Creatieve explosie in Libië

03-04-2012
Door: Gerbert van der Aa

Zijn zoons waren dol op Beyoncé en Usher, maar Khaddafi verbood westerse muziek. Sinds zijn val spelen bands in Libië nummers over de strijd tegen de kolonel. ‘Hiphop is ideaal om een dictator te kraken.”

Met de volumeknop wijd open speelt Ausman ben Khalifa (26) een nummer van de Amerikaanse heavy-metalband Megadeth. De elektrische gitaar produceert een zwaar overstuurd geluid. “Megadeth is al jaren een van mijn favorieten”, vertelt Ben Khalifa. “Ook naar Black Sabbath luister ik graag.” De zanger van die band, Ozzy Osbourne, inspireerde hem bij het zoeken naar een artiestenaam. Ozzy Osman, noemt Ben Khalifa zichzelf. Op zijn zwarte T-shirt staat de tekst ‘Torment in Hell’.

Op zijn slaapkamer, in de Libische hoofdstad Tripoli, repeteert Ben Khalifa samen met de zanger van de band. Over een paar weken treedt Thuwar al Huriya (Revolutionairen voor Vrijheid) op in de stad Benghazi. Een paar weken terug speelden ze op het Martelarenplein in Tripoli. “Onder Khaddafi mochten we niet optreden. Westerse muziek was verboden. Alleen thuis of op internet kon je ernaar luisteren.” Eén keer maakte de dictator een uitzondering voor de band van Ben Khalifa. “Twee jaar geleden organiseerden we een benefietconcert voor de Palestijnen. Dat kon Khaddafi niet weigeren.”

Het afgelopen jaar was de gitarist een van de tienduizenden Libiërs die vochten tegen hun dictator. Nu de oorlog voorbij is heeft Ben Khalifa weer tijd voor muziek. “De strijd tegen Khaddafi is een goede inspiratiebron voor nieuwe nummers. Eindelijk hebben we de vrijheid om te zeggen wat we denken.”

Islamitische gezangen
De val van Khaddafi is ook goed nieuws voor de moderne muziek in Libië. Overal in het land worden nieuwe groepen opgericht. De islamitische gezangen die onder Khaddafi lange tijde het enig toegestane genre waren, krijgen concurrentie van andere muziekvormen: naast heavy metal zijn onder meer rap en R&B populair. Tientallen nieuwe radiostations zenden de muziek uit en op steeds meer plaatsen kunnen bands optreden.

Khaddafi’s afkeer van westerse muziek wortelde in een bredere afwijzing van alles uit het ‘imperialistische’ Westen. Vooral in de beginjaren van zijn bijna 42-jarige bewind trad hij hard op. Gitaren, piano’s en drumstellen werden geconfisqueerd en publiekelijk verbrand. In de laatste vijftien jaar van zijn bewind mochten Libiërs weer moderne instrumenten bezitten, maar op radio en tv bleef westerse muziek verboden.

Ahmed Fakroun (59) is de grondlegger van de Libische popmuziek. Op een terras in de oude medina van Tripoli zit hij in een dikke winterjas in de zon. Zijn nummers Awedni en Nisyan zijn klassiekers in de Libische popgeschiedenis, ze doen denken aan de disco van Saturday Night Fever.

Fakroun, een magere man met halflang haar, vertelt dat zijn muziek in eerste instantie enthousiast werd ontvangen in Libië. Lang duurde het succes niet. “In 1977 zou de Libische televisie een videoclip uitzenden van een van mijn nummers. Tijdens de uitzending ging het scherm op zwart. Bevel van hogerhand, bleek later. Daarna was mijn carrière in Libië voorbij.” In het buitenland had Fakroun meer succes; zijn nummers stonden onder meer in de Franse en Italiaanse hitparades.

In 1992 keerde Fakroun terug naar Libië. De mildere muziekpolitiek van Khaddafi en nieuwe technologische ontwikkelingen boden nieuwe kansen. “We kregen toegang tot internet. Daardoor kon ik onafhankelijk van regering of platenmaatschappij mijn muziek wereldkundig maken en verkopen.”

Rihanna op de radio
Op straat zijn religieuze gezangen te horen, vaak afkomstig uit de luidsprekers van moskeeën, maar in de auto of thuis luisteren Libiërs graag naar westerse muziek. Taxi-chauffeurs hebben de Scorpions of Bryan Adams aanstaan. Op de radio zijn nummers van Katy Perry en Rihanna te horen.

Typerend voor de smaak van de Libiërs waren de muzikale voorkeuren van de kinderen van Khaddafi. Terwijl vader westerse popmuziek verachtte, huurden zijn zoons Saif en Moutassim voor veel geld westerse sterren in om op te treden op hun privéfeesten in het buitenland. Beyoncé, Mariah Carey en Usher traden voor de Khaddafi’s op in de Cariben. Nelly Furtado kwam voor een miljoen dollar opdraven voor een concert in Italië.

In een zijvleugel van zijn ouderlijk huis in Tripoli, waar hij opgroeide met zestien broers en zussen, bouwt Hamed Aribi (26) een studio.

Aribi is een van de vijf rappers van de GAB Crew, een van de bekendste hiphopbands in Libië. “Onze inspiratiebronnen zijn Tupac en Bob Marley”, zegt Aribi, een gezette jongen met een puntbaard. De GAB Crew bestaat in wisselende samenstellingen sinds 2006. Aribi schrijft de muziek, waarna iedere rapper zijn eigen tekst maakt.

Een van de populairste nummers van de GAB Crew is Libya Bleeds Just Like Us, geschreven tijdens de opstand. In het nummer, dat via mobiele telefoons werd verspreid, leveren de rappers onverholen kritiek op Khaddafi. “Natuurlijk waren we bang dat zijn mensen ons zouden oppakken’, zegt Aribi. “Maar ik was bereid dat risico te nemen”

Aan de muur in de woonkamer hangt een grote foto van Hassan Aribi, de drie jaar geleden overleden vader van Hamed. “Hij was een van de beroemdste muzikanten van Libië. Ook elders in de Arabische wereld had hij succes, zoals in Qatar en Tunesië.” De religieuze Maalouf-muziek van zijn vader, met traditionele instrumenten zoals de luit, was wel toegestaan onder Khaddafi. “Ik luister zelf ook graag naar Maalouf”, zegt Hamed. “Maar hiphop blijft meer geschikt om een dictator te kritiseren.”   

Foto's: Gerbert van der Aa

Gerbert van der Aa

Gerbert van der Aa is historicus en journalist die gespecialiseerd is in Noor...

Lees meer van deze auteur >

Reacties