EVA_CIMG1476

Demonstratie van de Colombiaanse vakbond
Central Unitaria de Trabajadores,
partnerorganisatie van FNV Mondiaal
Foto: FNV Mondiaal

Het Vakbondsmedefinancieringsprogramma (VMP) houdt kortweg in dat FNV Mondiaal en CNV Internationaal met geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken steun geven aan vakbonden in ontwikkelingslanden. IOB, de inspectiedienst van Buitenlandse Zaken, heeft gekeken in hoeverre de vakbeweging en vakbonds- en arbeidsrechten zijn versterkt in Afrika, Azië en Latijns-Amerika in de periode van 2001 tot 2006.

Het evaluatierapport schetst een kritisch beeld van de Nederlandse vakcentrales: ze houden zich netjes aan afspraken op het gebied van tijd en budget, ze investeren bij hun partners in capaciteitsversterking met workshops en trainingen, maar dit heeft nauwelijks meer vakbonds- en arbeidsrechten tot gevolg gehad, stelt het rapport. IOB verklaart dit onder andere door de lastige omstandigheden waarin de vakcentrales werken: ze kunnen hun stem bijvoorbeeld vaak niet vrijelijk laten horen, ze hebben te maken met een grote informele sector en het aantal leden van de vakbeweging slinkt.

Maar IOB legt de schuld ook bij CNV Internationaal en FNV Mondiaal. 'Vaak ontbreekt het aan een deugdelijke context- en organisatieanalyse', klinkt het oordeel. En er wordt 'vaak weinig kritisch ingegaan op de vraag of en hoe capaciteitsversterking op termijn zal leiden tot verbetering van vakbonds- en arbeidsrechten en eventueel tot armoedevermindering.' Bovendien gaan de discussies vaak over beheersmatige aspecten, luidt een andere conclusie. 'Vakbondsinhoudelijke discussies krijgen betrekkelijk weinig aandacht.'

Focussen
De vakcentrales tonen zich niet echt geschokt. 'Met deze vraagstukken zijn we zelf al jaren bezig', reageert Dian van Unen van FNV Mondiaal nuchter. 'Het moet inderdaad geen automatisme zijn om steeds weer cursussen en trainingen te geven, je moet je altijd blijven afvragen of het iets uithaalt. Maar de context waarin wij opereren is niet altijd zo eenvoudig als IOB doet voorkomen. In het rapport krijgen wij bijvoorbeeld het advies ons meer op de informele sector te focussen. Maar daar gaat het niet alleen om. Tegenwoordig zijn vraagstukken zoals globalisering en migratie relevant, maar die komen helemaal niet terug in het rapport.'

'De informele sector zou meer aandacht kunnen krijgen', geeft Jan Gerrit van Norel van CNV Internationaal toe. 'Inmiddels laten we daar met onze vakbondspartners een studie naar uitvoeren.'

Een ander kritiekpunt is dat de vakbonden zonder duidelijke motivatie landen en partners hebben uitgekozen. Ze steunen te veel landen en er ontbreekt vaak een deugdelijke context- en organisatieanalyse, vindt IOB. Een waardevol punt, oordeelt Van Norel: 'Wij houden de landen waarmee we samenwerken nu inderdaad tegen het licht. En we zijn bezig contextanalyses uit te voeren om te kijken welke ontwikkelingen er plaatsvinden in de landen waar wij contacten hebben.'

IOB constateert verder dat de planning-, monitoring- en evaluatiemethoden (PME) van beide vakbonden weliswaar hebben geleid tot een betere planning bij henzelf én bij hun partners. De evaluaties draaien echter te veel om de vraag of het geld goed is besteed en niet of men er nog iets van kan leren. Bovendien wordt het ministerie niet 'op adequate wijze geïnformeerd over de bereikte resultaten'. Dat is volgens IOB deels te wijten aan de vakbonden zelf. Maar het ligt ook aan het programma. IOB concludeert dat het beleidskader van het VMP 'onvoldoende helderheid over prioriteiten en beoogde resultaten' biedt. Daar zal het ministerie het komende jaar – een nieuw beleidskader 2009-2012 is in de maak – mee aan de slag gaan.

Impact
Er is nog wel wat missiewerk te verrichten. Van Norel: 'Wij houden ons bezig met arbeids- en vakbondsrechten, onze partners zijn organisaties met leden. Dat maakt ons tot een heel ander soort organisatie dan een ontwikkelingsorganisatie. 'Gelukkig is daar bij het ministerie inmiddels oog voor', merkt Van Unen.

Maar tot de IOB lijkt dat nog niet doorgedrongen. 'Terwijl onze inzet juist een enorme impact kan hebben', zegt Van Norel. 'We kunnen aanhaken bij de bestaande structuren van vakbonden ter plekke.' Wat CNV en FNV doen, gaat daardoor veel verder dan contacten met de vakbonden en het geven van trainingen en cursussen. 'Vakbonden fungeren ook als sociale partner', zegt Van Unen. 'Dat schept mogelijkheden om bijvoorbeeld overheidsbeleid te beïnvloeden .'

Blijkbaar vindt ook minister Koenders dat de vakbonden er een beetje bekaaid vanaf komen. In zijn Kamerbrief schrijft hij: 'Zo maken lobby- en voorlichtingswerk en activiteiten op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen geen deel uit van deze evaluatie. Verder blijven de multilaterale projecten buiten beschouwing.' Ook mist hij voldoende aandacht voor 'de lastige omstandigheden van de vakbeweging in ontwikkelingslanden' en de impact van de globalisering. 'Wil men zich een goed en compleet beeld vormen, dan hadden juist deze aspecten nadrukkelijker belicht moeten worden.'

Het rapport is te downloaden op
www.minbuza.nl/iob

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief

Advertentie

OneWorld-online_banner-600×500 + waaier