters met arme kindjes, of van hulp die onder moeilijke omstandigheden wordt gegeven, waar veel geld voor nodig is, niet alleen voor de strijkstok, maar om te investeren in miljoenen arme mensen wereldwijd die niet bereikt worden door de mondiale economische groei? Laat dat de boodschap van de overheid en van hulporganisaties zijn. Hulporganisaties hebben de taak om te vertellen over de ongemakkelijke waarheid van armoede. Een waarheid die verscholen ligt in de structurele ongelijkheid tussen het rijke en het arme deel van de aarde. De kernboodschap moet niet zijn dat we iets goeds gaan doen, maar dat we iets gaan rechtzetten dat kromgegroeid is.

Een ongemakkelijke waarheid, waarvan het besef zou moeten aanzetten tot een eerlijker verdeling. Wellicht zal dat betekenen dat de gulle gever op de korte termijn minder gul zal worden. Maar de gulle gever die onverminderd doorgaat met geven, weet dan in elk geval dat hij of zij serieus wordt genomen en zal het soms misschien minieme resultaat van de bijdrage extra waarderen. Dát is een duurzaam draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking. En heel misschien zal men zich dan ook realiseren dat de uiteindelijke oplossing van armoede in een eerlijke en duurzame verdeling van de rijkdom van onze wereld zit.  

Stefan Verwer, directeur Lokaalmondiaal
Marc Broere, hoofdredacteur Lokaalmondiaal

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina
670

Over de auteur

Marc Broere is de hoofdredacteur van Lokaalmondiaal, een website met nieuws en verhalen uit de hele wereld.
Bezoek auteurspagina
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief