Wilde Ganzen krijgt jonkies

04-02-2008
Door: Marusja Aangeenbrug

 

Tips:

>> Leer je partners zelf fondsen te werven


>> Neem partners serieus. Zij kennen hun eigen context; jouw ideeën zijn niet altijd de beste


>> Heb je verschillende partners, kijk dan hoe zij van elkaar kunnen leren


>> Werk waar mogelijk samen. Andere organisaties, hoe klein of jong ook, hebben altijd iets te bieden 

Net uit het ei komen ze niet, want de drie organisaties in Brazilië, India en Zuid-Afrika bestonden al. Maar dat Wilde Ganzen nu zelf partners in het buitenland zoekt, is wel kakelvers. De samenwerking draait om de aanpak van Wilde Ganzen: het financieren van kleinschalige projecten in ontwikkelingslanden en in Midden- en Oost-Europa. Particulieren, scholen of stichtingen in Nederland werven hiervoor fondsen. De opbrengst vermeerdert Wilde Ganzen met zeventig procent. Zelf dankt de organisatie haar inkomsten aan tv-uitzendingen, bedrijven en nalatenschappen.


Dat moet in andere landen ook lukken, is de gedachte achter Jonge Ganzen+, dat vorig jaar van start is gegaan. In Brazilië is Wilde Ganzen in zee gegaan met CESE (Coordenadoria Ecumênica de Serviço), een organisatie die zelf al kleinschalige initiatieven steunt. Het Soul City Institute in Zuid-Afrika maakt een populaire tv-soapserie waarin maatschappelijke problemen aan de orde komen. Ook zijn er over het hele land drieduizend clubs verspreid met projecten voor kinderen of werkgelegenheidsprojecten voor moeders. De Smile Foundation in India heeft veel ervaring met fondswerven: alle inkomsten zijn afkomstig uit het bedrijfsleven.

 

Zelfstandig

De nieuwe partners moeten in eigen land particuliere initiatieven financieren en ook zelf fondsen werven. Voorwaarde is dat de gefinancierde projecten zich richten op kinderen. De partnerorganisaties moeten hier ook zelf aandacht voor vragen, bijvoorbeeld door middel van tv- en radioprogramma's.


Wilde Ganzen is met Jonge Ganzen+ een voorloper, aldus adjunct-directeur Robert Wiggers: 'In ontwikkelingslanden als Brazilië, India en Zuid-Afrika groeit de economie. Dan is het op den duur toch onzin om vanuit Nederland te blíjven financieren? Die landen hebben een grote middenklasse en een kleine maar zeer rijke bovenklasse, dus je kunt daar prima fondsen werven. Nu worden veel ngo's voor honderd procent gefinancierd door buitenlandse donoren en zijn ze amper bekend bij de eigen bevolking.'


Het doel is dat de Jonge Ganzen uiteindelijk zelfstandig worden. 'Ieder jaar wordt de eigen financiële bijdrage groter,' zegt Wiggers, 'tot ze na tien jaar op eigen benen staan.' Dat is essentieel: 'Anders blíjven ze afhankelijk. Helaas redeneren grote donoren te vaak: zolang deze organisatie goed werk verricht, blijven wij financieren. Maar veel partnerorganisaties kunnen zich op den duur echt zelf redden.'

 

Druk

Toch zit Wilde Ganzen er momenteel met de neus bovenop. 'Misschien wel méér dan andere ngo's bij hun partnerorganisaties', geeft Wiggers toe. Maar dat is juíst omdat de partners snel zelfstandig moeten worden: 'Ze moeten hun systeem meteen goed opzetten.'


Dit legt extra druk op Wilde Ganzen: 'Omdat het een nieuw programma is dat meerdere jaren duurt, willen we dat onze partners in de beginperiode vaker rapporteren. Dat kost veel tijd en het is nieuw voor ons, want wij zijn gewend om voor slechts één jaar in zee te gaan met particuliere initiatieven.' Verder moet Wilde Ganzen zelf rapporteren aan het ministerie vanwege de verkregen subsidie.


Ook de focus op kinderen is nieuw voor Wilde Ganzen. 'We hebben ons nooit op één doel gefocust. Bovendien zijn onderwerpen als kinderarbeid en kinderprostitutie veel politieker dan we gewend zijn', zegt Wiggers. Maar de organisatie staat niet alleen: in Nederland werkt ze samen met KidsRights en Net4kids binnen Change for Children, een breed kinderprogramma van diverse organisaties.


21_WildeGanzen
Foto: Wilde Ganzen

De partnerorganisaties krijgen bovendien trainingen in Nederland. 'Zoiets hebben we nooit eerder gedaan. Samen met Net4kids en KidsRights steken we er veel tijd in.' Tijdens het opzetten van Jonge Ganzen+ bedacht Wilde Ganzen om de drie organisaties ook onderling van elkaar te laten leren: via een internetcommunity en door elkaar te bezoeken.


Alles wat nieuw is, kost extra tijd, dus tijdsdruk is het grootste obstakel, erkent Wiggers. 'Ik sta voor één dag per week te boek als internationale coördinator, maar het kost me twee dagen. Een aantal taken heb ik overgedragen, maar daardoor krijgen collega's weer extra werk.'


Er zijn geen nieuwe medewerkers aangenomen, dus efficiencymaatregelen zijn onvermijdelijk, vermoedt Wiggers. 'We zullen wellicht strenger op de regels gaan letten, bijvoorbeeld of particuliere initiatieven hun plannen op tijd indienen. Zo niet, dan wijzen we hun aanvraag af. Anders kost het onze medewerkers echt te veel tijd.'

 

Zie ook www.wildeganzen.nl.



Reacties