Advertentie

Nacht van de VN

“Dit is de grens met Nederland toch? Even een foto maken!” Met zijn zware drieversnellingenfiets poseert hij voor het blauwe bord met ‘Nederland’ erop en de gele sterren van de Europese Unie eromheen. Een onbeduidende grensovergang, maar natuurlijk maak je daar een foto van wanneer je er op eigen kracht naartoe bent gefietst. Moro rolt zijn vlaggetjes uit. “Nee, dit is niet de vlag van het Vrije Syrisch Leger, zoals veel mensen denken”, zegt hij. “De revolutie begon bij de gewone bevolking, die zwaar onder de dictatuur van Assad leed en verandering eiste. Deze vlag hoort bij het vrije Syrië. Pas toen het oorlog werd, gebruikte ook het Vrije Syrisch Leger deze vlag.”

De omslagfoto van zijn Facebookpagina toont een heel andere grensovergang, getekend door een vriend. Een schokkend beeld van de grens met Turkije: prikkeldraad, een Turkse soldaat die saluerend een zwartgeklede ISIS-aanhanger Syrië binnenlaat, met naast hem een dode vrouw in een plas bloed. “Je komt Syrië tegenwoordig niet meer uit”, volgens Moro. “Ook niet als vluchteling. Het Turkse leger schiet je dood, vrouwen en kinderen niet uitgezonderd.” De Amerikanen en de Russen zeggen ISIS in Syrië te bestrijden, maar hun bombardementen zaaien vooral dood en verderf onder de plaatselijke bevolking. Deir ez-Zor is in een puinhoop veranderd.

Aandacht voor Syrië

Met zijn fietstocht wil Moro aandacht vragen voor de nijpende situatie in zijn land . In zijn bagage zitten twee brieven voor Amnesty International die hij in Amsterdam wil afgeven. Een ervan is geschreven door de actiegroep ‘Advocate for Free Syria’, waar hij deel van uitmaakt. De groep helpt mensen die in Syrië zijn achtergebleven, onder meer door hun berichten via sociale media naar buiten te brengen; daarnaast organiseren ze demonstraties in heel Europa. In de brief roepen ze op de mensen die vastzitten in de gevangenissen van ISIS, van Al Nusra en van Assad vooral niet te vergeten. Iedereen moet weten dat ze er zitten. In de andere brief vraagt Moro aandacht voor de aanhoudende bombardementen op de door ISIS bezette gebieden en de burgerbevolking die daarvan het slachtoffer is. De internationale coalitie schendt volgens hem de mensenrechten.

Zijn fiets is zwaar bepakt: achterop twee waterdichte tassen en een rol, voorop een krat. Het oogt topzwaar en wiebelig. Het is de eerste keer dat hij zo’n lange tocht maakt. In Deir ez-Zor heeft hij zelden meer dan twee kilometer gefietst. Alles wat hij onderweg nodig heeft, heeft hij bij zich: kleding, een tent, een slaapzak, en zelfs zijn shisha, een waterpijp. “Iedereen heeft er een in Syrië, je kunt er onderweg heerlijk de tijd mee doden.” De fiets kocht hij van een vriend die bij nader inzien liever een auto had. “Hij verklaarde me voor gek toen ik vertelde wat ik van plan was.” Zijn vrienden wilden niet mee. “Maar alleen reizen is beter”, zegt Moro. “Het levert altijd gedoe op als je met meerderen bent. De een wil dit, de andere dat, nu bepaal ik alles zelf. Bovendien heb ik al een paar jaar een probleem met mijn knie; in mijn eigen tempo fietsen is belangrijk. En ik ben graag alleen. Onderweg slaap ik meestal in het bos. Eén keer heb ik bij een rivier gekampeerd. Er was daar helemaal niemand, dat was fantastisch!”

Aanvankelijk was het plan om met vrienden vanuit Berlijn naar Amsterdam te lopen en daarna naar Brussel te gaan, naar het Europees Parlement. Maar dat zou te lang duren en lopen is eigenlijk ook te zwaar. “Fietsen is makkelijker. Bovendien heb ik een uitkering van het Arbeitsamt in Berlijn, ze willen weten waar ik ben en wat ik doe. Binnenkort moet ik weer terug zijn.”

Ondergedoken

Toen de revolutie begon, in 2011, zat Moro in het Syrische leger. Assad sloeg het protest met harde hand neer en Moro deserteerde. Daardoor belandde hij vier maal in de gevangenis; in totaal zat hij zes maanden vast. Daarna dook hij onder. “Mijn familieleden zijn allemaal agrariërs, op het platteland ben je moeilijk te vinden.” Zijn ouders hadden dertig hectare land. Ze verbouwden katoen met de klassieke manier van irrigeren, door water vanuit de rivier het land op te laten stromen. Er graasden schapen en koeien. Nu moeten ze het stellen met slechts drie hectare: de grond bij de rivier is te gevaarlijk geworden. Deir ez-Zor is voor ongeveer zeventig procent door ISIS bezet, ze schieten je neer zodra je in de buurt van de rivier komt. “Ondertussen beweren de Amerikanen en Russen ISIS te bestrijden, maar de hele stad wordt kapotgebombardeerd. Ze vermoorden de gewone mensen: elke dag komen er zo’n dertig om het leven, voornamelijk vrouwen en kinderen die zijn achtergebleven. De jonge mannen zijn allemaal al gevlucht. Niet alleen voor ISIS: ook de PKK kidnapt ons, om ons mee te laten vechten met de Koerden. Mijn jongere broer zit nu daarom in Libanon.”

In 2015 vluchtte Moro naar Turkije. Van daaruit wilde hij naar Engeland. Het lukte hem niet de oversteek te maken; een half jaar zat hij in de Jungle van Calais. Nu woont hij in Berlijn. “Duits is moeilijk, het lukt me niet goed de taal te leren. In Syrië was ik leraar biologie, dat vak kan ik nu niet uitoefenen.” Een heftig verhaal. Moro haalt zijn schouders op. “Iedere gevluchte Syriër heeft een vergelijkbaar verhaal. Iedereen! Ik zou dagenlang kunnen vertellen over wat me allemaal is overkomen, laten we het liever over het fietsen hebben.”

Fietsen in Duitsland en Nederland

Hij heeft plezier in het fietsen, al was de tocht zwaar. Moro vindt wel dat de aandacht ervoor wat tegenviel. “Ik had er meer van verwacht.” Begrijpelijk is dat wel. Iedereen die in het Midden-Oosten is geweest, zal beamen dat je daar opvalt met een vol bepakte fiets: iedereen wil dan weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat. In Duitsland en Nederland halen mensen hun schouders op; er wordt hier immers zoveel gefietst.

Na zeven dagen arriveert Moro in Amsterdam. Hij spreekt daar een medewerkster van Amnesty en overhandigt zijn brieven. En het treft: hij kan zich aansluiten bij een demonstratie op de Dam. Trots staat hij daar op de foto, zijn fiets bepakt, Syrische vlaggetjes aan het stuur en een grote vlag tussen zijn gestrekte armen. Een mooie afsluiting van zeven dagen fietsen. Hij is van plan vaker per fiets te reizen. “Niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn land. Vooral de combinatie met kamperen vind ik heerlijk. I like it!”

Advertentie

WeDo2030