De 13 duizend humanitaire hulpverleners hebben tot het begin van het jaar inderdaad goed werk kunnen doen voor de 2 miljoen vluchtelingen in Darfur, waardoor die het nu beter hebben dan hun collega's in het naburige Tsjaad, die ook op de vlucht zijn voor het – jazeker – uitbreidende geweld in Darfur. Maar Van der Aa onderbouwt de impliciete suggestie dat het allemaal wel mee zou vallen, op geen enkele manier.

Het conflict in Darfur is wel dermate ingewikkeld worden, dat het nog nauwelijks te begrijpen valt voor snelle passanten als journalisten en ministers. Wat begon als een – met enige goede wil nog goed te praten – rebellie tegen een dictatoriaal en misdadig regime in Khartoum, is allang ontaard in een oorlog van allen tegen allen. De inmiddels in tientallen fracties uiteengevallen rebellen zijn nauwelijks te onderscheiden van ordinaire bandietenbendes en van de janjaweed, de door de regering gesteunde milities die met hun systematische moorden en verkrachtingen de kampen hebben doen volstromen.

In die kampen is de situatie weliswaar wat beter op orde als het gaat om de basisvoorzieningen – maar wat is goed als je twee dagen in de rij moet staan voor een paar liter water voor je gezin; Van der Aa en ik hebben er samen naar staan kijken in de hete Darfur-zon! – maar de veiligheidssituatie is verslechterd. Voor de duidelijkheid: niet alleen voor de hulpverleners, zoals Van der Aa meldt, maar ook voor de vluchtelingen zelf, en voor de mensen die nog wel in hun dorpen wonen. In de kampen lopen de onderlinge spanningen op, verschillende fracties bevechten elkaar ook binnen de kampen. Als de vrouwen naar de stad gaan, lopen ze grote kans verkracht te worden.

In de dorpen en verder afgelegen kampen is de situatie nog erger. Maar dat weten we niet helemaal zeker, omdat sinds januari grote delen van Darfur onbegaanbaar zijn geworden voor hulpverleners en journalisten! Van der Aa noemt wel een aantal van deze elementen, maar trekt de vreemde conclusie dat een verzwakking van de rebellen – die steeds minder tegen Khartoum en steeds meer tegen elkaar en de bevolking gaan vechten – ook een verbetering van de situatie betekent. Bovendien laat hij buiten beschouwing dat deze 'oorlog van allen tegen allen' zich naar het aangrenzende Tsjaad en misschien zelfs de Centraal-Afrikaanse Republiek uitbreidt.

Van der Aa heeft gelijk dat het conflict in Darfur niet onderbelicht is, en dat andere conflicten minder aandacht krijgen. Maar de aandacht in de media is in schril contrast met de gebrekkige politieke aandacht die westerse landen – maar ook bijvoorbeeld China – in de praktijk besteden aan een oplossing. En die media-aandacht mag geen vrijbrief zijn om onzin te verkondigen. Want Van der Aa slaat de plank mis als hij suggereert dat hulporganisaties de ellende in Darfur overdrijven ten bate van het eigen salaris en de eigen baantjes. Er is de ngo's van alles te verwijten – bijvoorbeeld dat zij zich, uit angst dat hun medewerkers uit Darfur worden gegooid, gedeisd houden op het internationaal-politieke vlak – maar dit is wel een heel cynisch commentaar. Het is een opmerking in de categorie die al vele jaren af en toe opduikt: die van de rondreizende journalist die op basis van wat indrukken ter plekke denkt nu het definitieve bewijs te hebben gevonden om het laatste taboe te doorbreken: het is al die ontwikkelingswerkers alleen maar om hun eigen strijkstok te doen. Kijk maar naar de grote auto's waarin ze rondrijden – oh wat een schande in dat hete en arme Afrika!

Van der Aa roept terecht de vraag op of een robuuste VN-vredesmacht van twintigduizend soldaten wel een oplossing is. Nee, dat is het niet. De internationale gemeenschap heeft zich dermate door Khartoum laten verdelen, dat de nieuwe troepenmacht weinig mogelijkheden heeft om daadwerkelijk een echte vrede en terugkeer van de vluchtelingen te bewerkstelligen. En politieke overeenstemming tussen de strijdende partijen en de bevolking van Darfur over de benodigde veranderingen – zonder welke wederopbouw nooit serieus van de grond kan komen – is al helemaal niet met wapens af te dwingen. Maar zo'n macht kan wel iets meer doen om de mensen in Darfur – en de hulpverleners die hen daar nog iets van een leven proberen te verschaffen – beter te beschermen tegen het geweld. De vluchtelingen vertrouwen de huidige AU-vredesmacht niet meer, omdat deze niet voor hun veiligheid kan zorgen. De soldaten hebben vier maanden geen salaris gehad, hebben een heel beperkt mandaat, geen ervaring, een povere leiding en – ook niet onbelangrijk – worden in dit alles nauwelijks ondersteund door de internationale gemeenschap. Nederland heeft overigens wel een aanzienlijke financiële bijdrage aan de AU-vredesmacht geleverd.

Van der Aa beschuldigt hulporganisaties ervan een vertekend beeld te geven, zodat zij aan het werk kunnen blijven. Laten we het debat niet meer op dit totaal simplistische niveau voeren. Er zijn sinds begin dit jaar zeker twaalf hulpverleners vermoord in Darfur. In plaats van over hun salarissen te gaan klagen, zou het beter zijn om na te gaan hoe de regering in Khartoum en nu ook de rebellen/bandieten gedwongen kunnen worden tot vrede en het verschaffen van veiligheid voor de mensen.

Frans Bieckmann is als journalist en onderzoeker verbonden aan www.wereldinwoorden.nl. Hij is hoofdredacteur van het nieuwe wetenschapstijdschrift 'The Broker' (www.thebrokeronline.eu) en publiceert dit najaar een boek over de internationale bemoeienis met Darfur.

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier