Zorgen deze afspraken voor een eerlijke kledingindustrie?

18-07-2016
Door: Veerle Boekestijn
Bron: OneWorld
kin
Foto: Wikimedia
Begin deze maand beloofden ruim vijftig kledingbedrijven, brancheorganisaties, vakbonden en de rijksoverheid om te werken aan een eerlijkere kledingindustrie. Wat staat er precies in dit ‘convenant’ en is dit de beste manier is om een eerlijke kledingproductie te realiseren?
Achtergrond – 

De productie van onze kleding vindt grotendeels plaats in ontwikkelingslanden, zoals Bangladesh en Pakistan. Die productie heeft daar grote gevolgen van mens en milieu: slechte werkomstandigheden, lage lonen, kinderarbeid, gebruik van giftige stoffen, overmatig watergebruik en noem maar op.

In het convenant Duurzame Kleding en Textiel spraken ruim vijftig bedrijven, brancheorganisaties, maatschappelijke organisaties, vakbonden en de rijksoverheid daarom af om samen te werken aan het verduurzamen van productieprocessen van kleding en textiel. Met het convenant slaan ze een nieuwe weg in, die door de Sociaal-Economische Raad in 2014 als advies aan ministers Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) en Kamp (Economische Zaken) is uitgesproken.

Gepaste verantwoordelijkheid

Maar wat staat nou precies in het convenant? Onder het kopje ‘due diligence’ (vrij vertaald: gepaste verantwoordelijkheid) worden uitgebreide instructies vermeld die de kledingbedrijven helpen om het komende jaar de omstandigheden in hun eigen productieketen in beeld te brengen. De ondertekenaars zien die transparantie als een belangrijke eerste stap in de verduurzaming. De kledingproductieketen is namelijk zo groot en complex, dat veel bedrijven geen zicht hebben op de plekken waar hun kleding gemaakt wordt. Vervolgens kunnen bedrijven een plan van aanpak opstellen om eventuele negatieve omstandigheden aan te pakken.

kledingfabriek vietnam duurzaamTextielarbeiders in kledingfabriek Vietnam. Bron: ILO Asia and the Pacific

Structurele verandering is lastig

De overgang naar een eerlijke kledingproductie is in het convenant beschreven als een leerproces. Bedrijven zullen ‘naar redelijkheid en billijkheid’ beoordeeld worden op nakoming van de ondertekende beloftes. Het is goed dat de complexiteit van de kledingindustrie erkend wordt, maar helaas ligt juist hierin ook de zwakte van een oplossing via de markt. Een kledingbedrijf kan namelijk alleen bestaan zolang het winst kan maken. Bedrijven zullen dus alleen acties ondernemen die winstgevend zijn, of in ieder geval niet ten koste gaan van hun winst.

Bij het vorige plan, uit 2013, waren niet alle bedrijven even actief in de uitvoering

De overgang naar een eerlijkere productie zal op korte termijn meer kosten dan opleveren voor een bedrijf. Het betaalt zich vooral op de lange termijn uit. Het plan van aanpak ‘Verduurzaming Nederlandse Textiel- en Kledingsector’ uit 2013, ondertekent door 126 bedrijven, illustreert het risico. Tamar Hoek van Solidaridad: “Dat plan werd ondertekend door veel bedrijven, maar niet alle bedrijven waren actief in de uitvoering. In het convenant moeten de bedrijven serieus aan de slag, zowel individueel als collectief.”

Een wolf in schaapskleren?

Waarom geloven de vijf partijen achter dit convenant dat dit nu wel gaat lukken? Jeroen van Dijken zegt namens brancheorganisaties VGT, MODINT en INretail dat het plan van aanpak uit 2013 de basis vormde voor het huidige convenant. Waar bij het plan van drie jaar geleden de sector zelf betrokken was, wordt het convenant breder gedragen door vijf partijen: brancheorganisaties (VGT, Modint en INretail), maatschappelijke organisaties (Solidaridad, UNICEF Nederland, Landelijke India Werkgroep, Coalitie Stop Kinderarbeid, Stichting VIER VOETERS), de vakbonden (FNV en CNV), bedrijven en de Rijksoverheid. Deze betrokkenheid van ‘alle belanghebbenden’ in de kledingsector maakt dit convenant een multi-stakeholder initiatief. De Sociaal-Economische Raad publiceerde in 2014 een advies aan het kabinet en het parlement voor het opstellen van zulke convenanten.

partijen convenant

Door de aanstelling van een stuurgroep, een secretariaat, een klachten en geschillen commissie, en een mogelijkheid tot arbitrage (een vorm van rechtspraak), denken de oprichters van het convenant een bindend karakter te garanderen. Elk jaar moeten de bedrijven de stand van zaken presenteren aan het secretariaat. Mocht het secretariaat het nakomen van de afspraken door een bedrijf niet goedkeuren, dan kan dit uiteindelijk leiden tot uitsluiting van het convenant. Het bedrijf wordt dan publiekelijk aan de schandpaal gehangen.

Leefbaar loon vanaf 2020

In totaal onderscheidt het convenant negen thema’s die het aan wil pakken (zie kader). Een belangrijk thema is een leefbaar loon vanaf 2020. Productielanden hebben vaak een minimumloon waar werknemers niet van rond kunnen komen. Bedrijven vrezen een concurrentienadeel tegenover andere bedrijven als gevolg van het betalen van een leefbaar loon, met faillissement als gevolg. Tara Scally van Schone Kleren Campagne legt uit dat het niet zo zwart-wit is. Volgens haar ligt het aan de keuzes die een bedrijf maakt over hoe het geld over de kledingketen wordt verdeeld. Jeroen van Dijken: “Onze stellige overtuiging is dat wij als Nederlands bedrijfsleven, ondanks dat we slechts 1 procent van de totale kledingproductie uitmaken, het begin van de verandering kunnen betekenen en een voorbeeld kunnen zijn voor andere landen.”

De negen thema’s in het convenant:
  1.  Discriminatie en gender
  2.  Kinderarbeid
  3.  Gedwongen arbeid
  4. Vrijheid van vakvereniging
  5. Leefbaar loon vanaf 2020
  6.  Veiligheid en gezondheid werkplek
  7. Grondstoffen
  8. Watervervuiling en gebruik chemicaliën, water en energie
  9. Dierenwelzijn.

    Bron: Convenant 2016

Wat dat betreft is de focus die het convenant legt op samenwerking een stap in de goede richting. Pierre Hupperts, voorzitter van het convenant: “Hoe groot je ook bent als bedrijf, in je eentje leefbaar loon invoeren is heel moeilijk door keiharde concurrentie. De overtuiging dat je het dus sámen moet gaan doen, die kwam ten tijde van de ondertekening van het convenant heel duidelijk naar voren.” Die samenwerking vindt tot nu toe vooral onder Nederlandse partijen plaats. In de totstandkoming van dit convenant zijn partijen uit productielanden enkel indirect geconsulteerd. Bij de uitvoering van het convenant willen de ondertekenden wel direct gaan samenwerken met partijen in productielanden.

kinderarbeid textiel kleding
Kinderarbeid in Bangladesh. Foto: Wikimedia

Momenteel heeft een derde van de Nederlandse kledingindustrie het convenant onderschreven. Dat is dus een derde van 1 procent van de totale kledingproductie. Het is niet geheel duidelijk of de beoogde samenwerking en de grootte van de Nederlandse Kledingindustrie voldoende zijn om een leefbaar loon te realiseren. De enige actie die een garantie zou bieden tot een leefbaar loon lijkt daarom de opstelling van een globale, bindende standaard. Op die manier zijn alle bedrijven wereldwijd wettelijk verplicht tot het betalen van een leefbaar loon. Het risico van negatieve concurrentieposities, waar veel bedrijven bang voor zijn, wordt dan uitgesloten. Helaas is een daadwerkelijke wereldwijde standaard wat betreft leefbaar loon (nog) niet ter sprake gekomen. Daarnaast moet de nuance worden gemaakt dat mondiale wetgeving natuurlijk nog geen garantie biedt voor correcte toepassing en naleving ervan door alle landen.

Arbeidsrechten: meten met twee maten

Het is opvallend dat de VN mensenrechtenraad in 2014 een resolutie aannam om te gaan onderhandelen over een internationaal verdrag op het gebied van bedrijfsleven en mensenrechten. Een verdrag is bindend. Gezien het enthousiasme waarmee het convenant vorige week maandag door minister Ploumen gepresenteerd werd, zou je zeggen dat de Nederlandse overheid een koploper is op het gebied van duurzaam ondernemen. Mariette Van Huijstee van SOMO: “Toch onderhandelt Europa tot nu toe niet mee aan dit verdrag. Dat vinden wij nogal incoherent beleid. Waarom pleit Nederland niet mee voor zo’n verdrag voor gelijke arbeidsrechten, als het zich zo als voortrekker van duurzaamheid presenteert?”

De Sociaal-Economische Raad heeft de ambitie om dit jaar een tiental convenanten te sluiten. Het huidige convenant dient daarvoor als voorbeeld. Zoals we gezien hebben is het lastig om voldoende draagkracht te krijgen voor structurele verandering op nationaal niveau. De plannen tot internationale samenwerking in het convenant zijn daarom een goed begin. Desondanks is het relevant om een discussie te openen over de mogelijkheid om eerlijkere productie van spullen te realiseren in een aanpak waar bedrijven centraal staan.

Reacties