Wetenschap zoekt geschiedenis mensheid in DNA indianen

27-04-2005
Door: OneWorld Redactie
Bron: IPS

Zo'n 100.000 bloedstalen hopen ze te verzamelen, de wetenschappers van het groots opgezette 'Genografieproject' dat deze maand officieel van start ging en vijf jaar zal lopen. De financiering (zo'n 40 miljoen dollar) komt van de Waitt Family Foundation uit de Verenigde Staten.

Uit de monsters willen de onderzoekers genetisch materiaal isoleren en opslaan in een gigantische genenbank. Ze willen stambomen bepalen en zo de migratiepatronen van de prehistorische mens te ontrafelen.  'De tijd dringt', zegt Spencer Wells, de wetenschapper uit de Verenigde Staten die aan het hoofd staat van het project. We moeten dit doen 'voor de culturele en geografische context verloren gaat' en de rassen zich vermengen.

Weerstand

De inheemse volkeren, die eeuwenlang op dezelfde plaats bleven wonen, zijn essentieel voor het project. Maar daar wringt de schoen. Op het Amerikaanse continent staan de indianen helemaal niet te springen om bloed te geven aan wetenschappers. 'We zullen ze nog niet eens een foto laten nemen, laat staan een bloedstaal', zegt Santiago de la Cruz, vice-president van de Federatie van Inheemse Volkeren van Ecuador (Conaie), één van de machtigste belangengroepen van indianen in Latijns-Amerika. 

De la Cruz is een leider van de Chachi-indianen, die de aandacht van de genetici hebben getrokken. Momenteel leven er nog 7.000 Chachi's, aan de kust van Ecuador. Eind jaren tachtig gaven de ouders van De la Cruz bloed voor een medisch onderzoek waarvan de bedoeling nooit duidelijk was. 'Toen vroeg niemand genoeg, maar vandaag is dat anders', verzekert hij. 'Als de mensen van dat Genografisch project bij onze gemeenschappen willen komen, moeten ze met ons komen praten.'   'We zijn niet op voorhand tegen, maar we zijn het beu ons te laten misbruiken', zegt ook Jecinaldo Barbosa Cabral, leider van inheemse volkeren uit de Braziliaanse Amazone.
 
Slechte ervaringen

De indianen hebben reden om sceptisch te zijn. Braziliaanse indianenvolkeren als de Yanomami - bekend geworden door popster Sting - en de Ticunas uit het Amazonegebied werden in de jaren zestig en zeventig zonder veel scrupules aan genetische onderzoeken onderworpen.
 
Onlangs brak nog een schandaal uit over de genen van Karitiana en de Suruí-etnies uit de Amazonedeelstaat Rondonia. Een afdeling van het Coriellinstituut voor Medisch Onderzoek uit de Verenigde Staten bood die op het internet te koop aan. 'Ze namen ons bloed, haalden er het DNA uit en verkochten het voor 85 dollar per stuk. Wij haalden er geen enkel voordeel uit', zegt Almir Suruí, een indianenleider uit Rondonia. 

Veel indianen voelen zich ook bedrogen door het Menselijk Genoomdiversiteitsproject (HGDP). Dit project is een onderdeel van het bekende Menselijk Genoomproject. Dit deelproject wil een collectie genetisch materiaal aanleggen van 10.000 tot 15.000 individuen behorend tot 772 verschillende etnische groepen.

'Het Genoomdiversiteitsproject probeerde zonder toestemming bloedmonsters te verkrijgen van inheemse volkeren', zegt Tarcila Rivera, leidster van indianenvrouwen uit Peru. Sindsdien hebben talrijke inheemse organisaties, gemeenschappen en volken de onmiddellijke beëindiging ervan geëist. Onder meer het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling is er kritisch over.

In de Verenigde Staten heeft de niet-gouvernementele organisatie Indigenous Peoples Council on Biocolonialism (IPCB), dat eerder campagne voerde tegen het Genoomdiversiteitsproject, nu ook opgeroepen tot een boycot tegen het nieuwe Genografieproject. Dat is van hetzelfde laken een pak, vindt de organisatie.

National Geographic en IBM zeggen dat er substantiële verschillen bestaan tussen beide projecten. 'Bij het Genoomdiversiteitsproject was het niet duidelijk welke voordelen het onderzoek zou opleveren', zegt Wells. 'Wij willen dat ons project relevant is voor de hele wereld.' Genografie wil een fonds oprichten voor educatieve en culturele projecten bij de deelnemende inheemse volkeren.
  
'We hebben geleerd van de fouten van het Genoomdiversiteitsproject', zegt Saharon Rosset, wetenschapper bij softwaregigant IBM, die de informaticakant van het project voor zijn rekening neemt. 'Nu zal er een veel betere communicatie zijn met de inheemse gemeenschappen.'

Reacties