Wolfensohn: snellere schuldsanering is onmogelijk

12-10-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) kregen naar aanleiding van hun jaarvergadering in Praag eind september veel kritiek over de trage voortgang van de schuldsanering voor de armste landen, het zogenaamde HIPC-programma.

Het IMF en de Wereldbank willen dat tegen het einde van dit jaar twintig landen verlichting krijgen. Maar momenteel is nog maar de helft van dat aantal bereikt.

Wolfensohn nodigde de Nederlandse Jubilee 2000-campagnevoerders uit om de komende maanden verder te blijven praten. De Nederlandse vertegenwoordigers van niet-gouvernementele organsiaties (NGO’s) moeten daar nog een besluit over nemen.

'Hij meent het wel, maar zit binnen de Wereldbank in een moeilijke positie. Maar wij moeten als NGO’s oppassen dat we de Wereldbank niet legitimeren,' aldus Ellen Verheul van Jubilee 2000.

Volgens Verheul probeert de Wereldbank wel meer oog te krijgen voor echte armoedebestrijding, zoals bleek uit het onlangs gepubliceerde World Development Report (WDR). 'Maar ook Wolfensohn vergeet te gemakkelijk het totale gebrek aan geloofwaardigheid van de Bank in de armste landen die twintig jaar lang geconfronteerd zijn met het beleid.'

Verheul: 'De opmerking van Wolfensohn bij de presentatie van het WDR was dan weer weinig verheffend: 'Arme mensen zijn net als wij'. Het heeft lang geduurd voor ze daar achter zijn gekomen. Daar komt bij dat het Wereldbankbeleid op dat terrein nog niet is veranderd. Want van armoedebestrijding komt weinig terecht.'

Duitsland kreeg wél speelruimte
Wat de schuldsanering betreft is er kritiek op de vertraging die uitgaat van het opstellen van armoedebestrijdingsprogramma's (zogenaamde PSRP's) in opdracht van IMF en Wereldbank.

Verheul: 'Wolfensohn erkende tijdens ons gesprek dat hij nooit voorstander is geweest van het koppelen van de schuldensanering aan de armoedebestrijdingsprogramma’s. Het probleem is gewoon dat het vele jaren duurt voor je zo'n programma goed op poten hebt staan. Het ondermijnt dus het proces van schuldensanering en dat ondermijnt weer de mogelijkheden van overheden om armoede te bestrijden.'

Verheul: 'Wolfensohn zei ons dat de politieke wil niet aanwezig is bij de rijke landen, de aandeelhouders bij de Wereldbank. Bovendien zou de kredietwaardigheid van de Bank in gevaar komen als de reserves teveel worden aangesproken. Zo verschuilt iedereen zich achter elkaar.'

De lobbyiste van de Jubilee 2000-campagne wees Wolfensohn op de parallel met het naoorlogse Duitsland. 'Toen werd gezegd dat de herstelbetalingen - of aflossen van een schuld – niet meer dan 3,5 procent van de exportopbrengst van het land mochten bedragen. Dit om teveel sociale onrust te voorkomen, zoals na de Eerste Wereldoorlog.'

De perverse kanten van het traject dat landen moeten afleggen om in aanmerking voor het HIPC te komen, blijken momenteel bijvoorbeeld in Zambia. Dat land kreeg schouderklopjes van het IMF en is goed op weg om zich te plaatsen voor schuldsanering onder het HIPC.

Ellen Verheul: 'Zambia privatiseerde de staatsmijnen. En kreeg prompt nieuwe leningen toen bleek dat het land zich in principe kwalificeerde voor het HIPC.' Dat betekent weer extra schulden en aflossing.

De Zambiaanse regering zei deze week dat de economie van het land zal kraken als haar buitenlandse schuld volgend jaar niet gevoelig wordt verminderd. Zambia staat voor 6,5 miljard dollar in het krijt bij internationale schuldeisers.
Schuldenberg ondraaglijk
Als de internationale gemeenschap niet gauw de streep trekt door een deel daarvan, moet het Afrikaanse land volgend jaar alleen al aan het IMF 250 miljoen dollar terugbetalen. Dat naast de gewone rentebetalingen die elk jaar moeten worden voldaan. De terugbetalingsverplichtingen tegenover andere schuldeisers zouden nog zwaarder wegen.

Als Zambia definitief wordt toegelaten tot het HIPC-programma, zou tot 2,8 miljard dollar van zijn schulden kwijtgescholden kunnen worden.

Het probleem is volgens Verheul dat Zambia op korte termijn juist nog méér aan schuldaflossing zal gaan betalen. 'Over veel leningen moest tien jaar lang geen rente betaald worden. Die termijn vervalt nu.'


Volgens minister van Financiën Katele Kalumba heeft de Zambiaanse regering zich nauwgezet gehouden aan het strenge economisch herstelbeleid dat de Wereldbank en het IMF als voorwaarde stellen om landen toe te laten tot het HIPC-initiatief.

Kalumba meent dat de Zambiaanse regering de overheidsfinanciën even goed in de hand houdt als het handvol Afrikaanse landen dat al wel tot het HIPC-initiatief is toegelaten. Maar de regering moest wel in het buitenland blijven lenen, in de eerste plaats om de schulden uit het verleden af te betalen. Daardoor is de schuldenberg nu tot een volgens Lusaka 'ondraaglijke' omvang gegroeid.

De Zambiaanse regering besteedt ongeveer éénderde van haar jaarlijkse budget aan de terugbetaling van buitenlandse schuldeisers. Vorig jaar moest het land bijvoorbeeld 150 miljoen dollar ophoesten.

Dat gaat vooral ten koste van de uitgaven in de sociale sector. Daar is veel geld nodig, want ongeveer driekwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens. De kindersterfte stijgt en de gemiddelde levensverwachting (nu 40 jaar) daalt snel.


Verheul bezocht Zambia. 'De gezondheidszorg is een ramp. De overheid zegt officieel een bepaald bedrag uit te trekken, maar in praktijk is het altijd veel minder. Onlangs werden de 300 Zambiaanse artsen ontslagen omdat ze zeer terecht betere arbeidsomstandigheden vroegen.'

Het feit dat één op de vijf volwassen Zambianen drager is van het aidsvirus werpt een extra donkere schaduw over de toekomst van het land.

Ook het onderwijs stort in. De teloorgang van beide sectoren, dé kanalen voor armoedebestrijding, is volgens Verheul rechtstreeks gelieerd aan de schuldenlast.

Alles over het HIPC op de Wereldbank-site

Reacties