Op dit moment worden vooral veel landbouwgewassen gebruikt voor het maken van biobrandstoffen, zoals biodiesel of alcohol. In de Verenigde Staten verbouwt men daar vooral maïs voor en in Zuidoost-Azië palmen. In Europa wordt voornamelijk koolzaad gebruikt als grondstof. Het probleem van al deze gewassen is dat het de voedselproductie verdringt en dat er goede landbouwgrond voor nodig is.
 
Gras en hout
Volgens André Faaij heeft het gebruik van houtige en grassige biomassa die nadelen niet. "Hout en gras kunnen met relatief weinig mest groeien en er is ook geen kostbare landbouwgrond voor nodig. Het is bovendien veel minder belastend voor de bodem. Het is zelfs goed voor de bodem. Grasland is heel goed omdat het ook koolstof vastlegt. Dat doen bomen ook en daarnaast is het ook nog een veel voordeliger. Omdat de teelt zo extensief is kost het veel minder geld. Als je het goed doet, kan je op termijn naar het gebruik van gras en hout als grondstof, voor biobrandstof als volwaardige vervanger van olie. Dat is het ultieme plaatje."Gras
 
Susan Tol van de milieuorganisatie Wetlands International bevestigt de schadelijke gevolgen van bijvoorbeeld het gebruik van palmolie voor biobrandstoffen. Zo'n 25 procent van alle palmolieplantages liggen in Maleisië en Indonesië op veengronden. Door beschadiging van die veenlagen komt CO2 vrij waardoor een schadelijk effect optreedt bij de productie van palmolie. De nadelige gevolgen voor het klimaat zijn enorm. "Onderzoek laat zien dat die palmolieplantages verantwoordelijk zijn voor zo'n 8 procent van de totale CO2- uitstoot. En dan te bedenken dat Europa de grootste afnemer is van die palmolie," aldus Tol.
 
Ontwikkelingslanden
Het gebruik van de zogeheten tweede generatie biobrandstoffen – hout en gras – heeft die nadelen niet. Het heeft bovendien grote voordelen voor boeren in ontwikkelingslanden. Die zijn nu vaak afhankelijk van wankele voedselmarkten, waar ze bovendien lang niet altijd toegang tot hebben.

Die landbouwsector kan gestimuleerd worden door het produceren van houtige en grassige biomassa. Boeren kunnen daar stabiele inkomsten uit krijgen en ze kunnen ook produceren voor hun eigen regio. Voor ontwikkelingslanden is dat heel aantrekkelijk, omdat juist de olie-import uit het buitenland heel nadelig is voor de handelsbalans.
 
Faaij wijst erop dat de tweede generatie biobrandstoffen ook geproduceerd kan worden uit restanten van bosbouw en van restproducten van bijvoorbeeld suikerriet en rijst. Verbouw van hout en gras kan ook goed op gronden die beschadigd zijn door verkeerd gebruik of door erosie en verzilting. Bomen en grassen kunnen die bodem zelfs weer geleidelijk herstellen. Voor de verbouw heb je dus een heel ander landbouwareaal ter beschikking dan voor voedselgewassen, die goede grond nodig hebben.
 
Oliemaatschappijen
Volgens André Faaij is er internationaal grote overeenstemming over het gunstige effect van deze tweede generatie biobrandstoffen. Hij is heel optimistisch over de mogelijke invoering, omdat het debat over deze brandstoffen zich zo snel ontwikkelt. "Twee jaar geleden was daar nog nauwelijks sprake van en nu praat werkelijk de hele wereld erover", zegt hij. Ook oliemaatschappijen en luchtvaartmaatschappijen praten mee. Iemand als Richard Branson van Virgin Airlines zou bijvoorbeeld graag de CO2-emissies van zijn vliegtuigen omlaag brengen met biobrandstof. Maar ook voor de internationale scheepvaart liggen er goede mogelijkheden net als voor de farmaceutische industrie.
 
Volgens Faaij is nu de politiek aan zet om het ontwikkelen van de tweede generatie biobrandstoffen te realiseren. "Technologisch is er eigenlijk geen probleem, want een aantal bedrijven in Nederland heeft die kennis gewoon in huis. Shell is bijvoorbeeld een grote speler op dat gebied. Die bedrijven wachten alleen op stabiel beleid, met de juiste ondersteuning en de juiste bescherming voor dit soort investeringen.

Beleidsmakers daarvan overtuigen is alleen altijd een moeizaam proces. Gelukkig hebben we in Nederland minister Cramer die daar behoorlijk wat vanaf weet. Maar we zouden ook in Europa daar veel meer de handen voor ineen moeten slaan. Dan kun je heel grote stappen maken." Faaij draagt er in ieder geval het zijne aan bij. Hij gaat als voorzitter van de werkgroep biomassa van het World Economic Forum in september naar China, om te praten over deze veelbelovende tweede generatie biobrandstoffen.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de Wereldomroep.

 

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief