08_NiZA

Foto: NiZA/Rafael Marquez

Het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika juicht toe dat minister Koenders meer aandacht wil besteden aan de Democratische Republiek Congo als 'fragiele staat', maar tegelijkertijd missen wij in zijn beleidsnotitie 'Een zaak van iedereen' een duidelijke verwijzing naar de rol van grondstoffen. Het mag duidelijk zijn dat in Congo grondstoffen als koper, kobalt, goud, tin, diamanten en coltan in het veleden (en nu nog steeds) een belangrijke aanstichter zijn geweest voor het ontstaan en de voortzetting van tal van conflicten. Het Nederlandse beleid alleen toespitsen op vrede en veiligheid, en hierin de grondstoffensector als een gegeven feit aannemen, zien wij en onze Congolese partnerorganisaties als dweilen met de kraan open.

Een klein voorbeeld. Vooralsnog is het relatief rustig in de provincie Katanga – als het gaat om grondstoffen de rijkste provincie. Dit in tegenstelling tot Oost-Congo, waar het Congolese leger, rebellengroepen en Rwandese fracties nog steeds vechten om het bezit van landbouwgrond en de lucratieve tin-, goud- en coltanmijnen. In de provincie Katanga liggen de meeste koper- en kobaltmijnen die, na het uiteenvallen van het staatsmijnbouwbedrijf Gécamines, niet meer actief zijn, maar nog steeds aan ruim 150.000 arme Congolese mijnwerkers een dagelijkse boterham bieden. Slechts uitgerust met een schop en een zeef graven zij onafgebroken naar koper en kobalt voor nog geen 2 dollar per dag.

Op dit moment worden in Katanga in een rap tempo de mijnbouwconcessies van het failliete Gécamines 'verdeeld' onder de grote westerse mijnbouwbedrijven. De bedragen voor deze concessies lopen in de miljarden euro's. De westerse mijnbouwbedrijven – vaak in nauwe samenwerking met de lokale autoriteiten – verjagen de lokale mijnwerkers van hun mijngebied. Deze grote groep mijnwerkers verliest daarmee hun enige bron van levensonderhoud. De kans is daardoor groot dat het tot nu toe rustige Katanga alsnog afglijdt naar een conflictsituatie met mogelijk geweld langs etnische lijnen. Alleen door de opbrengsten van de grondstoffenhandel op een eerlijke manier te verdelen, zodat de Congolese bevolking zelf ook gaat profiteren van haar natuurlijke rijkdom, wordt een belangrijke prikkel weggenomen voor conflict en geweld.

Een mogelijke oplossing biedt het huidige herzieningsproces van een zestigtal mijnbouwcontracten. Deze contracten zijn in de periode van burgeroorlog en transitie (1996-2006) afgesloten tussen grote westerse mijnbouwgiganten en kleinere, dubieuze 'junior mijnbouwbedrijven'. Die bedrijven zijn vaak in handen van de heersende corrupte Congolese elite, die bestaat uit politici, militaire leiders en zakenmensen.

In februari dit jaar bleek uit onderzoek dat geen enkel contract voldeed aan de nationale wetgeving en de internationale normen en waarden van transparantie en goed bestuur. De Congolese regering is nu in gesprek met de mijnbouwbedrijven om deze contracten alsnog te herzien. De Nederlandse overheid zou bijvoorbeeld dit herzieningsproces actief kunnen ondersteunen en zou kunnen aandringen op transparantie bij de Congolese regering over de uitkomsten van deze gesprekken. Indien mogelijk zou de Nederlandse overheid geld kunnen uittrekken voor de implementatie en naleving van de herziene contracten. Dat zou de stabiliteit en de veiligheid in de regio aanzienlijk ten goede komen.

Nathalie Ankersmit, Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZA), campagne Fatal Transactions  

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief