Dit artikel verscheen al in het Vlaamse tijdschrift Knack.

De Amerikaanse hoofdstad, Washington DC, ligt met zijn grootse tempels van macht te midden van een gigantisch weefsel kleine straten. Reservoir Road, Annandale, is één van die straten. Het is er doods op een doordeweekse dag. De mannen en vrouwen zijn aan het werk in de kantoren van de metropool. Dit is één van de laatste blanke wijken, met blanke kerken, grotendeels blanke scholen alsook schietpartijen onder blanken – goed voor drie doden per jaar. Dit blanke Amerika is bang: bang voor de moslimmoskee in een naburige wijk en vooral bang voor zijn economische toekomst. Meer dan ooit worden de forenzen van Annandale in onderbetaalde deeltijdse baantjes gewrongen. Zij zullen overwegend thuis blijven bij de verkiezingen. Of nu Trump of Clinton in het Witte Huis belandt, gaat de redenering, het hele systeem is onbetrouwbaar. Of zoals Bruce Springsteen het ooit zong: “We take care of our own.” Deze mensen hebben het gevoel de greep op hun leven, het land en de wereld te zijn kwijtgeraakt. Het liefste zou de meerderheid gewoon de deur naar de rest van de wereld dichtsmijten. 

Volgens PEW vindt 57 procent van de Amerikanen dat hun land zich met zijn eigen problemen moet bezig houden. Slechts 44 procent vindt deelname aan de wereldeconomie een goede zaak. Als de Amerikaanse buitenlandpolitiek een voortzetting is van de binnenlandse politiek, kunnen we dus een meer isolationistische strategie verwachten. President Obama viel al op door zijn terughoudendheid ten aanzien van brandhaarden als Syrië en de provocaties van Noord-Korea. Maar buitenlandpolitiek hangt van meer factoren af dan de publieke opinie. Zij is het resultaat van macht, persoonlijk leiderschap, instellingen en gebeurtenissen, vooral véél gebeurtenissen. Voor wat de laatste betreft heeft het weinig zin om vooruit te blikken, maar van de eerste drie factoren kunnen we alvast een inschatting maken. In buitenlandse kwesties blijven departementen als defensie, state en handel bijzonder invloedrijk. Ook voor het Witte Huis heeft vaak meer bewegingsruimte in de buitenlandse politiek als de binnenlandse politiek. 

Amerika heeft het steeds moeilijker om zijn welvaart om te zetten in kwaliteitsvolle banen en koopkracht

Hoe sterk het isolationisme bij de Amerikaanse burgers ook is, deze instellingen zullen zonder twijfel blijven ijveren voor een krachtige buitenlandpolitiek. En wie er ook in het Witte Huis terecht komt, de Verenigde Staten zullen op een hardere manier hun belangen in de wereld verdedigen. Voor wat zijn macht betreft, is het land immers op een kritiek punt beland. Amerika heeft het steeds moeilijker om zijn welvaart om te zetten in kwaliteitsvolle banen en koopkracht. Nog nooit sinds de Wall Street Crash van 1929, leefden zoveel Amerikanen in armoede. Economische macht heeft natuurlijk niet alleen te maken met het vermogen om burgers in het binnenland tevreden te houden. Economische macht is tevens bepalend voor de invloed in het buitenland. In dat opzicht komt de grootste uitdaging van China. De Chinese economie zou tijdens de volgende presidentstermijn wel eens groter kunnen worden dan de Amerikaanse. 

Economische belangen

Dit zal dan ook onvermijdelijk leiden tot een beleid dat meer dan ooit om economische belangen draait. Nu heeft het land natuurlijk belangrijke troeven. Het heeft in tegenstelling tot haar rivalen weinig te vrezen van buurlanden op het continent, waardoor het minder moet uitgeven aan de verdediging van de landsgrenzen. Minstens even belangrijk is dat Amerika nu quasi zelfredzaam is inzake grondstoffen. Het is één van ‘s werelds grootste landbouw-, energie- en mijnbouwproducenten. We spreken vaak over Afrika als een geologisch schandaal, gezien de rijkdom van zijn bodem, maar de Verenigde Staten zijn dat eveneens. Amerika heeft ook een groeiende bevolking – jaarlijks komen er 2,6 miljoen Amerikanen bij – met een enorme bereidheid om hard te werken. Verder blijft het land ook toonaangevend in disruptieve wetenschappelijke en technologische doorbraken. Het potentieel zit dus nog steeds goed. 

Amerika zal er echter veel nadrukkelijker naar streven om dat potentieel ten gelde te maken. Zowel Trump als Clinton hebben aangekondigd om meer steun aan de industrie te geven. Voor een stuk willen zij een dynamische markt van kleine starters creëren, maar er wordt ook veel nadruk gelegd op de steun van grote giganten als Boeing, General Motor en General Electrics. Dat industrieel beleid is al in gang gezet door de Obama-administratie. “Buy American,” is er bijvoorbeeld op gericht om gezinnen en overheden meer bij lokale industrieën te laten kopen. Trump en Clinton zullen dat voortzetten, met campagnes als “Make it in America” en “Bring back jobs to America”. Er komen meer rechtstreekse subsidies en belastingvoordelen. De opkomst van de autoproducent Tesla, bijvoorbeeld, was nooit mogelijk geweest zonder de meer dan 1,5 miljard Euro aan subsidies en regelgeving die geschreven werd in functie van dat bedrijf. Een flink deel van de Amerikaanse markt blijft ook afgeschermd voor buitenlandse bedrijven. Het Europees Parlement rapporteerde onlangs dat Amerika na Rusland het land is dat de laatste jaren de meeste beperkende maatregelen invoerde. Clinton en Trump beloven meer van die maatregelen. Het nieuwe protectionisme komt ook tot uiting in de afkeer van nieuwe grote handels verdragen, zoals TTIP met Europa en TPP met een aantal landen rondom de Stille Oceaan. 

Beide presidentskandidaten leveren een stevig pleidooi voor steun voor de Amerikaanse export

De twee presidentskandidaten leveren ook een stevig pleidooi voor steun voor de Amerikaanse export. Export is belangrijk voor de industrie, maar ook omdat Amerika duidelijk af wil van het langdurige handelstekort waardoor het afhankelijk is geworden van krediet van China. Vooral Hillary Clinton is een vurig voorstander van een grotere rol en meer centen voor de Eximbank die krediet verschaft aan buitenlandse afnemers van vooral dure systemen als vliegtuigen en machines. Clinton wil “vechten voor de Amerikaanse export”. Ze wil meer financiële steun voor de industrie en de agrobusiness “om buitenlandse markten te openen en hindernissen te overwinnen”. Zowel Clinton als Trump willen ook een duw geven aan de uitvoer van hoogtechnologische goederen en diensten, maar er tezelfdertijd er ook over waken dat andere landen die technologie niet kunnen ontfutselen van grote multinationals als Microsoft, Apple, en Boeing.

Clinton maakt er alvast geen geheim van: “Amerika moet de wereldwijde concurrentieslag voor banen in de geavanceerde industrie winnen.” Dat betekent volgens haar dat het land kost wat kost zijn technologische voorsprong moet behouden. Nu al profiteren Amerikaanse giganten van enorme bedragen voor onderzoek en ontwikkeling: 400 miljard dollar om precies te zijn, tegenover 300 miljard dollar in de Europese Unie en ongeveer hetzelfde bedrag in China. Clinton wil meer geld voor zowel die mastodonten als de kleine starters. Ze wil er ook voor zorgen dat Amerikaanse bedrijven als Google en Facebook in alle vrijheid toegang krijgen tot de wereldmarkt en harder optreden als landen Amerikaanse patenten niet respecteren. Ze wil er ook over waken dat de regels voor het wereldwijde web vooral beheerd wordt door grote bedrijven. Op die manier zouden dictatoriale regimes geen invloed kunnen uitoefenen en worden de standaarden vooral geformuleerd in functie van de kampioenen van California, met opnieuw Google en Facebook voorop. De twee samen zijn goed voor zo’n 100 miljard dollar winst per jaar.

Veiligheid

Technologie is uiteraard ook cruciaal voor het militaire leiderschap van de Verenigde Staten. Het meest recente vierjaarlijkse rapport van het Pentagon is duidelijk: Amerika wil ook in de toekomst oorlogen kunnen voeren en kunnen winnen. Amerika wil de sterkste militaire macht ter wereld blijven. Opnieuw bestaat er op dat vlak niet zoveel verschil tussen de twee presidentskandidaten. Ze gaven beiden aan dat de defensie-uitgaven op peil moeten blijven en dat de krijgsmacht zich alle middelen moet kunnen veroorloven. Clinton en Trump zullen dus blijven investeren in Amerika’s nucleaire afschrikking. Het vervangingsprogramma van de geduchte Minuteman langeafstandsraketten gaat dus gewoon door. Waar Clinton misschien minder voor voelt, zijn nucleaire kruisraketten, de zogenoemde Long-Range Standoff Weapon, omdat die het risico op een nucleair conflict gevoelig zouden kunnen vergroten.

Niemand in Washington veronderstelt dat de volgende president andere belangrijke militaire programma’s zal terugschroeven. Trump mort wat over de gebreken van de F-35, waar ook ons land belangstelling voor heeft, maar wil in plaats daarvan meer F-22’s bouwen. De catalogus van moderniseringsprogramma’s is eindeloos. Voor de volgende presidentstermijn komen er sowieso twee nieuwe vliegdekschepen, een tiental nieuwe destroyers, tien nieuwe aanvalsonderzeeërs, enkele Zumwalt-kruisers en een vijfhonderdtal nagelnieuwe gevechtsvliegtuigen. Er bestaat ook weinig twijfel dat volgende president zijn handtekening zal zetten onder een order voor nieuwe onderzeeërs uitgerust met kernraketten en de productie van nieuwe B-21-bommenwerpers. DARPA, het onderzoeksagentschap van het Pentagon gaat ook gewoon door met het ontwikkelen van spitstechnologie om “de dominantie van het elektromagnetisch spectrum” te verzekeren: software om vijandige radars te verschalken, nieuwe navigatiesystemen die niet langer afhankelijk zijn van kwetsbare satellieten, super-krachtige computerchips,  hypersonische wapens, ruimtevliegtuigen, enzovoort. 14 miljard dollar geeft defensie uit aan zulk onderzoek, 14 miljard elk jaar.

De VS zullen waarschijnlijk minder gretig zijn om in te grijpen bij lokale conflicten zoals in Libië of Syrië

Waar het Pentagon naartoe wil, is suprematie in de nieuwe sferen, de ruimte en het internet, absolute in de Atlantische en de Stille Oceaan, alsook in het luchtruim erboven, en zoveel mogelijk flexibiliteit om wereldwijd operaties te lanceren – van het bestrijden van terroristen tot oorlogen tegen grootmachten. Het is moeilijk te bepalen wie van de twee presidentskandidaten het meest gebruik neigt te maken van die militaire slagkracht. Beiden gaven ze aan ISIS te willen blijven bestrijden, maar de militaire aanwezigheid in Irak te zullen beperken. Clinton beschouwt Rusland als een strategische rivaal, Trump viseert vooral Iran en beiden staan ze wantrouwig tegenover China, de Chinese militaire machtsopbouw in de Zuid-Chinese Zee en de aanhoudende Chinese steun aan Noord-Korea. Kortom: veel zal afhangen van de precieze omstandigheden. De Verenigde Staten zullen wellicht minder gretig zijn om in te grijpen bij lokale conflicten, zoals recent in Oekraïne, Syrië, Libië. En als ze dat doen, zal het nog meer gepaard gaan met de inzet van onbemande vliegtuigen en oorlogvoering van op afstand. In veiligheidskwesties waar de bevolking wakker van ligt, zoals ISIS en de opkomst van China, zullen zowel Trump als Clinton kordaat reageren, al zal de laatste wellicht nog proberen om dat te doen onder de vlag van de vrijheid en mensenrechten.  

Europa

Europa maakt de borst dus maar beter nat. Hoewel Amerika ons niet plotsklaps de rug zal toe keren, krijgen we in eerste instantie meer concurrentie te verwerken. De Amerikaanse industriepolitiek is slecht nieuws voor bijvoorbeeld onze automobielindustrie of onze chemische sector. Dat het de Amerikanen waren die het vuur aan de lot staken in het dossier van de sjoemelsoftware van Volkswagen, nét nu het met bedrijven als Tesla opnieuw de wereldmarkt wil veroveren, was geen toeval. Ook de scherpe reactie van de Amerikaanse overheid ten aanzien van Deutsche Bank of tegen de poging van de Europese Commissie om de dominante positie van Google aan te pakken, geeft te kennen dat de interpretatie van de “vrije markt” aan beide kanten van de Atlantische Oceaan nogal verschilt al naar gelang de belangen. Als de volgende President uitpakt met een nog agressievere buy-America-politiek dan zou dat Europa verder in de economische problemen kunnen duwen. Het handelstekort van 150 miljard dollar met China kunnen we immers alleen maar compenseren dankzij het handelsoverschot van 100 miljard met de Verenigde Staten. De steun aan multinationals en vooral technologische kampioenen is evenmin goed nieuws. Nu al halen Amerikaanse multinationals jaarlijks netto 14 miljard dollar aan winsten uit hun investeringen in Europa op en 11 miljard aan inkomsten uit patenten. Europa riskeert vooral vast te komen zitten tussen de agressieve economische politiek van China aan de ene kant en het nieuwe economische nationalisme van de VS aan de andere kant.

Dit presidentschap wordt cruciaal voor de VS en voor de toekomst van de trans-Atlantische relaties

Dat geldt ook voor onze veiligheid. De militaire modernisering van de Verenigde Staten gaat zo hard, dat het verdeelde Europa gewoon niet meer kan volgen. Toen de NATO enkele jaren geleden een oproep deed aan bedrijven om mee te werken aan cyberveiligheid, waren de kleine Europese spelers geen partij meer voor hun Amerikaanse tegenhangers. Zonder extra inspanningen zal Europa ook meers afhankelijk worden op het gebied van gerobotiseerde oorlogvoering, satellieten en de afschrikking van grootmachten met mogelijk slechte bedoelingen. Dit, terwijl het duidelijk is dat Washington zich nog meer wil concentreren op Azië en de jonge adviseurs die klaar staan om bijvoorbeeld de Nationale Veiligheidsraad te bemannen minder sterke banden hebben met onze regio. 

Of ze er in Annandale van wakker zullen liggen, is twijfelachtig, maar dit presidentschap wordt cruciaal voor de positie van de Verenigde Staten en tegelijkertijd ook voor de toekomst van de trans-Atlantische relaties. Amerika maakt zich op om harder zijn belangen te gaan verdedigen. Dat zal de internationale samenwerking verder onder druk zetten. En hoezeer vooral Hillary Clinton vasthoudt aan de Amerikaanse waarden, het nieuwe realisme zal steeds meer botsen met het oorspronkelijke liberale discours van openheid en vrijheid. “De tijd van de overdaad is voorbij,” vat Jon Alterman samen, “De volgende president zal zich opnieuw moeten buigen over de essentie: onze veiligheid en welvaart.” Alterman werkt voor het CSIS, één van de invloedrijke denktanks rond het Hahnemann Memorial, enkele minuten van het Witte Huis. “Het is tijd dat onze bondgenoten dit beseffen want de ruimte om compromissen te sluiten wordt kleiner. Dat geldt ook voor Europa.” 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Jonathan Holslag is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel waar hij onderzoek verricht naar internationale politiek. De …
Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier