Het kabinet wil mediadiversiteit ondersteunen in landen met een eenzijdig aanbod. Juist daar is behoefte aan andere nieuwsbronnen naast de staatsmedia van de overheid, aldus minister Verhagen van Buitenlandse Zaken. Terecht stelt hij dat pluriforme media een belangrijke voorwaarde zijn voor een gezond publiek debat, het ijkpunt voor het democratisch gehalte van een land. Maar waarom noemt Verhagen digitale media niet expliciet in zijn mensenrechtenstrategie 'Naar een menswaardig bestaan'? Juist digitale media, zoals internet, bieden de bewoners van gesloten landen de mogelijkheid informatie uit te wisselen.

De journalistiek voorziet burgers van informatie die nodig is voor een vrij en zelfstandig leven. Met de groeiende populariteit van digitale media, waaronder vooral internet, heeft de burgerjournalistiek zich ontwikkeld. Wereldwijd spelen burgers een actieve rol in het verzamelen, analyseren en verspreiden van nieuws en informatie. Door internet, en met name de mogelijkheden van 'Web 2.0', de tweede fase in de ontwikkeling van het wereldwijde web, zijn berichten relatief eenvoudig en vooral goedkoop te publiceren en te verspreiden. Birmese bloggers hebben, niet zonder risico, foto's online gezet van het overstromingsdrama in hun land. Het bericht over een politie-inval bij een homo-organisatie in Kirgizië vloog dit voorjaar binnen een paar dagen de wereld rond.

Dé burgerjournalist bestaat niet. Het is een algemeen begrip dat in vele smaken verkrijgbaar is. Maar behalve digitale rommel vinden we op internet ook bijdragen van burgers die serieus informatie vergaren en verspreiden, met de internationale journalistieke standaard in het achterhoofd. Een voorbeeld van een goed georganiseerd, internationaal en veeltalig bloggersnetwerk is 'Global Voices Online' (globalvoicesonline.org). Digitale media groeien onstuitbaar. En vooral in de landen waar een vrije pers ontbreekt, kunnen burgerjournalisten een verschil maken. Het zijn veelal jonge mensen, vaak nog studenten, die zichzelf en hun omgeving kritische vragen durven stellen.

Digitale media bieden hen – onder andere via mailinglijsten, weblogs en mobiele telefonie – de gelegenheid om mee te werken aan vrije, onafhankelijke nieuwsgaring. Veel van deze landen, zoals Iran, beschikken over een relatief jonge bevolking. Juist zij hebben de mogelijkheden van de computer en de mobiele telefoon snel in hun vingers. Juist zij zoeken creatieve manieren om filtering en censuur te omzeilen.

Behalve dat burgers op internet steeds actiever informatie en nieuws zoeken, verandert het medium ook de werkwijze van de traditionele journalistieke media. Bijvoorbeeld doordat bloggers hun bijdragen opsturen aan de eindredactie. Als het publiek nieuws en artikelen kan leveren aan de geschreven pers, radio- en televisieprogramma's, nemen geloofwaardigheid en betrouwbaarheid toe, en daarmee ook het bereik en het correspondentennetwerk.

Internet biedt webloggers – zeker in crisissituaties zoals in Zimbabwe – vaak de enige mogelijkheid om informatie door te geven.

Het Amerikaanse Freedom House rapporteert over 2006 dat 62 procent van de 195 onderzochte landen over gedeeltelijk vrije of onvrije media beschikt. Het instituut ontwaart zorgelijke ontwikkelingen op dit terrein in Azië, de voormalige Sovjet-republieken en Latijns-Amerika. Ook internet is niet vrij van overheidsbemoeienis. Repressieve overheden grijpen in door websites af te sluiten, webloggers op te pakken of door de internetsnelheid opzettelijk laag te houden, zoals in Iran. De geavanceerde controle op internet van de Iraanse en Chinese autoriteiten is uiterst kostbaar en 100 procent waterdichte filtering is vrijwel onmogelijk.

We zijn bezig met een omslag, zoveel werd duidelijk tijdens het congres Media Development dat RNTC, het opleidingsinstituut van Radio Nederland Wereldomroep, begin juni organiseerde ter gelegenheid van zijn veertigste verjaardag. Daar bleken ook traditionele mediaorganisaties, zoals FreeVoice en PressNow, de nieuwe media inmiddels serieuzer te nemen. Vanwege deze cruciale rol van jonge burgerjournalisten verdient de ontwikkeling van digitale media echter veel meer aandacht en steun. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van uitwisselingstrajecten en journalistieke trainingen. Vooral in die landen waar digitale media geen alternatief zijn maar simpelweg de enige optie om meer stemmen te horen dan die van de president, zijn familie en zijn vrienden.  

Monique Doppert, program officer ict/media bij Hivos

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief