Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Het is vroeg wanneer we vanuit het centrum van Istanbul naar de wijk Gaziosmanpasa (kortweg Gazi) vertrekken. In de bus, die we dankzij een sprintje net niet missen, zijn wij de enige passagiers. Aangekomen in Gazi ontmoeten we Cem (28). Een lange, vriendelijke jongeman die ons hartelijk verwelkomt in de wijk waar hij duidelijk trots op is. De wijk ligt aan de rand van een groot bos, is heuvelachtig en bestaat uit lange straten. Gazi is een van de zogenoemde gecekonduwijken die vooral om de ring van Istanbul heen liggen.

Alevieten
Alevieten zijn de grootste religieuze minderheid in Turkije. Hun daadwerkelijke omvang is niet bekend; schattingen variëren van tien tot veertig procent van de totale Turkse bevolking. Het alevitisme valt onder de sjiitische stroming van de islam, maar de religieuze interpretatie van alevieten in Turkije verschilt in grote mate van sjiitische gemeenschappen in andere landen. Alevieten staan bekend om hun liberale opvattingen en levensstijl, ze bidden niet in de moskee, maar hebben een eigen gebedshuis (cemevi). Er zijn zowel Turkse als Koerdische alevieten.

Gecekondu betekent ‘in de nacht geplaatst’ en dat is letterlijk hoe de losstaande huizen gebouwd zijn. Als er na een nacht bouwen ’s morgens een dak op een huis zit, mag de eigenaar van de grond (meestal de staat) die woning niet zonder meer weghalen. Op deze manier zijn veel arme migranten, met name uit het oosten van Turkije, vanaf de jaren ’70 in deze wijk komen wonen. Een groot deel van deze migranten is aleviet, de grootste religieuze minderheid in Turkije. Opvallend is de graffiti met linkse leuzen en afkortingen van revolutionaire bewegingen die in de hele wijk het straatbeeld kenmerkt. Nog voordat wij iemand spreken is het duidelijk dat de buurtbewoners niet erg positief staan tegenover de Turkse regering.

Gazi is rustig op zondagochtend; een groot verschil met het centrum van Istanbul, waar ‘rust’ niet lijkt te bestaan. Cem leidt ons rond in de buurt en nodigt ons uit voor een ontbijt in een koffiehuis. We ontbijten met simit (een soort sesambagel), olijven en veel thee. Het is er donker, rokerig en om ons heen spelen mannen aan verschillende tafels Okey (vergelijkbaar met rummikub).

Cem vertelt hoe hij de couppoging van 15 juli 2016 heeft ervaren en over de angst die er daags erna in de wijk heerste. “Die avond kwam ik samen met een vriend thuis van een avondje uit. Onze eerste reactie was blijheid. Misschien ging er nu iets veranderen. Maar al snel realiseerden we ons dat een militaire coup niet veel goeds zou brengen. Het deed ons denken aan de coup in 1980. Mensen in de wijk gingen toen massaal naar de bakker om bloem in te slaan. Ik ook, en ik heb meteen maar een voorraad sigaretten ingeslagen,” zegt hij lachend. “Maar de volgende dag waren we bang. We zagen een groep AKP-aanhangers richting Gazi komen. Zo’n duizend man riepen religieuze leuzen terwijl ze onze kant opkwamen. De politie deed niets. Mensen uit de wijk kwamen zelf in actie. Met succes: binnen vijftien minuten hebben 100 man uit Gazi 1000 man teruggedrongen. Je vraagt je af waarom ze naar deze wijk kwamen? Wat hebben alevieten met de coup te maken, of met Fettulah Gülen? Niets, maar dat maakt deze mensen niet uit. Zij zien ons hoe dan ook als staatsvijanden, als ongelovigen.”

Hij vervolgt: “Mensen buiten onze wijk zien Gazi als een terroristenbuurt, omdat we hier niet stil blijven maar in opstand komen. Eigenlijk is dit een hele leuke buurt; je moet het gewoon zien als een plek van het volk. De overheid ziet dat anders, die beschouwt ons als een gevaar. Dit werd weer duidelijk na de couppoging, toen reden er drie maanden lang geen bussen naar Gazi!”

Wat Cem precies bedoelt met ‘een plek van het volk’ wordt duidelijk wanneer we zijn vriend Erkan (22) spreken in een café in de wijk Besiktas. Erkan is een enthousiaste jongeman die trots vertelt over het ‘revolutionaire karakter’ van de buurt. “De buurt is echt van ons,” zegt hij, “alleen hier voel ik me echt vrij. Samen met vrienden organiseerden we tot voor kort concerten en straatcinema. Ook was er in Gazi door bewoners zelf een rehabilitatiecentrum voor drugsverslaafden opgezet. Helaas is het centrum na de couppoging door de politie neergehaald. Net zoals het volksparlement dat we hadden en de volksovens waar iedereen zijn eigen brood kon bakken. Het is allemaal gesloopt.”

Een geschiedenis van onderdrukking
De geschiedenis van alevieten in Turkije wordt gekenmerkt door onderdrukking. Die begon ten tijde van het Ottomaanse Rijk, en zette zich voort na de stichting van de Turkse Republiek in 1923. In de roerige jaren ’70 was Turkije sterk verdeeld tussen linkse en rechtse bewegingen. Rechtse bewegingen legden de nadruk op de soennitische identiteit als bindmiddel van de natie en alevieten steunden vooral linkse bewegingen. Het gevolg was dat alevieten door extreemrechts als vijanden van de staat werden neergezet. Dit had desastreuze gevolgen voor de alevitische gemeenschap:. In 1978 vond een bloedbad plaats in Kahramanmaras; er vielen tussen de 111 en 150 doden, in de meerderheid alevieten. In dezelfde periode (1977-1978) vonden er vergelijkbare aanvallen op alevieten plaats in vier andere steden; Tokat, Sivas, Corum en Cankiri. De roerige jaren zeventig eindigden met de militaire coup in 1980. Nieuwe incidenten vonden plaats in de jaren negentig, onder meer in Gazi in 1995, waar 28 doden vielen.

Herinneringen aan het bloedbad in 1995
Een incident in de jaren ’90 in Gazi staat in het geheugen van de wijkbewoners gegrift. In maart 1995 werden er aanvallen uitgevoerd op drie koffiehuizen tegelijkertijd. Hierbij viel minstens één dode, een dede (alevitische religieuze leider) en tientallen mensen raakten gewond. Woedende alevitische bewoners gingen massaal de straat op. Ze verzamelden zich voor de cemevi (gebedshuis voor alevieten) en trokken naar het politiebureau, omdat de politie tijdens de aanvallen niet zou hebben ingegrepen. Terwijl de politie de groep probeerde terug te dringen werd er geschoten, wat tot twee doden en ettelijke gewonden leidde. Alevieten uit andere wijken sloten zich de volgende dag aan bij de groep demonstranten, die groter en groter werd. Uiteindelijk mondde de demonstratie uit in gevechten met de politie en de andere opgetrommelde veiligheidstroepen. Toen de demonstranten dichtbij het politiebureau waren gekomen, opende de politie gericht het vuur. De veiligheidstroepen wisten escalatie van de situatie niet te voorkomen, de gevechten gingen urenlang door. Uiteindelijk vielen er die dag onder de demonstranten 28 doden en raakten meer dan honderd mensen gewond. De politie arresteerde tweehonderd betogers en de militairen namen de taak van de politie in de wijk over. Er werd een straatverbod afgekondigd en niemand mocht de wijk in of uit.

Cem was in 1995 nog jong, maar kan zich de gebeurtenis goed herinneren. “Mijn vader had gedronken die avond,” vertelt hij. “Hij kwam thuis met een biertje in zijn hand en vertelde mijn oom over de drukte op straat. Mijn oom geloofde hem niet, hij zei ‘je bent dronken man, ga toch weg!’. Even later zagen we op het nieuws dat mijn vader wel degelijk gelijk had. Er waren zelfs doden gevallen. En het was nog niet afgelopen. Politiemensen kwamen dagelijks over de vloer. Ze haalden het huis overhoop, zochten naar wapens.”

Ondertussen is de eigenaar van het koffiehuis aangeschoven. Hij vertelt hoe hij die periode beleefde. “Ik was 26 jaar. Ik was thuis toen mijn vader binnenkwam en ons vertelde dat mijn broer was neergeschoten in een koffiehuis. Onderweg naar het ziekenhuis zag ik dat het druk was op straat, er was een chaotische sfeer. Later hoorde ik dat verschillende koffiehuizen waren aangevallen, terwijl de politie toekeek en niet ingreep. De koffiehuizen zaten die avond vol, er werd een voetbalwedstrijd op tv uitgezonden.  De scheidslijnen tussen alevieten en soennieten zijn pas na deze gebeurtenis ontstaan. Soennieten in deze wijk wisten hiervoor niet eens van het bestaan van alevieten. Tegenwoordig heb ik nog wel wat soennitische vrienden, er is geen haat tussen ons, maar de vriendschap is niet meer zo warm als vroeger.”

Alevitisme en activisme
“Eigenlijk verschillen alevieten en soennieten niet zoveel van elkaar, maar het is politiek geworden,” zegt Cem. “Die scheiding tussen ons wordt van bovenaf, door de politiek, gecreëerd.  Zo beroept Erdogan zich bijvoorbeeld op de vijftig procent van de bevolking die op hem heeft gestemd om alles wat hij doet te legitimeren. Eigenlijk zegt hij daarmee dat de andere vijftig procent van de bevolking de pot op kan.”

Erkan vertelt dat hij niet overal openlijk alevitisch kan zijn. ‘’Als ik dat wel doe, word ik lastiggevallen. Op mijn vorige werk bijvoorbeeld zeiden mijn collega’s elke vrijdag dat ik mee moest komen bidden, terwijl ze wisten dat ik als aleviet niet in een moskee bid. Ik werd zo onder druk gezet dat ik me uiteindelijk gedwongen voelde ontslag te nemen.”

Volgens Cem gaan hij en Erkan anders om met dit gevoel van uitsluiting: “Erkan en ik zijn goede vrienden, maar we zijn het niet altijd met elkaar eens. Hij is veel activistischer dan ik. Hij koestert bijvoorbeeld veel sympathie voor de Koerdische zaak en is geen liefhebber van Atatürk. Ik snap wel waarom, ik weet waar hij vandaan komt en wat zijn Koerdische familie heeft meegemaakt. Als ik zelf zou moeten kiezen tussen socialisme en alevitisme , kies ik voor alevitisme, wat voor mij menselijkheid betekent. Daar gaat het om.”

Erkan zegt: “Ik ben pessimistisch over mijn toekomst hier in Istanbul en ik zou eigenlijk wel weg willen, maar ik kies ervoor de strijd aan te gaan, liever dan op de vlucht te slaan.” Met een twinkeling in zijn ogen verzekert Erkan ons: “Ik geef niet zomaar op”.

‘Wij alevieten buigen niet zomaar’
Wat de alevieten in Gazi ons vertellen, komt overeen met de verhalen van alevieten in een andere gecekonduwijk in Istanbul, Kücük Armutlu. Armutlu ligt dichter bij het centrum, en is omringd door rijkere buurten met hoge flatgebouwen. Het uitzicht vanaf de heuvel waarop de wijk is gebouwd is mooi, je kijkt uit op het water. “Rijke mensen kijken op ons neer, ze zeggen: ‘Jullie zijn arm, hoezo hebben jullie zo’n prachtig uitzicht op zee?’ Ze begrijpen het niet. Ik werk zo hard, ik heb niet eens tijd om naar de zee te kijken!’’ De man die dit vertelt is begin dertig, en woont met zijn vrouw, vader, moeder en zus in een zelfgebouwd huis in Armutlu. We zitten met ons allen in de woonkamer, waar het met de gloeiende verwarming en alle aanwezigen al snel benauwd wordt. 

Uit het gesprek met de familie wordt duidelijk dat alevieten in Armutlu, net als in Gazi, een hechte gemeenschap vormen. De geschiedenis van onderdrukking en het gevoel van onrecht en uitsluiting lijken ook hier de alevieten met elkaar te verbinden.

De moeder – ze is rond de zestig, en heeft een losse bloemetjeshoofddoek en een leesbril om haar nek – heeft nog een andere verklaring voor de hechte gemeenschap: “Wij alevieten stappen niet snel naar de politie of de overheid. Problemen lossen we liever onderling op. Dit kun je terugvoeren op de vlucht van alevieten naar de bergen ten tijde van het Ottomaanse Rijk. Daar was geen politie of ook maar iets van een overheid. Problemen bespraken we binnen onze gemeenschap en zo werkt dat nu nog steeds. Wordt een conflict niet opgelost? Dan kan de schuldige vertrekken.”

We vragen de familie hoe zij de couppoging hebben beleefd. De zoon antwoordt: “Een dag na de couppoging kwam een grote groep mensen vanuit de soennitische wijk onze kant op. Jongeren uit onze wijk losten schoten, om ze af te schrikken. Dat lukte. Door de luidsprekers van alle moskeeën werd opgeroepen de straat op te gaan, wat ons nog angstiger maakte.” Zijn vrouw vult hem met luide stem aan: “En je weet het he, die nacht zijn huizen van alevieten in Malatya weer beklad met kruizen, net zoals in 1978 in Maras!”

Ze vervolgt: “Uiteindelijk worden de pijlen toch steeds weer op de alevieten gericht, je wordt er wanhopig van. Wat hebben wij met Gülen te maken, toch helemaal niks! Overigens is het niet zo dat onze onderdrukking door deze regering is uitgevonden, hij zit in het Turkse staatssysteem en komt daardoor steeds opnieuw bovendrijven. Zoals het er nu voorstaat, wil ik geen kinderen op de wereld zetten. Maar ik geef niet op. Ik wil hier blijven en mijn stem laten horen. Wij alevieten buigen niet zomaar.”

Ondanks alles zijn de alevieten in Gazi en Armutlu vastberaden; iedereen zet de strijd voor rechtvaardigheid en een gelijke behandeling binnen de Turkse samenleving op zijn eigen manier voort. Spannend is het referendum over het presidentiële stelsel op 16 april aanstaande, waarmee president Erdogan zijn macht flink kan uitbreiden. Tegenstanders zien het als een manier om de democratie te vervangen door een autoritair systeem. Cem is afgelopen week al drie keer door de politie staande gehouden en om zijn identiteitsbewijs gevraagd, hij noemt dit ‘psychologische druk’ op de nee-stemmers. Wat gebeurt er bij een ja-uitslag? “Eén ding is zeker,” zegt Cem, “de bewoners van Gazi zullen zich niet stil houden”. 

Meer weten over het project ‘de verloren verhalen van Turkije’ van Zola Can en Zara Toksöz? OneWorld sprak onlangs met Zola en Zara over het belang en doel van hun project. 

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
bewl3-0730

Zola Can

Redacteur Movement

Zola heeft Politicologie gestudeerd en deed de Master Midden-Oostenstudies. Voor OneWorld schrijft ze over migratie en sociale en …
Profielpagina