‘Wouter bedankt! Partij van de Arbeid gefeliciteerd!’

05-04-2004
Door: OneWorld Redactie

 

Europa, best belangrijk.

Dat zeggen Nederlandse reclamemakers over Europa maar vandaag hoor ik het boeren in Afrika zeggen: Europa, best belangrijk. Een perfecte slogan voor de  EVS Afrikaconferentie van dit jaar. Want de Afrikaanse boeren hebben gelijk: Europees beleid kán hen maken en breken.

Een Europese koe krijgt per jaar meer subsidie dan het jaarinkomen van een gemiddelde Afrikaan. En wie de handelsbesprekingen in de WTO volgt weet dat daar maar met een slakkengang verandering in komt.

Nu kunnen we over deze problemen en andere op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en sociaal democratie zo blijven denken als we altijd gedacht hebben, maar dat moeten we nu maar eens niet doen.

Na de enorme verkiezingsnederlaag in 2002 schreef Margreeth de Boer het beroemde en beruchte rapport over de kaasstolp die aan diggelen moest. De partij werd daarin aangeraden zich over 21 brandende kwesties duidelijk uit te spreken en drie van die dilemma's hadden direct met ons beleid ten aanzien van Afrika en ontwikkelingssamenwerking te maken.

Die dilemma's gingen over de effectiviteit van de hulp versus de fixatie op het 1%-streven;

over de verhouding tussen migratie, solidariteit en vluchtelingenbeleid;

en over de vraag hoe je eerlijkere wereldhandelsverhoudingen tot stand brengt, en werkt aan ordening in tijden van mondialisering.

Vandaag lijkt het mij een goede gelegenheid om deze dilemma's met u door te nemen, in de context van de hoop en de vrees, de problemen en het potentieel, dat zo kenmerkend is voor Afrika.

Helpt hulp?

Allereerst dan de hulp. De ontwikkelingssamenwerking in engere zin dus.

Helpt hulp?

Laat ik beginnen te zeggen dat ik vind dat dit een vraag is waar juist wij ons mee bezig zouden moeten houden. En dat doen we niet altijd even graag omdat we bang zijn dat het de scepsis over ontwikkelingssamenwerking voedt. Toch vind ik dat uiteindelijk een laffe houding die de zaak niet dient.

Ik vind dat wij ons met falende hulp moeten bezig houden juist omdat ontwikkelingssamenwerking ons zo lief is.

Net zoals ik vind dat wij ons met Europese bureaucratie bezig moeten houden omdat Europa ons lief is, met misbruik in de sociale zekerheid omdat de sociale zekerheid ons lief is.

Want als wij het niet doen, neemt rechts het wel over. En dan lossen ze niet alleen de problemen op maar voeren ze ook onze idealen af.

Laat ik het dus maar helder zeggen: ik vind niet dat wij tevreden kunnen zijn over de effectiviteit van hulp. Eén derde is succesvol, één derde faalt, en één derde is so so. Dat is niet genoeg en dat kan beter. Laten we daar eens nader naar kijken.

Allereerst moeten we ophouden met, wat de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Parijs zo mooi noemt: altijd weer die fashion, politics en commerce.

Ontwikkelingssamenwerking werkt uitstekend en effectief als ze niet teveel doelen tegelijkertijd wil dienen. Hulp helpt als het wordt gegeven aan landen die op weg zijn náár en kiezen vóór goed bestuur. Als het niet een optelsom is van projectjes maar om een verbetering van hele sectoren gaat, zoals onderwijs en gezondheidszorg. Als landen serieus eigen verantwoordelijkheid krijgen.

Als we goed met andere landen afstemmen, zodat Afrikaanse ministers niet gek worden van ongecoördineerde en eindeloze missies van donoren. Als armoedebestrijding vooropstaat, als de hulpafhankelijkheid niet al te groot wordt, als we oog hebben voor de ontwikkeling van de locale private sector en als we hulp niet geven omdat het politiek strategisch goed uitkomt of omdat het eigenlijk verkapte exportpromotie is.

En hulp helpt óók als de spankracht van de donor niet te groot is: niet te veel landen dus; voldoende écht gekwalificeerd personeel; en veel delegatie van Den Haag naar de Afrikaanse steden.

Over die lijn bestaat zo langzamerhand wel consensus op papier, zowel in Afrika als in de donorgemeenschap. Nu gaat het om de uitvoering.

Geen gebied is zó tegen het licht gehouden als de hulpinspanningen. De modes van de dag waren vooral westers ingevuld met slingerbewegingen tussen meer economische of meer sociale projecten, tussen bottom-up en topdown, tussen korte termijn en lange termijn, tussen vrouw, milieu en de kleine boer.

Nu is het tijd dat we onverkort aan de brede internationale consensus vasthouden en die niet afbreken juist op het moment dat die overal ingang vindt.

Beperkt aantal landen 

Wat zou dit concreet voor Nederland, voor het Nederlandse beleid betekenen?

Het betekent dat we binnen de IMF en de Wereldbank onze inspanningen koppelen aan een veel kritischer blik. Niet zoals de regeringscoalitie doet bilaterale hulp verkleinen ten behoeve van multilaterale, maar de goede initiatieven steunen en de slechte afstraffen.

Het leidend criterium zou moeten zijn: wat bestrijdt de armoede het beste?

Wat mij betreft gaan we door -als het gaat om onze bilaterale hulp- met het terugbrengen van onze inspanningen tot een beperkt aantal ontwikkelingslanden die echt in de richting gaan van goed bestuur. Dan kunnen met onze euro's de meeste meisjes onderwijs krijgen, de meeste leraren betaald worden, de meeste zieken een goede dokter zien, en de meeste boeren betaalbare kredieten krijgen.

Dat betekent óók: duidelijk zijn naar landen die qua goed bestuur en mensenrechten verder achteruitkachelen; ik denk bijvoorbeeld aan Eritrea. En buiten Afrika aan een land als Pakistan, dat geld vooral spendeert om nieuwe raketten te lanceren en dat onze regering na de schuldsanering tóch op de lijst zet.

De hulp aan die landen kan elders beter besteed worden.

Ik zou er ook voor willen pleiten om ons als Nederland nog meer te richten op een beperkt aantal speerpunten waar we goed in zijn, en waarin we expertise hebben opgebouwd. We doen nog te veel met te weinig mensen. In een ingewikkelde nieuwe wereld moeten we aan taakspecialisatie doen, willen we bilaterale hulp in de toekomst überhaupt in stand kunnen houden.

Speerpunten 

Wat zijn wat mij betreft die speerpunten?

Allereerst onderwijs. Dit is één van de belangrijkste knelpunten voor de Afrikaanse ontwikkeling. Daar kunnen we ons zowel apart als samen met internationale instellingen zoals de VN en de Wereldbank op richten om de  MillenniumOntwikkelingsDoelstellingen tot stand te brengen. Als we ons op specifieke punten richten en het geld internationaal inbrengen hebben we dáár meer invloed. We doneren aan internationale instellingen die we effectief vinden en we verminderen geld aan instellingen die we niet effectief vinden in de armoedebestrijding.

Dat beleid zien we nu onder Minister van Ardenne helemaal niet. Notabene een organisatie als UNIFEM maar ook de UNDP wordt ernstig gekort, volgens mij juist instellingen waar we een meerwaarde én invloed hadden, terwijl andere instellingen zoals de WHO en FAO scherpe doorlichting behoeven. Dit komt de effectieve besteding van geld en inspanningen voor de armoedebestrijding niet ten goede.  

Daarnaast: goed bestuur, conflictbeslechting en mensenrechten.

Samen met de partners in de Europese Unie, met niet-gouvernementele organisaties en vooral Afrikaanse bewegingen ligt hier een eerste opdracht. Nederland moet zich daarbij ook veel meer op eigen niches richten om veranderingen en conflictvoorkoming te stimuleren. Het gaat dan niet om het grote geld, maar om het actief aanwezig zijn in landen in de Hoorn en West-Afrika. Voor Ivoorkust en Zimbabwe lijkt het te laat, maar dat geldt niet voor Mali en Somaliland bijvoorbeeld. Ontwikkelingssamenwerking is ook risico's nemen, keuzes maken -je kunt nu eenmaal niet alles doen- en de buitenlandse politiek er bij betrekken.

Als we scherp kiezen voor effectiviteit betekent dat ook dat we niet in zijn voor hulp aan landen die blijven vasthouden aan enorme vermogens- en inkomensverschillen, of waar de belastingvoet zo laag is dat elke investering in onderijs of gezondheidszorg achterwege blijft.

Daarom is veel hulp aan landen in Latijns-Amerika afgebouwd. Onze strategie moet in die landen zijn om via de Wereldbank en het IMF tot sociale veranderingen en economische hervormingen te komen, tot echte investeringen in armoede en tot steun aan veranderingsgezinde bewegingen.  

Gewone hulp helpt in dit type landen gewoon niet en is dus niet effectief.

Ontwikkelingsindustrie

Tenslotte een laatste invalshoek op de effectiviteitvraag waarvan ik ook wel benieuwd ben hoe die hier vandaag valt: ik zou ook willen dat de PvdA met een veel scherper oog kijkt naar de flink gegroeide ontwikkelingsindustrie in Nederland.

Ik vind het een goed idee dat ook niet-gouvernementele organisaties beter worden beoordeeld op effectiviteit; op internationale allianties die ze sluiten met een duidelijke taakverdeling; of ze zich richten op nieuwe partnerschappen en op thema's als handel en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Juist dan kunnen ze op verantwoorde wijze hun belangrijke werk voortzetten.

Partnerschap met bedrijfsleven

Eén van de partnerschappen die ik daarbij interessant vind, is het partnerschap met het bedrijfsleven of liever gezegd: met individuele bedrijven.

De rol die het bedrijfsleven kan spelen is in het verleden door de Partij van de Arbeid ernstig onderschat. Private investeringen zijn een sine qua non voor werkgelegenheid, armoedebestrijding en technologieoverdracht in een tijd van een enorme en groeiende digitale scheidslijn in de wereld.

De MilenniumDoelstellingen zullen in Afrika nooit bereikt worden zonder de ontwikkeling van de private sector. Dat heeft wat mij betreft niets te maken met exportsubsidies; leuke projecten voor het Nederlandse bedrijfsleven of gebonden hulp via ORET of andere programma's. Ik ben een verklaard tegenstander van gebonden hulp in de Nederlandse ontwikkelingsprogramma's.

En ik vind de publieke en private partnerschappen die Minister van Ardenne voorstelt veel te vaag en onduidelijk.

Maar ik vind bijvoorbeeld óók dat er heel veel mogelijk is en veel te weinig gebeurt op het terrein van maatschappelijk verantwoord ondernemen in Afrika, en dat dit veel hoger op de Nederlandse ontwikkelingsagenda moet.

Met Unilever is het mogelijk een debat te openen over de vraag of de import van landbouwproducten zoals bananen uit de rijke plantages aan de kust, niet gekoppeld kan worden aan de kleine producenten in het Noorden. Dat zou een enorm conflictverminderend effect hebben.

En wat dacht U van een campagne in Afrika van Heineken -nu actief in Burundi- met de slogan: "real men drink Heineken, real men use condoms".

En ik kan nog wel meer campagnes verzinnen die effectief zijn in zoveel landen waar taboe op discussie over AIDS en seksualiteit heerst. Ik weet dat Minister Ngilu juist in háár land ook naar dit soort partnerschappen zoekt, bijvoorbeeld ten aanzien van de noodzaak tot verlaging van de gigantische prijzen voor AIDS-medicijnen.

Effectiviteitvraag

Ik noemde aan het begin van mijn verhaal Margreeth de Boer al. Zij schreef: "Angst om draagvlak aan te tasten en angst om de heilige 1% lobby in gevaar te brengen hebben de PvdA, het expertcentrum voor derde wereldvraagstukken, weerhouden van een nieuwe toonaangevende debatpositie op het terrein van armoedebestrijding."

Ik vind dat ze daarin gelijk heeft. Trouwens, de partij omarmde haar rapport dus ik neem aan dat de hele partij dat eigenlijk wel vond! Ik vind de effectiviteitvraag veel te belangrijk om 'm aan de VVD over te laten.

Het zou ónze zorg moeten zijn. Inhoud gaat altijd voor geld. Om die reden ben ik ook voor de slechting van schotten.

Afrika laat zien dat ontwikkeling te maken heeft met armoede, conflict, democratisering en migratie. Het debat over nieuwe ontschotting moet juist door de PvdA scherp gevoerd worden. Vooral Europa zal in de toekomst te maken krijgen met een Afrika van kleinere en grotere conflicten, sommige sluimerend anderen actief. Dat vooruitzicht plaatst ons 10 jaar na Rwanda voor gigantische morele dilemma's. Maar de discussie is complexer dan dat. Het gaat immers ook om de risico's voor onze eigen samenleving zoals die ontstaan door terroristische uitwassen en illegale migratie.

Wie effectiviteit van de hulp vooropstelt -en dat doe ik vandaag- kan niet om conflictvoorkoming en conflictbeslechting heen als voorwaarde voor ontwikkeling. Zonder veiligheid brengt hulp geen effecten, maar kapitaalvernietiging.

En dus kunnen wat mij betreft demobilisatie, ontwapening en ontwikkeling van politie juist vanwege de noodzaak conflicten te voorkomen best vallen onder ontwikkelingssamenwerking.

En natuurlijk, ik zie ook hoe kwetsbaar die discussie is en hoe makkelijk "rechts" daar misbruik van kan maken. Maar dat vind ik geen reden om met zelfvertrouwen die discussie niet gewoon ook zelf te voeren en "rechts" aan te spreken op de foute keuzes die zij maken.

Bezuiniging

Maar onze Regering maakt een ernstige fout door nu bij de OESO in Parijs te pleiten  training van troepen en militaire steun aan de veiligheidssector maar even onder de ontwikkelingssamenwerking te laten vallen. Het kabinet doet dat om een bezuiniging van enkele miljoenen door te drukken.

 Maar het effect is dat een doos van Pandora wordt opengebroken, die alle landen die nog lang niet aan de 0.7% voldoen in één keer de mogelijkheid geeft om militaire steun onder ontwikkelingssamenwerking te laten vallen.

In Washington wordt gejuicht. Overal elders weet men dat al dat geld dat nu juist zo nodig was voor het bereiken van de Millenniumdoelstellingen op deze manier nooit meer gehaald zal worden. En dat dus de kans op conflicten juist toeneemt. En dat was nu juist wat we wilden proberen te voorkomen.

Zo moet het dus wat mij betreft niet als het gaat om de effectiviteit- en cijferdiscussie. En zoals zo vaak is dat ons dilemma: zijn we bang om een discussie te voeren omdat anderen er misschien misbruik van maken? Ik vind het een les van de politieke ontwikkelingen van de laatste jaren dat het antwoord op die vraag een luid en duidelijk NEE moet zijn. Angst loont niet. En als wij problemen onbesproken laten, vreet dat vroeg of laat het draagvlak voor onze idealen aan en zijn we nog vele malen verder van huis.

Migratiebeleid

Ik zou nog een enkel woord willen zeggen over de twee andere dilemma's die Margreeth De Boer ons voorschotelde.

Eén daarvan ging over de verhouding tussen interne en externe solidariteit en de vraag of een soepel migratiebeleid zich wel of niet verstaat met het instandhouden van de verzorgingsstaat. Margreeth noemt dit het kerndebat op het terrein van Ontwikkelingssamenwerking, namelijk de verhouding tussen internationale migratiestromen en ontwikkelingssamenwerking. Ook hier vraagt zij aandacht voor ontschotting, ditmaal tussen migratie en ontwikkeling en tussen binnenlands- en buitenlands beleid. En ze heeft groot gelijk.

Gisteren heeft de PvdA onder leiding van Schelto Patijn over het brede vraagstuk van integratie en migratie een belangrijk rapport gepresenteerd en ook hierin stelling genomen. Zo wordt ervoor gepleit terugkeerbeleid van afgewezen asielzoekers mede te financieren met gelden van Ontwikkelingssamenwerking. Daarbij wordt via scholing en training zowel geïnvesteerd in de migranten die terugkeren, als in de regio's waarnáár zij terugkeren. Uiteraard moet het dan wel gaan om realiseerbare projecten onder een goed bestuur.

Een andere duidelijke stellingname in het rapport is dat het openzetten van de Nederlandse grenzen niet zo geweldig veel met internationale solidariteit te maken heeft: ellende daar lossen we niet op door grote migratiestromen naar hier. Ontwikkelingssamenwerking te verleggen naar landen waaruit de meeste migranten komen is evenmin verstandig. Turkije en Marokko zijn geen arme ontwikkelingslanden.  

Het is wel van belang om naast nieuwe regelingen voor arbeidsmigratie en het voorkomen van brain drains, de organisatie en coördinatie van de opvang van vluchtelingen wereldwijd te verbeteren. 

Het vluchtelingenvraagstuk is na de uitvoering van de Nieuwe Vreemdelingenwet beter gebaat bij internationale coördinatie dan bij de perfectionering van omslachtige nationale juridische procedures.

De Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, Ruud Lubbers heeft in dat verband terecht gewezen op de noodzaak van meer steun voor internationale en regionale opvang. Maar hij werd door het kabinet Balkenende in de ijskou gezet.  

Juist nu conflict- en vredesopbouw na conflicten en internationale vredesmissies ook hier zeer effectief zijn gebleken. Dankzij de internationale situatie en de veranderende omstandigheden is het aantal asielzoekers naar de rijke landen in een jaar met een vijfde afgenomen tot 463.000. In de Balkan, Afghanistan en Irak heerst nog steeds geen vrede, maar er komen veel minder vluchtelingen vandaan dan vroeger, en sommigen keren er zelfs terug.

Opbouwhulp helpt, maar vooral het meer effectief steunen van de gróótste aantallen vluchtelingen. Die bevinden zich in de verschillende regio's van Afrika en zijn zonder enige opvang aan hun lot zijn overgeleverd en vormen veelal een nieuwe bron van conflict en migratie. De Partij van de Arbeid heeft bij de afgelopen debatten over ontwikkelingssamenwerking wel de helpende hand aan Lubbers toegestoken en ik vind dat we daar mee moeten doorgaan.

Globalisering 

Ik kom bij het laatste dilemma van Margreeth de Boer. Voor de Partij van de Arbeid zeker niet het minste punt: hoe breng je ordening aan in de globalisering?

Ik ben niet tegen globalisering. Integendeel: ik wil méér globaliseren. Ik wil dat ook mensenrechten, democratie en emancipatie worden geglobaliseerd!

Dat lukt alleen maar als we de grote handelsvragen inbedden in een bredere bilaterale agenda. Zodat globalisering ten goede komt aan allemaal.

De complexiteit en grenzeloosheid van mondiale problemen past slecht bij het langzame, bureaucratische en weinig open karakter van de internationale instellingen van nu. Vaak ligt de macht al buiten die instituties, bij de G7 of de G8. En zelfs hun grootse verklaringen voor daadwerkelijke schuldafschrijving of verhoging van de investeringen in de armste landen zijn de inkt op het papier niet waard. It is implementation stupid wordt wel elke keer geroepen, maar daar wordt weinig gevolg aan gegeven.

Ik stel voor dat we beginnen met het aanbrengen van ordening in eigen huis, in Nederland en in Europa. Naast een enorm democratietekort waar ik het eerder over had, worden we steeds weer geconfronteerd met een coherentietekort.

Het Ministerie van VWS gaat over de Wereldgezondheidsorganisatie; de Centrale Bank en de Ministeries van Financiën en Buitenlandse zaken over IMF en Wereldbank; Economische Zaken maar ook Landbouw bestieren de WereldHandelorganisatie, Sociale zaken over de Internationale Arbeidsorganisatie.

Maar de chaos is ook buiten Nederland groot. Landen zeggen één ding in Washington en wat anders in New York en onderling vechten de internationale organisaties elkaar de tent uit.

Sommige onderwerpen die cruciaal zijn voor Afrika zoals corruptie, belastingontduiking en concurrentie komen überhaupt nergens serieus aan de orde. Allianties met maatschappelijk verantwoorde ondernemers en civiele organisaties passen niet in de internationaal bureaucratische logica.

De brug met de anderglobaliseerders wordt ten onrechte niet geslagen. En de angst voor internationale samenwerking neemt daardoor eerder toe dan af. De buitenwereld wordt risico in plaats van kans.

Een internationalistische beweging als de sociaaldemocratie kán en mág daarmee niet tevreden zijn. Wat nodig is, is een cultuuromslag en politiek leiderschap dat bereid is gemaakte afspraken uit te voeren en daadwerkelijk prioriteit te geven.

Elkaar aan te spreken. Inhoud boven organisatie te laten gaan. En allianties te slaan met burgers en groeperingen die verandering willen.

Democratisch tekort

Dat betekent ook een veel grotere democratische controle op IMF en Wereldbank. Daar is nu wat mij betreft een veel te groot democratisch tekort. Mensen hebben geen idee hoe hun ontwikkelingseuro wordt besteed. Parlementen in de Europese landen en ook in ontwikkelingslanden moeten beslissende invloed hebben op de programma's, projecten en de schuldverlichting die nog steeds ernstig tekortschiet. De PvdA is inmiddels met een groot internationaal initiatief op dat terrein begonnen.

Ook op het terrein van wat wel de externe democratisering van die instellingen wordt genoemd kan er nog veel verbeterd worden:

een grotere rol voor 'nieuwe' landen als India en Brazilië. En laten we niet vergeten dat Afrika ook nog maar twee stoelen heeft aan de Wereldbankbestuurstafel.

Ik roep Minister Zalm op te beginnen met het openstellen van de kandidatuur van IMF-Managing Director voor geschikte burgers uit alle landen. Nu is de deal: Achterkamertjespolitiek tussen de Verenigde Staten en Europa. Europa mag de IMF-baas leveren en de Verenigde Staten de Wereldbankbaas. De rest mag toekijken. Terwijl het IMF juist pleit voor democratische hervormingen. Zelfs de Paus wordt democratischer gekozen en ook niet- Italianen kunnen in het Vaticaan al jaren de top bereiken.

Ik rond af. Hulp helpt. Maar dan moeten we het goed doen. Wij moeten leidend zijn in dat debat. Mijn voorzet is:

minder landen,

meer specialisatie,

nieuwe partnerships met het bedrijfsleven,

een kritischer kijk op het functioneren van de NGO's,

ontschotting van de Nederlandse hulp,

meer steun aan multilaterale organisaties, met name ook aan Ruud Lubbers,

en democratisering van IMF en WTO.

Internationale solidariteit hoorde altijd bij ons en zal wat mij betreft altijd bij ons horen. Idealen veranderen niet, maar de wereld waarin je ze ten uitvoer wil brengen wel. En dus moeten we na blijven denken over nieuwe vormen en gedachten. Ik heb daar vandaag een bescheiden voorzet toe gegeven. Ik moedig u aan daarmee door te gaan.

Dank u wel

--------------

Reacties