In juli bezocht ik twee landbouworganisaties in Centraal-Afrika door bemiddeling van Agriterra. Agriterra is een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie op het gebied van land- en tuinbouw, opgericht door  LTO Nederland (en een aantal andere plattelandsorganisaties). Zij brachten mij in contact met mensen van partnerorganisaties of landbouworganisaties die ze helpen te ontwikkelen. Hieronder een korte impressie van het bezoek en hoe we voedselzekerheid in ontwikkelingslanden kunnen verbeteren.

Het eerste bezoek bracht ik aan de coöperatie CAPAD in de buurt van de hoofdstand van Burundi, Bujumbura. CAPAD is de landbouworganisatie van Burundi die 72 landbouwcoöperaties vertegenwoordigt en ondersteunt. Samen vertegenwoordigen zij meer dan 20.000 boeren in Burundi. CAPAD werkt samen met haar leden aan het verbeteren van de oogst en organisatiegraad door het geven van trainingen. Niets is vanzelfsprekend voor boeren in Burundi. Ze zijn arm, hebben moeite met het goed bewerken van hun grond en hebben nauwelijks toegang tot de markt met hun producten.

Trainen

Daarom heeft CAPAD zo’n waardevolle rol. Zij leggen zich toe op educatie en training van boeren om bijvoorbeeld erosie tegen te gaan of te zorgen dat ze hun land productiever maken. Dit heeft met hele basale dingen te maken als goede zaadselectie, diversificatie, terrassen maken (verbouwen op hellingen werkt niet) en irrigatie. Het land is over het algemeen zeer vruchtbaar, maar het blijft moeilijk om voldoende te produceren en dit voor een goede prijs te verkopen. Van verwerking is amper sprake en de handel lijkt sterker.

De coöperatie werkt met een solidariteitsfonds die bestaat uit een rode en groene spaarpot. Deze zijn bedoeld om mensen te helpen die ziek zijn (rood), een soort van ziekteverzekering, en één potje om gezamenlijke materialen (zaden bijv.) in te kopen. Het was zeer indrukwekkend te ervaren hoe gastvrij de mensen waren ondanks alle sores.

Afrikaanse Willy Wortel

In Rwanda bezocht ik het trainingscentrum van de Noord-Rwandese landbouworganisatie Imbaraga. Onder begeleiding van coördinator Joseph Gafaranga werd een rondleiding gegeven en gesproken met leraren, projectbegeleiders en boeren in training. Er wordt gewerkt met de boeren aan betere productietechnieken, bewaring en slimme oplossingen om een hogere arbeidsproductiviteit te bereiken. Het enthousiasme spatte ervan af. Joseph is de Afrikaanse Willy Wortel die met behulp van expertise vanuit onder andere de aardappelsector uit Nederland de mooiste praktische innovaties bedenkt: bewaarkistjes, mandjes voor in de supermarkt en ‘nieuwe’ producten als chips.

Ook tijdens een kort veldbezoek werd duidelijk hoe veel meer mogelijkheden de plaatselijke boeren hebben gekregen door de begeleiding van de lokale landbouworganisatie, geadviseerd door Agriterra en met behulp van kennisdeling met Nederlandse boeren en verwerkers. Die komen regelmatig door hulp van Agriterra over de vloer.

Resultaten

De boeren kregen nu uit dezelfde hectare land twintig ton aardappelen opbrengst in plaats van zeven ton (2002). Beter pootgoed, betere indeling van de landbouwgronden, betere sortering en bewaring dragen daarnaast weer bij aan een hogere prijs en minder oogstverlies. Je zag het resultaat daarvan ook terug in de bouw van nieuwe huisjes met stromend water en aanleg van elektriciteit in deze regio. Ook de stabiele rol van de overheid speelt onderliggend een belangrijke rol. Er is ruimte voor bedrijfsontwikkeling.

Potentie en kansen

In landen als Rwanda en Burundi zit zoveel potentie voor de land- en tuinbouw. Met zeer vruchtbare grond, gecombineerd met opkomende economieën in Centraal- en Oost-Afrika zijn de perspectieven goed. Maar de noodzaak voor pure landbouwkundige kennis, betere verwerking van producten en het ontsluiten van nieuwe markten blijven nodig om de land- en tuinbouw in de regio te ontwikkelen tot een bloeiende sector. Het is dan ook een goede zaak dat Agriterra in samenwerking met onze boeren, verwerkers en overheden daar dagelijks aan werkt in landen als Rwanda en Burundi in samenwerking met lokale gemeenschappen. En ik ben enorm trots dat onze Nederlandse boeren en verwerkende bedrijven hier volop aan meewerken. Zo moet het en werkt solidariteit in de praktijk!

Voor de toekomst zou je moeten nadenken over een betere samenwerking tussen overheden en de landbouworganisaties. Van oudsher is er weinig contact tussen deze twee. En dit brengt risico’s met zich mee voor wat betreft de voedselvoorziening op lange termijn. Overheden in ontwikkelingslanden zijn vaak geneigd om hun consumenten te beschermen in plaats van hun producenten. Een landbouw- en handelsbeleid zoals we dat kennen in de Westerse wereld is vaak niet aanwezig in Afrikaanse landen, ook vanwege het gebrek aan financiële middelen. Nu veel economieën in Afrika toch structureel groeien zou voor dergelijk beleid meer aandacht moeten komen.

Kortom, ik hoop voor deze boeren en landen dat we via Agriterra in de toekomst nog meer Afrikaanse Willy Wortels gaan opleiden en helpen door uitwisseling van ideeën met Nederlandse boeren en verwerkers. Daarnaast kan Agriterra ook overheden en landbouworganisaties helpen om een handels- en regelgevend kader te creëren dat ze de stabiliteit oplevert om hun productiecapaciteit te verbeteren. Alleen een praktische benadering als deze zal uiteindelijk leiden tot het dichterbij komen van voedselzekerheid in de hele wereld.

Luc Groot, Hoofd Bureau Brussel van LTO Nederland

Bewuster geworden door dit artikel?

Onze journalistiek is toegankelijk voor iedereen en dat willen we zo houden. Met een kleine bijdrage help jij ons anderen ook bewust te maken. Alvast bedankt!

Ja, ik doe graag een eenmalige donatie!
Hoeveel wil je doneren?
670

Over de auteur

Bezoek auteurspagina

Ik wil dat OneWorld blijft bestaan

AbonneerDoneer

Lees je bewust via onze wekelijkse nieuwsbrief