Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 6 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

Op een oud olievat staat een gele spuitbus. Er zat ooit insectenverdelger in. Nu is het een lamp die brandt op kerosine. Een heer met designbril en een dame in zwarte draperieën bestuderen het object alsof het de formaldehydehaai van Damien Hirst is. De man leest voor uit de catalogus. Een groep Deense kunstliefhebbers omsingelt een ander olievat. Ze kijken niet naar de Mona Lisa, maar naar een muizenval van kippengaas.

We zijn in het gerenommeerde Triennale Design Museum in Milaan, waar de tentoonstelling ‘Made in slums’ te zien is. Design uit de sloppenwijken van Nairobi. Ik bewonder een kippenvoersysteem (hetzelfde dat mijn Brabantse oma vroeger had), een gootsteenontstopper en een set kleerhangers van ijzerdraad op een stokje. Een Afrikaanse versie van het fietswiel op een krukje. Afval hergebruiken, waar Europese designstudenten nu massaal op afstuderen? Doen slum-designers al jaren. Genoeg van grote logo’s en miljoenenverslindende reclamecampagnes? Slum-designers laten zien dat je helemaal geen logo’s nodig hebt.

No-go area

Sloppenwijken zijn cool. Ze maken er coole auto’s, zoals de Turtle 1. Zo cool dat-ie in een bomvol Paradiso gepresenteerd werd. Ze dragen er coole kleding. Zo cool dat de Franse Elle een editie wijdde aan de Congolese sapeurs. En ze hebben er coole, het liefst gehandicapte, muzikanten die spelen op zelfgemaakte instrumenten. Die we vervolgens ook weer in Paradiso kunnen zien.

Nog niet zo lang geleden waren sloppenwijken een no-go area voor westerlingen. Als student maakte ik een tour langs het oude huis van Nelson Mandela. Soweto was toen nog de meest beruchte township van Zuid-Afrika. “Never, never talk to the people”, zei de gids. “En steek je arm niet uit het busraampje.”

Vijftien jaar later moeten we juist wel met de mensen praten. Of met ze trommelen, of voetballen. En in hun huizen overnachten, die ze gastvrij voor ons openstellen. Als we dat toch te eng vinden, slapen we voor zestig euro in een fake-slum en kijken naar het Slum-journaal, dat bericht over sport, cultuur, trends en mode. Sloppenwijkbewoners zijn immers net gewone mensen. Maar dan wel extra creatief, inspirerend en hartverwarmend in hun saamhorigheid.

Disneyland

Waarom zijn wij zo gefascineerd door Afrikaanse sloppenwijken? “Slums worden een soort Disneyland”, zegt Siji Jabbar, blogger voor opiniesite This is Africa. “Een vrolijk pretpark voor Europese ogen. In Kenia zelf zit niemand te wachten op Slum TV. Niemand vindt nieuws interessant puur en alleen omdat het uit de sloppenwijken komt.” Wat zou het dan zijn? Is het een nostalgische hang naar folklore, naar de tijd dat we in de Jordaan nog dansten op de stoep en onze vaders leer looiden en manden vlechtten?

Met het Volendammiseren van het sloppenleven temperen we vooral ons schuldgevoel. Door een romantisch beeld te creëren van sloppenwijken als broedplaatsen van hits, trends en kledingstijlen verhullen we de rauwe realiteit. De sloppenwijk is de stille ramp van de 21e eeuw.

Slums worden een soort Disneyland

Vies en ongezond

Volgens de VN leven wereldwijd bijna een miljard mensen in sloppenwijken. Dat aantal zal de komende dertig jaar verdubbelen. In Nairobi, toch niet de armste Afrikaanse stad, woont 60 procent van de bevolking in sloppenwijken als Mathare of Kibera. In Sierra Leone woont in totaal 87 procent van de stadsbewoners in een sloppenwijk. Behalve dat je er ’s nachts je buurman tegen de schutting hoort plassen en de ghettoblaster van het zeecontainercafé op de hoek 24 uur per dag rapmuziek laat horen, is het er vies en ongezond. In Nairobi is het vliegend toilet een begrip: poep die je in een plastic zakje het dak van je huis op slingert. In Accra poepen de sloppenbewoners ’s ochtends vroeg rijendik op het strand. De cijfers bewijzen het: in een sloppenwijk word je minder oud dan in een dorp. Het begint al bij vaccineren: in Niger is 86 procent van de plattelandskinderen  gevaccineerd, tegenover 35 procent van de sloppenkinderen. Kinderen in slums overlijden bovendien vaker aan diarree dan kinderen die op het platteland wonen. En het leven is er nog duur ook. Slumbewoners in Oost-Afrika betalen zeven keer zoveel voor een liter water dan de gemiddelde inwoner van de VS.

Ik stel daarom voor als zomeruitje: de diehard slum experience, compleet met de poeprij op het strand, een ghettoblaster naast je bed en een euro voor elke halve liter water die je gebruikt. Wie is er bereid om daarvoor zestig euro te betalen? 

archieffoto-favela-Alemão

De sloppenwijk slaat terug

De tijd van aapjes kijken in de favela’s is voorbij. In de afgelopen maanden moesten…

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€6 per maand)
Lonneke van Genugten

Lonneke van Genugten

publicist

Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en Guinee, maar ook over mondiale trends, beeldvorming, feminisme en duurzame lifestyle.
Profielpagina