Ontwikkelingssamenwerking bestaat niet

11-04-2012
Door: Dorine van Norren
Dorine van Norren

In de discussie over mogelijke bezuinigingen wordt de hulp over een kam geschoren en verkeerd begrepen, vindt voormalig diplomate Dorine van Norren. Hedendaagse ontwikkelingssamenwerking is een vorm van buitenlands beleid, die wereldproblemen aan wil pakken – in ons eigen belang.

“Ontwikkelingssamenwerking is als voetbal”, zei een collega tegen mij, “iedereen heeft er een mening over en iedereen weet precies hoe het zit”. Welnu, voetballiefhebbers, dé ontwikkelingssamenwerking bestaat niet.
Nederland voert een buitenlands beleid en zet daarbij verschillende instrumenten in. Per kabinet kan de nadruk verschillen, maar grosso modo komen ze op hetzelfde neer. Zo is er de economische diplomatie in markten die voor het bedrijfsleven moeilijk toegankelijk zijn. Of de bevordering van mensenrechten in landen ver weg en dichtbij, en in internationale fora die standaarden bepalen, zoals de VN en EU. Core business van de diplomatie is het maken van politieke analyses: inschattingen van machtsverhoudingen die voor Nederland relevant zijn. En dat gaat om verschillende vraagstukken, zoals vrede en veiligheid in onstabiele landen. Onveiligheid kan immers een negatief effect hebben op Nederland of de Nederlandse handel (zie Somalië en piraterij). Dat geldt ook voor klimaatverandering, de achteruitgang van het natuurlijke milieu en de schaarste aan water en aan grondstoffen. Fosfaat is bijvoorbeeld heel belangrijk voor onze landbouw. Voedselzekerheid is een ander thema: veel mensen kunnen door prijsspeculaties op de internationale markten geen eten meer betalen. Dat geeft onrust en opstand.

Nu bedrijven steeds meer wereldwijd opereren en hun productieketens over verschillende landen verspreid hebben, gaan ook de omstandigheden ín die landen ons aan. Denk aan kinderarbeid, veilige werkomstandigheden en een redelijke betaling. Nederland maakt zich ook sterk voor gelijke rechten voor vrouwen, en voor het recht van toegang tot voorbehoedsmiddelen. Mensen kunnen zo zelf bepalen hoeveel kinderen ze krijgen en zich beschermen tegen ziektes als aids. Het managen van het aantal mensen op de wereld – stand nu: 7 miljard! - is echt geen triviale zaak. Revoluties zoals in de Arabische wereld slagen pas als jonge mensen zicht hebben op werkgelegenheid, voldoende voeding en scholing. Afrika heeft straks de jongste bevolking en zonder vooruitzichten zullen zij op drift raken . Afrika is ook het continent dat de wereld voorziet van belangrijke grondstoffen, olie en sinds kort landbouwgrond. Als hun lot ons uit medemenselijkheid niet aangaat, dan toch zeker wel uit eigen belang.

De verspreiding van besmettelijke ziektes in de wereld kan ook voor Nederlanders een risico vormen. En niet alleen als ze op vakantie gaan. Ook daar houdt het buitenlands beleid zich mee bezig. Vrije handel, via de Wereldhandelsorganisatie, garandeert de Nederlanders voldoende exportmogelijkheden. Het beheersbaar houden van schuldenlasten van ontwikkelde en onderontwikkelde landen is voor de internationale financiële stabiliteit van groot belang. En dan is er ook nog de overdracht van kennis en technologie en het stimuleren van markten met nieuwe consumenten en exportmogelijkheden.

Zie daar, beste voetbalkijkers, het speelveld waarop het ministerie van Buitenlandse Zaken zich voor Nederland beweegt. Bevordering van de Nederlandse cultuur over de grens hebben we dan nog niet genoemd. Al sinds 1995 (herijking van het buitenlands beleid) is dit beleid een geïntegreerd beleid voor ontwikkelde en ontwikkelingslanden. De wereldproblemen zijn immers met elkaar verweven en niet langer te scheiden in ‘hier’ en ‘daar’. Wij hebben andere landen nodig om onze problemen op te lossen. De klimaatverandering is daarvan een van de duidelijkste voorbeelden. Maar ook armoede in ontwikkelings- en middeninkomenslanden raakt ons, via migratie, instabiliteit, werkgelegenheid in productieketens, potentiële afzetmarkten, bevolkingsgroei etcetera.

Voor al deze zaken is er een budget. Maar de totale omvang daarvan is vele malen kleiner dan bijvoorbeeld de Nederlandse onderwijsbegroting die bedoeld is voor maar 16 miljoen mensen. De mondiale agenda gaat om 7 miljard mensen die tegenwoordig allemaal met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk, of ze dat nu leuk vinden of niet. De aanwezigheid van Nederland in het buitenland bepaalt in hoge mate hoeveel invloed ons land heeft op deze ontwikkelingen. Willen wij de wereld aan ons voorbij laten gaan? Willen we wachten tot de tsunami aan bevolkingsgroei toeslaat en de golven van onzekerheid over grondstoffen, water, milieuvoorzieningen en financiële crises ook ons bereiken? Of willen wij proactief meewerken aan een oplossing? Ik ken de Nederlanders als mensen die de handen uit de mouwen willen steken, niet als mensen die bang achter de dijken afwachten tot de rampspoed ook hen treft.

Wat betreft de ontwikkelingssamenwerking: dat is slechts een technische term die gebruikt wordt om een etiket te plakken op uitgaven op de staatsbegroting die aangemerkt kunnen worden als Official Development Aid (ODA). Zo kan vastgesteld worden of Nederland de afgesproken 0,7 procent van het BNP bijdraagt aan de oplossing van wereldproblemen. Problemen waarvoor overigens een veelvoud van dat geld nodig is om zelfs maar in de buurt van een oplossing te komen.

Staat Nederland straks buiten spel of niet? Of gaan we voortaan op de reservebank zitten? De voetballiefhebbers mogen het zeggen. “Afrika zit in de lift en daar heeft ontwikkelingssamenwerking niets aan bijgedragen”, zei Frits Bolkestein onlangs. Dat is hetzelfde als “Afrika heeft gescoord in de voetbalcompetitie, maar onze aanwezigheid op het veld heeft daar niets mee te maken”. Zou er een sportcommentator zijn die ooit zoiets zou zeggen? De Nederlandse invloed op het veld is recht evenredig aan haar aanwezigheid. Wie er dan zorgt voor het onderhouden van het stadion is om het even. Dat doen de rijke clubs maar al te graag. Als er maar gespeeld kan worden.
 

Dorine van Norren
Ex-diplomate

 

Reacties