Aidsremmers niet zaligmakend

30-11-2006
Door: Sigrid Deters
Bron: Wereldomroep

In Afrika krijgen steeds meer mensen 'extra tijd' dankzij aidsremmers. Zoals de 31-jarige Siemma uit Nairobi, Kenia. Zij weet al negen jaar dat ze een hiv-infectie heeft en dankzij een behandelingsproject van Artsen zonder Grenzen gebruikt ze al een paar jaar aidsremmers, die goed aanslaan. Ze ziet er gezond uit, met haar ronde wangen en stevig postuur. Ze let er wel extra goed op wat ze eet en hoe ze leeft. Maar op die manier valt er volgens haar met de aidsremmers goed te leven.

Toegang

Hoewel nog altijd 80 procent van mensen met hiv in derdewereldlanden zonder medicijnen zit, groeit dit aantal gestaag. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO kwamen er in 2005 maandelijks 50.000 mensen bij die toegang kregen tot behandeling. De organisatie streeft ernaar dat in 2010 iedereen medicijnen krijgt. Ook de Nederlandse organisatie Stop Aids Now!, waarvan het Aidsfonds deel uitmaakt, investeert fors om meer mensen in derdewereldlanden van aidsremmers te voorzien.

Nadelen

Maar er kleven volgens Ton Coenen van het Aidsfonds nogal wat nadelen aan het medicijngebruik. 'Op de eerste plaats maken de medicijnen mensen niet beter. Alleen preventie kan de aidsepidemie echt stoppen. Daarnaast moeten de medicijnen zeer regelmatig worden ingenomen, anders kan er resistentie optreden.' Er zijn volgens Coenen wel andere medicijnen waarop zij dan kunnen overstappen, 'maar die zijn weer veel duurder. En zoveel geld hebben we al niet voor de bestrijding van hiv en aids.'

Delen

De kans dat mensen in ontwikkelingslanden niet op tijd hun medicijnen innemen, is volgens Coenen groot: 'Er zijn nog altijd te weinig aidsremmers op de Afrikaanse markt, waardoor mensen hun pillen gaan delen met familieleden. Ook gebeurt het regelmatig dat mensen niet op tijd nieuwe pillen krijgen. Omdat de voorraad op is, of omdat ze zelf wegens omstandigheden hun pillen niet kunnen halen.'

Ontslag

Sam, de lokale projectleider van Artsen zonder Grenzen, werkt in het ziekenhuis van Nairobi. Hij vertelt hoe artsen daar dagelijks te maken krijgen met de praktische problemen die een goede behandeling van hivpatiënten in de weg staan. 'Er zijn drie artsen en zes arts-assistenten voor 8000 patiënten. Zij raken regelmatig overwerkt.' Daarnaast krijgen de artsen vaak te maken met patiënten die hun afspraken niet nakomen. Sam: 'In de eerste drie maanden van de behandeling moeten patiënten om de twee weken naar het ziekenhuis komen, maar dat is voor velen een groot probleem. Niet iedereen kan het vervoer naar het ziekenhuis betalen. En als ze aan hun baas vertellen dat ze naar het ziekenhuis moeten, omdat ze hiv hebben dreigt ontslag.  Er heerst nog een groot taboe op de ziekte.'

Taboe

'Het stigma dat op hiv/aids rust en het taboe op seks zijn naast armoede de belangrijkste belemmeringen in de strijd tegen aids', meent Coenen. Net als in Nederland in de beginjaren van de aidsepidemie is hiv/aids in Afrika nu vaak nog dodelijk, waardoor de angst voor de ziekte groot is. Volgens Coenen weerhoudt de angst mensen ervan om over hiv/aids te spreken. 'Daarnaast heeft de ziekte ook alles te maken met seks, en op seks heerst in de meeste Afrikaanse culturen een groot taboe. Mensen praten niet over seks en condoomgebruik.' Mensen weten volgens Coenen vaak wel hoe zij kunnen voorkomen het hiv-virus op te lopen, 'maar daarover wordt gewoon niet gesproken. Bovendien weigeren veel mannen het condoom te gebruiken, omdat dat niet past bij hun cultuur.'

 

Leiderschap

Volgens Coenen worden deze culturele taboes ook niet snel doorbroken, met name door gebrek aan sterk politiek leiderschap en de inloed van de kerk, die nog altijd condoomgebruik afwijst. Coenen: 'Er heerst al een taboe op aids en hiv, maar er is ook niemand die naar voren stapt om te zeggen dat er echt iets moet gebeuren. Mensen moeten dan zelf het probleem oplossen. Dat is echt slecht voor de strijd tegen aids.'

 

De 31-jarige Siemma uit Nairobi probeert het taboe zelf te doorbreken door veel over haar ziekte te praten. En dat heeft geholpen, zegt ze. 'Het is een groot probleem om in Kenia hiv te hebben. In het begin werd ik uitgestoten door mijn familie, omdat ze niet precies wisten wat hiv is. Maar door het uit te leggen en veel over mijn ziekte te praten, beginnen ze te snappen wat het is. Ze zien niet meer de ziekte, maar mij als mens. Nu ben ik weer door de gemeenschap opgenomen.'

 

 

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de Wereldomroep

 

 

Reacties