Journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld

Voordat je verder leest:

Onafhankelijke journalistiek voor een eerlijke en duurzame wereld kost tijd en geld. Als Vriend van OneWorld steun je voor € 4 per maand onze missie, lees je dagelijks bijzondere verhalen, ontvang je ons magazine en meer!

Ja, ik word Vriend Ik lees eerst verder

De wetenschappers van de Universiteit van Washington onder leiding van prof. Simon Hay verzamelden gegevens over achterblijvende groei (stunting), acute ondervoeding (wasting) en ondergewicht op dorpsniveau, met een schaal van 5 bij 5 kilometer. Ze publiceerden die fijnmazige gegevens over de periode van 2000 tot 2015 vorige week woensdag in het gezaghebbende tijdschrift Nature. Daaruit blijkt dat er weliswaar voortgang wordt geboekt in de strijd tegen ondervoeding, maar dat er grote verschillen in en tussen landen blijven bestaan. Sustainable Development Goal 2.2. – een einde aan alle vormen van ondervoeding in 2030 – blijft daardoor buiten bereik voor veel van het continent als de huidige trend doorzet. In 2015 kampten nog 36,6 procent van de kinderen jonger dan vijf jaar in Sub Sahara Afrika met achterblijvende groei, 8,6 procent met acute ondervoeding, en 19,5 procent met ondergewicht. Groeiproblemen waren de op een na belangrijkste risicofactor voor kindersterfte. 23 procent van alle sterfgevallen was er aan te wijten. “Met name in en rond de Sahel blijven in 2030 hoge ondervoedingscijfers voorkomen als de huidige trend doorzet”, zeggen de onderzoekers.

OneWorld besprak de uitkomsten met twee Nederlandse voedingsdeskundigen, Saskia Osendarp van de Netherlands Working Group on International Nutrition en Wageningen Universiteit, en Herbert Smorenburg van de Global Alliance for Improved Nutrition GAIN. Voor allebei is het glas eerder halfvol dan halfleeg: ze wijzen op de flinke progressie die er met name rond het grootste probleem, achterblijvende groei van jonge kinderen, is geboekt. Het Millenniumdoel van halvering van ondervoeding bij kinderen tussen 1990 en 2015 is op veel plaatsen gehaald. “Het is prachtig dat de data laten zien dat bijna alle landen voortgang hebben geboekt op zo’n complex probleem als ondervoeding”, zegt Smorenburg. “Maar die data hebben alleen nut als media, nationale en lokale overheden, donoren en ontwikkelingsorganisaties er iets mee doen. Dat ze hun inspanningen dus richten op gebieden waar het niet goed gaat.”

Plumpy nut

Voor Smorenburg zijn er twee hoofdoorzaken voor achterblijvende progressie: conflicten en klimaatverandering, waardoor een goed voedselbeleid afwezig is of faalt. “Noord-Ethiopië bijvoorbeeld heeft in deze periode met twee droogtes te maken gehad.” En Osendarp: “Vorig jaar is voor het eerst de honger in Afrika weer toegenomen. De gebieden waarvoor een hulpactie werd gehouden: Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Jemen en Somalië zijn bijna allemaal conflictregio’s.”
Daarnaast, zegt ze, is ondervoeding een ‘gewoon’ armoedeprobleem. “Stunting – achterblijvende groei – ontstaat door een tekort aan nutriëntrijk voedsel voor kinderen. Ze moeten beginnen met borstvoeding, maar na 6 maanden moeten kinderen naast de borstvoeding, gewoon voedsel krijgen met voldoende groenten en producten van dierlijke oorsprong, aangevuld met verrijkte producten om aan hun voedingsbehoeften te voldoen. In conflict- en droogtegebieden waar acute honger dreigt, springen UNICEF en het Wereldvoedselprogramma in met klassiekers als plumpy nut en corn soy blend. In andere gebieden moet de nationale overheid een gezond dieet promoten. “Als er niet genoeg dierlijke producten toegankelijk zijn voor de bevolking, dan moeten ze met ijzer en zink verrijkte rijst en graan aanbieden.”

De gebieden waarvoor een hulpactie werd gehouden: Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Jemen en Somalië zijn bijna allemaal conflictregio’s

Het Nature-onderzoek leert dat de verschillen tussen regio’s binnen een land al aanzienlijk kunnen zijn. Osendarp: “Daar kunnen ook culturele oorzaken voor zijn. In het noorden van Ethiopie, in Tigray, is het bijvoorbeeld niet gebruikelijk om jonge kinderen eieren te laten eten. Tot twee jaar luistert het heel nauw wat kinderen krijgen. Eieren zijn een bron van hoogwaardige eiwitten, vitaminen en mineralen.”

De in het Nature-artikel behandelde vormen van ondervoeding, met name ondergewicht, zijn vooral plattelandsproblemen. In de steden neemt juist overgewicht bij kinderen toe, ook als vorm van ondervoeding. Osendarp: “Overgewicht ontstaat door een toename van energierijk voedsel, in combinatie met weinig beweging. Daarnaast kan er ook verborgen honger zijn, omdat een kind met overgewicht net als bij ondergewicht een tekort aan micronutriënten kan hebben.” Smorenburg: “Overgewicht hoorde nog niet tot de indicatoren voor ondervoeding die de onderzoeksgroep heeft bekeken. Dat vervolgonderzoek kondigen ze al aan en is zeer belangrijk, omdat het in de stedelijke gebieden om de grootste aantallen kinderen gaat.”

Schermafdruk-2018-03-05-17.21.08
‘Hittekaart’ van achterblijvende groei in Sub Sahara Afrika in 2015.

Politieke wil

Wat moet er ondertussen gebeuren om de groeiproblemen bij kinderen aan te pakken? Saskia Osendarp verwacht veel van de SUN Movement (Scaling Up Nutrition), een initiatief van Kofi Annan, en nu geleid door vroegere Nederlandse minister Gerda Verburg die rechtstreeks aan VN-chef Guterres rapporteert. Nationale overheden nemen daarin het voortouw om ondervoeding aan te pakken met steun van de VN, ontwikkelingsorganisaties, bedrijfsleven en hulpgevende landen. “Van de nationale overheden wordt verwacht dat ze zich inspannen voor alle Sustainable Development Goals. Het goede van SUN is dat ondervoeding als een probleem met veel oorzaken wordt gezien. Het is niet alleen een kwestie voor de gezondheidssector in een Afrikaans land, maar het gaat ook de landbouw aan, het onderwijs, het bedrijfsleven, en de water-en sanitatiesector. Maar uiteindelijk staat of valt alles met politieke wil. Ik zie wel positieve ontwikkelingen. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank verstrekt nu bijvoorbeeld leningen aan overheden onder de voorwaarde dat ze honger en ondervoeding aanpakken. Het bestrijden van ondervoeding is rechtstreeks gekoppeld aan economische groei voor landen. Economen hebben berekend dat elke dollar die geïnvesteerd wordt in het voorkomen van ondervoeding, uiteindelijk 16 dollar oplevert. Kinderen leren beter op school als ze niet meer ondervoed zijn en uiteindelijk gaan ze als volwassene meer verdienen.”

Extra impuls

De onderzoekers geven het zelf al aan: “Dat acute ondervoeding nog steeds een groot probleem in droge Sahelregio’s, de Hoorn van Afrika, en sommige gedeeltes van Zuidelijk Afrika is een buitengewoon belangrijk gegeven gezien de gevolgen van honger voor menselijke gezondheid, economische groei, geopolitieke onrust en massale migratie.” Veel van het huidige ontwikkelingsbeleid van westerse landen is gericht op het tegengaan van migratie uit Afrika. Goede voeding is essentieel is voor duurzame ontwikkeling op lange termijn, en dus zal de aanpak van ondervoeding bij kinderen extra aandacht moeten krijgen, vindt Herbert Smorenburg. “De regering heeft net een internetconsultatie geopend voor het vernieuwde beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Minister Kaag vraagt om ‘quick fixes’ om migratiestromen te voorkomen. Aangezien die quick fixes er niet zijn, moet Nederland de brede ontwikkelingsagenda van de SDG’s steunen, inclusief SDG 2 – voeding.”

Voor het maken van verhalen hebben we jouw steun nodig.

Ja, ik word vriend (€4 per maand)
bewlg3-0515

Hans Ariëns

Redacteur

Hans Ariëns (1960) was de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld sinds 2015. Daarvoor oefende hij met frisse tegenzin het hoofdredacteurschap …
Profielpagina

Advertentie

banneralleppo